Bovenal voorwaarts

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Met een monter ‘Voorwaarts en niet vergeten!’ besluit Vara-journalist Kees Driehuis het voorwoord bij een bundel over de geschiedenis van de Nederlandse arbeidersbeweging, die in anderhalve eeuw met veel offers en inspanningen belangrijke verbeteringen tot stand wist te brengen in het lot van de werkende klasse. De strijd [1] bevat monumentale en ontroerende historische foto’s en verder alles wat je in een jubileumuitgave kunt verwachten: profielen, miniaturen, liedteksten – chronologisch geordend en helder aan elkaar geschreven door Ed van Eeden. Zelfs een vignet over de geschiedenis van de volkstuin ontbreekt niet. Het boek en de gelijknamige tv-serie ter gelegenheid van 90 jaar Vara gaan de nostalgie te boven: aan de nakomelingen van de zwoegers en sloebers van de industrialisatie kan niet genoeg worden verteld waar zij vandaan komen. Op de selectie is altijd kritiek mogelijk. Zo is er relatief weinig aandacht voor de traumatische ervaringen van de werkloosheid in de jaren dertig. Wat er ook bekaaid vanaf komt, zijn de bijdragen van sociaal-liberale en confessionele zijde aan de totstandkoming van de welvaartsstaat, maar in een familiealbum is het vergeeflijk dat vooral de eigen familieverhalen aan bod komen.

‘Er zijn steeds meer mensen die zich afvragen wie toch Checkpoint Charlie is geweest’, grapt historicus Edmond Hofland, die zich met Het Duitse wonder [2] ten doel stelt de ergste hiaten in de basale kennis van de politieke geschiedenis van het naoorlogse Duitsland op te vullen of althans de nieuwsgierigheid ernaar aan te wakkeren. Zijn boek geeft een bondig overzicht van de voornaamste feiten en ontwikkelingen sinds de oprichting van de Bondsrepubliek in 1949, voorafgegaan door een nog beknoptere introductie van Stunde Null. De kern van het verhaal is het overwinnen van de Duitse deling en het herstel van de soevereiniteit. Hofland maakt nog eens ontegenzeggelijk duidelijk dat de voorwaarde voor de Duitse eenwording een sterkere Europese integratie was in de vorm van een economische en monetaire unie, om te voorkomen dat een Europees Duitsland een Duits Europa zou kunnen worden. Een historisch feit van actuele betekenis is dat Duitsland in 1992 438.000 asielaanvragen te verwerken kreeg. Het huidige Duitse wonder is de stabiliteit van de Bondsrepubliek onder Angela Merkel, ‘een zegen in een tijd waar de instabiliteit in de omgeving toeneemt’.

Toen de dekenkist waarin Deborah Campert, de vrouw van Remco, haar nutteloze voorwerpen bewaart, vol raakte, besloot ze de dierbaarste dingen te fotograferen en te beschrijven. Een inktpot in de vorm van een tijger schafte ze in 1967 aan voor Gerard Reve, die dat jaar regelmatig bij haar langs kwam ‘om mij zijn pik te tonen’. Omdat Reve zijn vriend ‘Teigetje’ noemde, kocht ze op het Waterlooplein het porseleinen beestje ‘zodat hij zijn pen in Teigetje kon dopen’. Reve vond het geval mooi en het idee erachter grappig, maar nam het niet aan. Ruim dertig van dergelijke spullen en prullen worden in het kostelijke boekje Dierbaar [3] geëxposeerd, vergezeld van dertig anekdotes.

Schrijver en dichter René Stoute overleed in 2000 op 49-jarige leeftijd als de schrijfster Renate Stoute, nadat ze vier jaar eerder van geslacht was veranderd. Zijn/haar leven kende vele ingrijpende overgangen: jarenlang was Stoute een criminele heroïneverslaafde die vele gevangenissen van binnen zag. Na zeven jaar te zijn afgekickt, begon hij aan een veelbelovende schrijverscarrière. In 1982 verscheen zijn verhalenbundel Op de rug van vuile zwanen, over zijn leven als junkie, gevolgd door een reeks boeken waarin travestie en transseksualiteit een steeds prominentere rol gingen spelen. In de bundel Uit een oude jas vol stenen legde Stoute een verband tussen het drama te worden geboren in een verkeerd lichaam en de vlucht in drugs. Zijn biograaf, David de Poel, vond in de nalatenschap van de gekwelde schrijver een dagboek uit 1982, waarin deze zich voor het eerst over zijn geheime verlangens uitlaat. Samen met enkele brieven aan Gerard Reve, Simon Carmiggelt en Jeroen Brouwers, is het dagboek nu gebundeld onder de titel Wars van alle bullshit [4]. Een collectorsitem, want de oplage is slechts 300 exemplaren.