Column

Realpolitik in het Europa van Merkel

Door de dubbelaanslag van zaterdag in Ankara lopen de etnische spanningen in Turkije op. Foto Emrah Gurel/AP

Misschien zou Angela Merkel liever wachten, die luxe heeft ze niet. Duitsland heeft Turkije nodig, de hele EU heeft Turkije nodig, om greep te krijgen op de vluchtelingencrisis. Dus reist de bondskanselier zondag naar Turkije, om zaken te doen met president Erdogan. Met op zak het akkoord van de EU-top van vannacht.

Twee weken voor de Turkse parlementsverkiezingen geeft Merkel Erdogan zo een steun in de rug. Ze reikt de man de hand die zijn land steeds autoritairder bestuurt. Die kritische politici en journalisten laat oppakken en vervolgen. Die het vredesproces met de Koerden heeft ingeruild voor oorlog. En die de verdeeldheid in Turkije aanwakkert, terwijl hij zijn land niet buiten de oorlog in buurland Syrië weet te houden.

Maar veel keus heeft ze niet. Europa is niet meer in een positie om de Turkse leider de les te lezen. Of dat ooit effectief is geweest valt te betwijfelen, maar door de vluchtelingencrisis zijn de krachtsverhoudingen in elk geval veranderd. Nu klopt Europa als vragende partij bij Erdogan aan. En Europa heeft haast. Dus als een snelle afspraak met Erdogan over de vluchtelingen voor hem een opsteker is in de aanloop naar de verkiezingen van 1 november, dan is dat maar zo. Realpolitik in het Europa van Angela Merkel.

De vraag is hoe ver die realpolitik gaat. Europa is bereid een flinke prijs te betalen om medewerking van Erdogan te krijgen. Meer geld voor de opvang van de twee miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, dat blijkt geen punt. Maar zijn de Europese leiders ook bereid om Turken zonder visum naar landen van de Europese Unie te laten reizen? Die kant gaat het op – en dat zou nog eens een concessie zijn waarmee Erdogan bij de Turkse kiezers kan aankomen.

Maar er staat meer op het spel dan de vraag of er een geloofwaardige afspraak over de vluchtelingen valt te maken. Nog maar vijf jaar geleden gold Turkije als een baken van democratie en vooruitgang in een problematische regio. De economie had de wind in de zeilen. Volgens sommigen, onder wie president Obama, was Turkije een model voor andere islamitische landen.

Maar nu is het een intens verdeelde samenleving. De bloedige aanslag van zaterdag in Ankara heeft zelfs niet tot kortstondige eensgezindheid geleid. De etnische spanningen lopen juist steeds hoger op. En intussen is de angstige vraag of de chaos uit Syrië overslaat en ook Turkije in zijn greep krijgt. De recente aanslagen, waar Islamitische Staat achter lijkt te zitten, zijn een onheilspellend voorteken.

De vluchtelingencrisis laat zien hoe belangrijk een stabiel Turkije voor Europa is. Een Turkije waarmee Europa goede betrekkingen heeft. Gaat het mis in Turkije, dan kan de toestroom van Syriërs naar Europa nog veel groter worden. Maar niet alleen dat.

Wordt Turkije meegesleurd in de uitzichtloze Syrische oorlog, dan hebben de Europese landen een veel groter probleem. Turkije is lid van de NAVO, en kan als het aangevallen wordt aanspraak maken op hulp van zijn bondgenoten. NAVO-chef Stoltenberg verzekerde de Turken vorige week dat de NAVO bereid is zo nodig troepen te sturen om Turkije te verdedigen. Ook hij heeft weinig keus: onderlinge solidariteit is de kern van de NAVO.

Turkije heeft wél iets te kiezen. Als het meer wil zijn dan een buffer tussen Europa en het Midden-Oosten, dan is het nog niet te laat om te kiezen voor een duidelijke koers richting Europa. Maar dat betekent meer dan afspraken maken over vluchtelingen. Daar hoort ook respect voor minderheden en de rechtsstaat bij. Zo’n keuze zou in het belang zijn van Europa én Turkije. Maar wie overtuigt Erdogan daarvan?