Schaalvergroting

Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem was een lelijke, betonnen klomp die plotseling opdoemde tussen de bomen. Zo zagen marktwerking, deregulering en schaalverzorging in de zorg er dus uit.

Met mijn zus in de file voor de slagboom van de parkeergarage, een zak zoete drop op het dashboard. Het was lang geleden dat we samen iets gedaan hadden. We hadden door Velp gewandeld. Koffie gedronken bij een café dat de naam van ‘Leuk’ in ‘Erg leuk’ had veranderd. Uit verveling bij onze lagere school naar binnen gelopen, waar het nog hetzelfde rook als toen.

Achter een streep wachten tussen de andere mensen op een van de zes liften. Iedereen in deze fabriek mankeerde iets of leek iets te gaan mankeren. Zelf oogde ik ook niet fris zag ik in de spiegel naast de galerij met knoppen. Waarom hing daar een spiegel?

Over mijn moeder wist niemand iets. Ze brachten ons naar een lege plek in de opgegeven kamer. Ze zou er ontwaken tegenover een meneer die door moest zonder onderbeen. Een hoofd onder de lakens, ernaast, op een stoel, het bezoek dat uit een doos chocolade snoepte.

Ze was er nog niet.

„Weggebracht, maar nog niet terug gekomen.”

Wachten in de enorme hal.

De avond voor de ochtend van de operatie had ze me drie spaarkaarten van ziekenhuiscateraar Vermaat in de handen gedrukt.

„Hier jongen.”

Dertig schots en scheef geplaatste stempels, goed voor drie zuurverdiende kopjes koffie. Gespaard in de tijd dat ze in Rijnstate bij mijn broer een oog hadden verwijderd en daarna toen mijn vader er weg kwijnde.

We streken neer op de formica stoeltjes van het restaurant, waar een paardenstaart ons het voordeeltje door de neus boorde. Ze deden niet meer aan stempelkaarten, wel aan maaltijdacties onder de noemer ‘Eten & Drinken doe je samen’.

Contact met de arts, een jongen op gymschoenen onder de witte jas. Hij zei het maar op z’n Arnhems: „Nou, de pootjes zitten er nog aan.”

En verder was het afwachten.

Een dag later een telefoontje met de mededeling dat ze had ‘gespookt’. Een delier, plotselinge verwardheid. Ze had geroepen om haar kinderen en kleinkinderen omdat die er ’s nachts niet waren. Dat beeld ontroerde en stemde mild.

Pas nadat via via de een klemmend beroep op mij werd gedaan om de kranen in haar woning na gebruik vooral dicht te draaien, wist ik dat het naar omstandigheden goed ging.

Mijn moeder was terug op aarde.