Zo’n online storm ruïneert onze levens

Nu iedereen op internet maar alles kan zeggen, durven steeds minder mensen vrijuit te spreken. De schandpaalcultuur is schadelijker dan staatssurveillance, vindt debattrainer Lars Duursma.

Illustratie Erik van Schagen

‘Going to Africa. Hope I don’t get AIDS. Just kidding. I’m white!’, twitterde Justine Sacco vlak voordat ze op het vliegtuig stapte. Terwijl ze hoog in de wolken zat, raakte een volksmenigte op drift. Meer dan 100.000 twitteraars schreeuwden om haar ontslag. Eenmaal geland was ze inderdaad haar baan kwijt. En was haar naam tot in de eeuwigheid bezoedeld. Allemaal door een misplaatste grap, die overigens ironisch bedoeld was.

We doen het allemaal wel eens: mensen die iets doms hebben gezegd publiekelijk veroordelen. Maar het loopt uit de hand, vooral op internet. Steeds vaker leidt één ongepaste of onbegrepen opmerking tot een heksenjacht waarbij een losgeslagen meute slachtoffers aan de schandpaal nagelt. Of iemand werkelijk schuldig is, lijkt nauwelijks relevant.

In het gunstigste geval kun je stellen dat sociale media het brede publiek een stem hebben gegeven die iedereen in staat stelt om, buiten de poortwachters van de macht om, onrecht aan de kaak te stellen dat anders onzichtbaar zou blijven. In het ongunstigste geval moet je constateren dat sociale media sociale massavernietigingswapens zijn geworden waarmee pesterijen op een tot voor kort ongekende schaal worden uitvergroot.

Neem Nobelprijswinnaar Tim Hunt, alom gerespecteerd als grondlegger van veel kankeronderzoek. Hij stond bekend als een zachtaardige collega. Tot 8 juni. Binnen 48 uur werd de wetenschapper een paria, die al zijn eredoctoraten direct moest opgeven. En dat allemaal vanwege een ongelukkig grapje op een symposium in Seoul, dat volledig werd verdraaid door een wetenschapsjournaliste. In een reeks kwaadaardige berichtjes op Twitter zette ze Hunt te kijk als een seksist, en de internetmeute deed de rest. Niet veel later bleek dat er weinig klopte van de beschuldigingen, die door vrijwel alle media klakkeloos waren overgenomen.

Op sociale media dreigt een parallelle rechtsstaat te ontstaan waarin mensen binnen luttele minuten worden aangeklaagd, veroordeeld en gestraft. Een virtueel volksgericht overvleugelt regelmatig onze traditionele rechtsstaat. Geen rechter kan de littekens van de schandpaal wegpoetsen. Ga maar na. Bij iemand die inderdaad schuldig blijkt, kan de reputatieschade nog worden meegenomen in de strafmaat – en dat gebeurt ook vaak. Maar wat als iemand onschuldig is? Dan zou hij natuurlijk een civiele rechtszaak kunnen starten. Maar tegen wie? Degene die de eerste steen gooide? Al die anderen die aan de heksenjacht meededen? Een juridische overwinning zal in de praktijk een pyrrusoverwinning zijn, omdat het hoger beroep wederom online plaatsvindt.

Wanneer durven we toe te geven dat onze vrijheid van meningsuiting een groot goed is, maar de vrijheid om bijna alles te kunnen zeggen uiteindelijk diezelfde vrijheid van meningsuiting ondermijnt? De allergrootste schade wordt namelijk niet aangericht aan het individu, maar aan het collectief. Aan ons dus, als samenleving. Deze schandpaalcultuur verandert nu al ons gedrag en dat zal alleen maar erger worden.

Ter illustratie leen ik graag het krachtigste argument uit de discussie over massasurveillance. Privacy is boven alles belangrijk omdat we ons anders gaan gedragen als we weten dat we in de gaten worden gehouden. Met een taxichauffeur in Singapore maakte ik eens een praatje. Ik had een politiestaat verwacht, maar zag nergens politie. Hoe komt het toch dat het hier zo veilig is met zo weinig politie op straat, vroeg ik. „Oh”, antwoordde de man, „dat is heel simpel. Maar een klein deel van de agenten draagt hier een uniform. Iedereen die naast je staat bij het stoplicht, kan een politieagent zijn. Maar dat weet je dus nooit zeker.” En daarom bleef iedereen dus braaf voor het rode licht staan.

Het was de filosoof Jeremy Bentham die als eerste een gevangenis uitdacht waarbij één bewaker honderden gevangenen kon controleren, zolang het voor hen maar niet duidelijk was wanneer ze in de gaten werden gehouden. Michel Foucault filosofeerde tweehonderd jaar later dat dit concept natuurlijk ook in scholen en fabrieken werkt. Weinig zaken onderdrukken een mens effectiever dan zelfcensuur. Keer op keer blijkt echter uit wetenschappelijke onderzoeken dat het gevoel in de gaten te worden gehouden vooral leidt tot wantrouwen, conformiteit en middelmatigheid. En ja: ook als je denkt dat je niets te verbergen hebt.

Zodra we het gevoel hebben dat de overheid ons in de gaten houdt, veranderen we dus al ons gedrag. Wat moet dan wel niet de impact zijn van het gevoel dat je niet alleen continu in de gaten wordt gehouden door alle mensen om je heen, maar dat een razende meute ook nog staat te popelen om je bij elke mogelijke misstap direct publiekelijk te vernederen, net zo lang tot je leven volstrekt is geruïneerd?

Ik vrees dat dát, meer dan wat ook, zorgt voor een cultuur van wantrouwen, conformiteit en middelmatigheid. Ik vrees dat niemand straks nog z’n kop boven het maaiveld uit durft te steken of iets bijzonders probeert. En dat niemand meer een gewaagde grap durft te maken – of dat nu online of offline is. Moeten wij als ouders straks onze kinderen, vanaf het eerste moment dat ze kunnen praten, al leren dat ze niet te veel mogen afwijken van de anderen? Dat het altijd riskant is om iets nieuws te bedenken, een gekke dans in te studeren of een rare tekening te maken?

Nu iedereen maar alles kan zeggen, durven steeds minder mensen vrijuit te spreken. Deze schandpaalcultuur verwoest niet alleen individuele levens, maar ondermijnt de vrijheden van ons allemaal. Blijven we accepteren dat iedereen maar straffeloos kan straffen? Het antwoord op die vraag bepaalt of onze kinderen straks nog in vrijheid kunnen opgroeien.