Wil je Adele of Bach?

Op Amsterdam CS staat sinds een jaar een vleugel. Volgende maand krijgt het tiende station in Nederland een piano. Interactie is voor het publiek belangrijker dan muzikaal talent.

De piano in de centrale hal van het Centraal Station in Amsterdam.

Als Stephan Harsono (19) rond vier uur ’s middags achter de piano op Amsterdam Centraal Station kruipt, neemt het aantal toeschouwers snel toe.

Zijn muziek is klassiek, donker en dramatisch. Harsono maakt er een show van: zijn vingers bewegen razendsnel over de toetsen, zijn hoofd hangt naar voren, zijn linkerhand blijft soms hangen in de lucht, hoog boven de vleugel. ‘Deel je talent – Share your talent’ staat er in een cirkel rond het instrument.

De piano’s op de treinstations zijn een initiatief van de Nederlandse Spoorwegen (NS). De eerste vleugel werd een jaar geleden de stationshal van Amsterdam Centraal binnengereden, vlak daarna volgde Breda. Beide stations worden verbouwd. „We zochten een manier om deze locaties tijdens de werkzaamheden aantrekkelijker te maken”, zegt woordvoeder Carola Belderbos. „Reizigers ervaren stations in verbouwing als minder sfeervol.”

Checken of de pianist wel speelt

Op een maandag in september is de piano op Amsterdam Centraal bijna continu bezet. Sommige pianisten houden hun rugzak op, ouders zetten de kinderwagen ervoor, mensen in de rij voor een kaartje staan met hun rug naar de automaat. Jong en oud spelen, de meesten duidelijk ervaren. Studenten van het conservatorium hebben bladmuziek mee. Soms lopen luisteraars een rondje om het instrument, om te checken of de pianist wel echt speelt.

Harsono – trenchcoat, overhemd en rolkoffertje – komt uit Indonesië en woont sinds twee jaar in Amsterdam, waar hij aan het conservatorium studeert. „Op mijn zestiende zag ik voor het eerst een video van Wibi Soerjadi. Ik heb hem toen zo’n honderd mails gestuurd, met een overzicht van mijn repertoire en de vraag of ik hem mocht ontmoeten.” Na een paar weken kreeg Harsono antwoord. „Hij was onder de indruk van de nummers die ik op zo’n jonge leeftijd speelde en nodigde me uit. In Nederland zei hij dat ik een leraar nodig had; ik ben een soort torpedo, ga alle kanten op. Ik heb wel talent, maar ook begeleiding nodig.”

Hij komt net terug uit Frankfurt waar hij meespeelde met een huisconcert. Sinds de jonge pianist vorig jaar een prijs won op het Prinses Christina Concours, wordt hij geregeld uitgenodigd om mee te spelen met prestigieuze orkestgroepen, zoals het Residentie Orkest in Den Haag en het Nederlands Philharmonisch Orkest. „Deze piano op Amsterdam Centraal gebruiken studenten van het conservatorium als try-out voor concerten. Dan spelen we hier een paar uur achter elkaar en kijken we hoe het publiek reageert. Ik begin altijd met een nummer waar ik de aandacht mee trek: jazz of pop, daarna stap ik over op klassiek, een stuk van Liszt bijvoorbeeld. Ik wil mensen laten zien dat klassiek ook spannend is.”

Echt luisteren is voor concertzalen

De piano’s staan inmiddels niet alleen op stations die worden verbouwd. In november komt een tiende piano – de NS bepaalt, in samenwerking met ProRail en de gemeente, welke stations een instrument krijgen – op het station van Arnhem. De meeste instrumenten koopt de NS zelf, soms worden er exemplaren geschonken, zoals in Nijmegen door de stichting Buiten Spelen.

Voor reizigers die vanwege vertragingen zijn gestrand of om andere redenen langer verblijven op een station, wordt reistijd zo minder beschouwd als verloren tijd. Dat is een aardig idee, maar is het wel mogelijk om echt aandachtig te luisteren naar muziek in de openbare ruimte?

Volgens Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam, gaat het hier niet om aandachtig luisteren. „Dat doe je in concertzalen. Het gaat om mensen die toevallig langskomen en worden gegrepen door het feit dat er een vleugel, een luxe-instrument, staat op een station. Het maakt pianomuziek toegankelijker: je hoeft geen dertig jaar concertpianist te zijn om er te spelen. Het publiek komt halverwege een nummer binnen en kan ook ieder moment weer weggaan. Dat is allemaal tegen de regels van de klassieke muziek in, maar maakt het wel ongedwongen.” Muziek is ook een sociaal verschijnsel, benadrukt Honing. „Het is prettig om wachttijd zo met elkaar door te brengen. Dat de akoestiek misschien niet al te best is, doet er op deze plek niet toe.”

Toch wordt niet overal het pianospel gewaardeerd. Er stond een piano in Delft, maar die is verwijderd: te veel vandalisme en te weinig toezicht. „Daar hebben we van geleerd”, zegt Belderbos. „De instrumenten kunnen alleen op plekken staan waar voldoende toezicht is. En ’s nachts gaan de meeste piano’s op slot.”

Remy Kabel uit Delft baalt ervan dat de piano op het station in zijn woonplaats is weggehaald. Maar hij begrijpt het ook: „Daar speelden vaker mensen die niet kunnen spelen. De NS heeft de vleugel weggehaald omdat er te veel vandalisme zou zijn, maar volgens mij hebben Starbucks en andere horeca geklaagd, want slecht pianospel draagt natuurlijk niet bij aan ‘een lekker koffiemoment’.”

Kabel heeft stijldanstraining bij Schiphol en speelt op de heen- of terugweg ongeveer een uur piano op Amsterdam Centraal. „Ik plan het in en als het gezellig is blijf ik twee uur.”

Hij vraagt mensen wat ze willen horen en probeert het publiek mee te laten zingen met populaire songs als ‘All of me’ van John Legend of ‘To make you feel my love’ van Bob Dylan, in de versie van Adele.

Soms is het publiek wat passief, maar laatst heeft Kabel een hele avond popliedjes gespeeld en met tien man gezongen. „We trokken zo’n 150 man publiek. Het allertofste was toen ik een keer een flashmob organiseerde met de stijldansvereniging. We waren met dertig mensen, een voor een voegde iemand zich bij de groep dansers en uiteindelijk gingen ook mensen uit het publiek meedoen.”

Midden in de nacht vindt hij het ook leuk om te blijven spelen. „Qua mensen is er dan een combinatie van excentrieke types en getalenteerde zwervers. Ik heb weleens expres twee nachttreinen gemist.”

Het is inmiddels vijf uur in de middag op het Centraal Station van Amsterdam. Er komt steeds meer publiek bij de piano: reizigers komen van hun werk en hebben meer tijd om te blijven luisteren. Als een van de conservatoriumjongens speelt, komen er iPhones tevoorschijn om te filmen.

Een toeschouwer leunt tegen een pilaar en fluistert: „Amazing”.