Zondag lopen in Amsterdam 17.000 mensen de marathon. Waarom?

Het is niet zozeer de afstand, het is de metafoor, zegt Ed Caesar, schrijver van Two Hours, the quest to run the impossible marathon, een nieuw boek over de marathon. De uitputtingsslag geeft betekenis aan een comfortabel leven. Met 17.000 mensen proberen er zondag meer mensen dan ooit de 42 kilometer en 195 meter uit te lopen.

Door onze redacteur Hans Nijenhuis

Het was maar een kort berichtje in de krant, 16 mei 2011. Sammy Wanjiru, gouden medaillewinnaar op de Olympische Spelen van 2008 in Peking, was overleden na een val van zijn balkon in zijn woonplaats Nyahururu in Kenia, 24 jaar oud. Of was het geen val? Er ging een echtelijke ruzie aan vooraf en het slachtoffer had een rare wond op zijn achterhoofd.

„Als dit een voetballer was geweest, hadden er meteen 500 journalisten voor zijn huis gestaan”, zegt Ed Caesar, op dat moment verslaggever bij The Sunday Times Magazine en veteraan van diverse oorlogen in Afrika. Maar Wanjiru was geen voetballer, geen golfer, hij was marathonloper. En toen Ceasar in Nyahururu ging kijken was hij de enige.

Of het moord was of een ongelukkige val heeft Caesar niet kunnen oplossen. Hij ontdekte wel iets anders: ,,Ik zag overal groepen mensen rennen. Ik begreep er niks van. Probeerde iedereen daar beroepshardloper te worden? Het waren er duizenden! En allemaal dachten ze dat zij met lopen rijk zouden worden. Het was een goldrush.”

Ed Caesar raakte geobsedeerd door de marathon, met als resultaat Two Hours, the quest to run the impossible marathon, dat deze week in vertaling verschijnt. Net tussen de marathon van Eindhoven, afgelopen zondag, en die van Amsterdam, deze zondag. Een mooi moment om antwoorden te zoeken op vragen die ook marathonlopers zichzelf ook stellen over het, wees eerlijk, vrij bizarre streven om 42 kilometer en 195 meter zo snel mogelijk te voet af te leggen.

Ed Caesar werd door Foreign Press Association of London uitgeroepen tot Journalist van het Jaar in 2014. Hij schreef voor The New Yorker, The New York Times Magazine, The Atlantic en The Sunday Times Magazine. Caesar deed verslag vanuit Congo, Kosovo en Iran. Zijn website: www.edcaesar.co.uk.

Vraag al die deelnemers in Amsterdam naar de namen van de besten in hun sport en bijna niemand kent ze. Hoe kan dat?
„Dat is tragisch, niet? Maar het probleem is: deze mannen lijken allemaal op elkaar. Hun namen zijn moeilijk uit te spreken. Ze zijn niet bedreven in het geven van interviews. Meestal spreken ze niet eens behoorlijk Engels. En dan komen ze ook niet meer dan twee keer per jaar in actie - meer marathons op topniveau kan een lichaam niet aan. En na een jaar of drie raken ze versleten en is er weer een ander de beste. Het maakt het allemaal niet makkelijk om je te hechten, zoals je je kunt hechten aan Ronaldo of Robben, die vrijwel elke week spelen, zo’n tien jaar lang.

Daar komt bij: waarom zou je ook? Zoals de Noord-Afrikanen lopen is wel mooi om te zien, maar het lijkt ze ook zo makkelijk af te gaan. Het wordt pas interessant als je je verdiept in wat ze hebben moeten doen om hier in Europa te kunnen lopen. De weg naar de start is zoveel zwaarder dan de race zelf. Iemand als Geoffrey Mutai, die een kleine twee jaar de beste loper van de wereld was, (en die Caesar volgt in zijn boek) werd geslagen als kind, onderging een vreselijke besnijdenisceremonie, waar hij een maand buiten zijn familie in de bush moest doorbrengen. Hij heeft greppels gegraven, stenen gesjouwd, en daarnaast dus hardgelopen, in de hoop te worden ontdekt door een agent die hem in Westerse wedstrijden kan laten starten. Hoe meer je weet, hoe meer bewondering je krijgt.”

Het lijkt die toplopers zo makkelijk af te gaan. Is dat ook zo?

„Het ziet er misschien uit als een dans, zo elegant als ze lopen. Maar je ziet niet wat ze hun lichaam aandoen. Het is bruut! Niet zozeer de wedstrijden zelf, maar de trainingen. De hoeveelheid werk die zij verzetten is absurd. Het is niet zo dat ze langer lopen. Derek Clayton, de Australier die in 1969 een wereldrecord neerzette dat twaalf jaar bleef staan (2:08:34), liep 300 kilometer per week. Geoffry Mutai loopt 190 km per week. Maar hoe hij ze loopt! Heuvel op, heuvel af, in wisselende tempo’s, dat is echt aan aanslag op zo'n lichaam. Die mannen doen soms meer dan twintig kilometer aan snelheidstrainingen per dag. Dat is een halve marathon sprint. Elke dag!”

