Hoe houd je de kinderopvang betaalbaar?

Er gaan minder kinderen naar de erkende opvang, bleek vorige week. Te duur. Ouders combineren een paar dagen crèche met een dagje oma en hulp van vrienden. Of ze zoeken goedkopere alternatieven.

Illustratie XF&M

Het regelen van goede, betaalbare kinderopvang is een organisatie op zich. Uit CBS-cijfers blijkt dat steeds minder kinderen naar de erkende dagopvang gaan: 11 procent minder tussen 2012 en 2014. Dat komt deels doordat er minder kinderen zijn, maar de belangrijkste redenen zijn volgens het CBS de toegenomen werkloosheid en versobering van subsidies. Ouders kunnen het simpelweg niet meer betalen en zoeken naar creatieve oplossingen.

Het kabinet heeft nu 290 miljoen euro extra begroot voor de kinderopvangtoeslag. Dat scheelt vanaf 1 januari – afhankelijk van de inkomsten, het aantal kinderen en het aantal dagen opvang – zo’n zestig tot honderd euro netto per maand.

Dat is prettig voor Stéphanie Bisschops en haar man. De opvang van hun drie kinderen (drie maanden, 4 en 7 jaar) is een gepuzzel. Op dinsdag en donderdag gaan de oudste twee naar de naschoolse opvang en de jongste naar de crèche. Op maandag is haar man thuis, op woensdag en om de week op vrijdag zijzelf en één keer in de twee weken past haar moeder op. En omdat Bisschops en haar man vroeg naar hun werk moeten, brengen ze de oudsten op dinsdag- en donderdagochtend naar twee verschillende vriendinnen, die de kinderen naar school brengen.

De opvang kost hen 1.360 euro per maand, waarvan ze 650 euro terugkrijgen. Met de hulp van oma en vrienden houden ze het betaalbaar. En het scheelt dat de oudste twee al naar school gaan. Een gezin met jonge kinderen tot vier jaar is een stuk duurder uit. Wat kost de opvang van jonge kinderen en wat zijn (goedkopere) alternatieven?

Minder stress bij file

Het gemiddelde uurtarief van een kinderdagverblijf is volgens de Brancheorganisatie Kinderopvang 6,82 euro. Het kost zo’n 1.700 euro per maand (voor teruggaaf) om twee kinderen drie dagen per week op te vangen. Dit is een landelijk gemiddelde: ketens in de grote steden hanteren vaak ruimere openingstijden en hogere uurtarieven dan kleine zelfstandige crèches in de provincie. Het percentage dat mensen terugkrijgen via de kinderopvangtoeslag is afhankelijk van het gezamenlijke jaarinkomen.

De verschillen kunnen groot zijn, maar de kosten zijn volgens de kinderdagverblijven niet het belangrijkste selectiecriterium voor ouders. „Er wordt nu veel bewuster naar voeding gekeken”, zegt bijvoorbeeld Marko Vendrig, eigenaar van kinderdagopvang De Boerderij in Ransdorp. „Ouders willen biologisch of lokaal.” Zijn opvang ligt in het landelijk gebied net boven Amsterdam. De helft van de kinderen komt uit de omringende dorpen, de andere helft uit de stad. De kinderen brengen bezoekjes aan de koeienstal en spelen in de hooiberg.

Ouders kiezen bewust voor de landelijke omgeving. Ook al zit ons uurtarief met 7,35 euro boven het gemiddelde.

In de stad zelf zijn kinderdagverblijven met veel flexibiliteit, ruimere openingstijden en warme lunches in trek. Ook wordt steeds meer waarde gehecht aan het inhoudelijke programma. Bij de crèches van CompaNanny, bijvoorbeeld, is de helft van de leidsters hoog opgeleid en ligt de nadruk op de ontwikkeling van het kind. Ondanks de bezuinigingen in de afgelopen jaren is het aantal vestigingen gegroeid. „Veel ouders realiseren zich nu dat zij een keuze hebben op basis van kwaliteit en niet meer alleen op basis van beschikbaarheid, zoals een paar jaar geleden”, zegt marketingmanager Job Terhaar sive Droste.

Het gemiddelde uurtarief (voor drie dagen per week) ligt bij CompaNanny op 7,37 euro. De crèches zijn standaard elf uur per dag open, van half acht tot half zeven. Langer is ook mogelijk, daarvoor geldt een tarief van 2,50 per kwartier. „Dat levert net iets minder stress op als je in de file staat.”

Alternatieve oplossingen

Ondanks de aangekondigde toeslagverhoging is het voor de meeste mensen te duur om twee kinderen vier dagen per week te laten opvangen (à zo’n 2.500 euro). Kinderen gaan dan ook gemiddeld twee à drie dagen naar de crèche.

Verder zoeken ouders naar oplossingen in het informele circuit. Denk aan vaste oppasdagen voor opa en oma, roulatiesystemen met vrienden of een dag thuis ‘werken’ in combinatie met bijvoorbeeld een peuterspeelzaal. Een gastouder kan ook een goedkoper alternatief zijn. Met 5,61 euro ligt het gemiddelde uurtarief meer dan een euro onder dat van de kinderdagverblijven. Als de gastouder is geregistreerd bij een erkend gastouderbureau, heb je recht op kinderopvangtoeslag. Nadeel is wel de afhankelijkheid van één persoon – is de gastouder ziek of op vakantie, dan moet je zelf iets regelen.

Bij twee of meer kinderen is oppas aan huis ook een mogelijkheid. Een niet geregistreerde oppas kost acht à negen euro per uur, een geregistreerde oppas bijna het dubbele. Maar dan heb je wel recht op toeslag.

Bas Kwaaitaal, vader van twee kinderen (2 en 6 jaar), kwam in zijn zoektocht naar betaalbare opvang uit bij de ouderparticipatiecrèche. Er zijn er zeven in Nederland, in Utrecht en Amsterdam. Hij koos voor De Villa in Utrecht, waar vier dagen opvang 256 euro per maand kost. Daartegenover staat dat ouders zelf een dag of dagdeel meedraaien.

Kwaaitaal ziet dat als een pluspunt.

De kosten waren voor ons doorslaggevend, maar nu ik de voordelen ken, zou ik hier hoe dan ook voor kiezen. De betrokkenheid is groot, je ziet je eigen kind spelen met andere kinderen en de brengdagen zijn flexibel.

Iedere maand maken de ouders samen het rooster. De regels zijn soepeler dan bij reguliere kinderdagverblijven. Zo hoeven ouders niet gediplomeerd te zijn. Daarom wil het kabinet het recht op kinderopvangtoeslag voor deze crèches schrappen. Maar dan nog blijft het verreweg de goedkoopste optie.