 

Hoe kan het dat de wereldrecords op de marathon elke keer weer verbroken worden?

„Bij de marathon tijdens de eerste moderne Olympische Spelen in 1886 liep alleen de winnaar onder de drie uur, de rest was langzamer. En toen was de afstand ook nog korter dan nu. De manier van trainen is veranderd. We eten gezonder. Veel meer mensen zijn gaan lopen. En dan is er de psychologische kant. Het menselijke brein reageert op nieuwe grenzen met de wens ook die weer te doorbreken. Het gaat er bij hardlopen niet alleen om wat je lichaam doet, het gaat erom wat je brein je lichaam opdraagt te doen.”

Komt er een moment dat de snelste loper de marathon in minder dan twee uur volbrengt?

„Twee uur is de Mount Everest. En die is uiteindelijk ook bedwongen. Elke keer als het wereldrecord weer iets wordt verbeterd, gaat het er weer over, ook bij die mannen zelf. Is het mogelijk? Niemand weet het, maar als je een grafiek zou maken met de beste marathontijden van 1886 tot nu, dan lijkt het logisch dat het gebeurt. Je kunt twee uur vrij snel halen, trouwens, als je bijvoorbeeld de ondergrond verandert. Maar dat telt niet, want de regels van de atletiekbond schrijven voor dat een marathon op straat wordt gelopen. Of als je in een lijn loopt, bijvoorbeeld over jullie Afsluitdijk, met de wind in de rug. Telt ook niet, want de regels schrijven voor dat start en finisch op hetzelfde punt zijn. Op 17 december vorig jaar, tien weken nadat Dennis Kimetto in Berlijn het wereldrecord op 2:02:57 zette, is een groep wetenschappers begonnen aan het sub2hours project, om ‘de loper te identificeren en te begeleiden die binnen vijf jaar onder de twee uur gaat lopen’. We gaan het zien. Niemand weet waar de grens ligt.” (Op die site heb je een mooie graphic)

Elk jaar komen er nieuwe schoenen uit. Maakt dat uit?

„Haile Gebrselassie (van 2007 tot 2011 wereldrecordhouder) zegt dat het allemaal te danken is aan de schoenen. Maar hij is een echte sneakerfreak. Betere schoenen maken je niet zozeer sneller, ze maken het je mogelijk vaker te trainen. Als je drie keer per dag loopt, moet je jezelf beschermen. De mannen die zo trainen, in Noord-Afrika, houden ook allemaal van demping. Hoe meer hoe beter. Wat wel grappig is, gezien de hele discussie over barefootrunning, waarbij mensen met zo dun mogelijk schoenen of zelfs op blote voeten terug naar de natuur willen. In de natuur zelf willen ze er juist van weg.”

Komt er een moment dat de snelste loper de marathon in minder dan twee uur volbrengt? Twee uur is de Mount Everest, zegt Ed Caesar. En die is uiteindelijk ook bedwongen. Als je een grafiek zou maken met de beste marathontijden van 1886 tot nu, dan lijkt het logisch dat het gebeurt. Deze grafiek komt van www.sub2hrs.com.

Of is het gewoon doping?

„Hardlopen is een manier om uit de armoede te geraken, dus er is wel een prikkel om iets te gebruiken. Ik heb alles gedaan om uit te vinden hoe het zit. Ik ben in Kenia ook genoeg mensen tegengekomen die als je ernaar vraagt zeggen: ja, ik kan je aan middelen helpen, ik doe ook alle topatleten. Maar dat betekent niet dat het ook echt zo is. Als ik de verhalen zag die de Sunday Times en de ARD onlangs brachten, dan denk ik: zo georganiseerd is het land nu eenmaal niet. Mijn indruk is dat Kenia wel een dopingprobleem heeft. Maar het is geen systeem zoals in de DDR, of zoals we dat bij wielrennen hebben gezien.”

De meeste sporters sporten met plezier. Je hoort zelden iemand die heeft genoten van zijn laatste kilometers op de marathon. Toch beginnen steeds meer mensen eraan. Waarom?

„Het is niet zozeer de afstand, het is de metafoor. De marathon staat voor allerlei andere moeilijke dingen in het leven. Een marathonvergadering, een marathonsessie. Marathon staat voor uitputting. En voor het uithoudingsvermogen om het onmogelijke dan toch te volbrengen. Dat is al zo sinds Dorando Pietri tijdens de Olympische Spelen in Londen in 1908 in elkaar zakte, de verkeerde kant opliep en over de finishlijn moest worden geholpen.

En wel, kijk ons nou. Het leven is voor de meesten van ons nog nooit zo makkelijk geweest. Je kunt je boodschappen thuis laten bezorgen. Kinderen worden met de auto naar school gebracht. Voor alles is een app op je telefoon. Een marathon lopen geeft betekenis. Je kunt iets wat eigenlijk niet kan. Het is een mijlpaal, zoals je trouwdag, en de geboorte van je kind. Daarom zijn ze populair geworden, niet omdat mensen willen afslanken ofzo. Het heeft te maken met de diepzinnigheid van de ervaring. Anders leven we maar gewoon ons leven, nietwaar?”