Onbestuurbaar? Dat vind ik zo’n apocalyptisch woord

Twaalf burgemeesters vertrokken voortijdig. Maar Plasterk niet daadkrachtig? Dat laat de minister zich niet zeggen

Minister Ronald Plasterk ziet onrust in het lokaal bestuur, onder meer door afsplitsingen. „Binnen mijn mogelijkheden als minister zijn er niet zo veel opties.”

Zeg niet dat de onbestuurbaarheid van Nederland onmiskenbaar toeneemt. Plaats ook geen vraagtekens bij zijn daadkracht. En vraag al helemaal niet door over gedane beloftes. Dan raakt Ronald Plasterk (58, PvdA) geïrriteerd.

De minister van Binnenlandse Zaken heeft weinig tijd als hij deze krant midweeks ontvangt. In Rijswijk zijn gemeenteraadsleden bedreigd die voor de komst van een asielzoekerscentrum zijn. Plasterk: „Daar wil ik naartoe, om ze een hart onder de riem te steken.”

Aanleiding voor het gesprek is een oplopend aantal gemeenten die politiek verlamd raken door disfunctionerende gemeenteraden, opspelende integriteitskwesties en versplintering van de politiek. Op een recente bijeenkomst van burgemeesters in debatcentrum De Rode Hoed in Amsterdam luidde oud-minister en voormalig burgemeester Thom de Graaf (D66) de noodklok. „Niets erodeert zo sterk de lokale democratie als helemaal niets doen en denken dat het vanzelf beter gaat.” Op dezelfde bijeenkomst zei commissaris van de koning in Noord-Holland Johan Remkes (VVD) dat er sprake is van „toenemende kippendrift in de lokale politiek”. Het gevolg: „polarisatie” in plaats van een „probleemoplossende houding”.

Bij de door bijna 200 burgemeesters bezochte bijeenkomst kwam Remkes met voorstellen om in te kunnen grijpen bij „wanpresterende” gemeenten. Als voorbeeld noemde bij Bloemendaal, waar na aanhoudende politieke ruzies zelfs de waarnemend burgemeester vroegtijdig vertrok en het gemeentebestuur strandde. Remkes wil als commissaris probleemgemeenten kunnen dwingen tot herindeling óf de gemeenteraad ontbinden om nieuwe, tussentijdse, verkiezingen uit te kunnen schrijven. Remkes in Amsterdam: „Een wettelijke stok achter de deur als de lokale democratie wanpresteert en er sprake is van taakverwaarlozing.”

De ook aanwezige Plasterk schudde het hoofd. Dat leidde weer tot ergernis bij aanwezige burgemeesters. Onder hen leeft de angst ook kapitein te worden van een onbestuurbaar schip. Dit jaar vertrokken al twaalf burgemeesters vroegtijdig. Een verdubbeling van het gemiddelde in de afgelopen jaren.

Wat zegt u dat?

„Dat de rust is verdwenen uit de lokale politiek en hier en daar de stabiliteit van het bestuur in het geding is. Maar onbestuurbaarheid dreigt absoluut niet. De situatie zoals die zich onlangs in Bloemendaal voordeed en de commissaris van de koning bewoog om wat uitspraken te doen, is echt een uitzondering. Ik herken wel de versplintering van de politiek en de volatiliteit van kiezers; hun stemgedrag is steeds minder voorspelbaar. Die combinatie maakt dat je soms ongewisse situaties krijgt.”

Het zijn elementen die bijdragen aan wat Remkes bedoelt met onbestuurbaarheid.

„Dat vind ik zo’n apocalyptisch woord. Tuurlijk, er zijn enkele zorgwekkende elementen. Zo is de aanwas van nieuwe gemeenteraadsleden op sommige plekken lastig. In kleinere gemeenten klagen ervaren raadsleden weleens over het feit dat ze de fakkel graag een keer over willen dragen, maar dat er geen beschikbare mensen zijn van onder de veertig. Tegelijkertijd zijn er ook steden waar mensen elkaar de tent uitvechten om gemeenteraadslid te kunnen worden.”

U sust, terwijl het betoog van Remkes juist vrij alarmerend is.

„Ach, zo kennen we hem. De kat de bel aanbinden. Dat is wat hij doet.”

Wat vindt u van zijn voorstellen?

„De mogelijkheid tot herindeling bestaat al, maar dat is een wet die door de Eerste en Tweede Kamer moet worden aangenomen. De commissaris kan een initiërende rol spelen. Maar hij of zij kán dat niet afdwingen volgens de grondwet. Het zou ook buitenissig zijn. Dat weet de heer Remkes ook wel. Weet u, ik lees het maar zo: hij wil het initiatief tot herindeling kunnen nemen en de kat de bel aanbinden. Nou, dat mag.”

Je kunt ook zeggen: de situatie in gemeenten als Bloemendaal is „buitenissig”. Dat vraagt om een paardenmiddel.

„Die zijn er. Er kan bijvoorbeeld een waarnemend burgemeester worden aangesteld met de specifieke opdracht de boel op orde te brengen.”

Die was er in Bloemendaal. Maar zelfs die hield het niet vol.

„Dat is vervelend, maar over het algemeen werkt dat goed. En als dat niet voldoende is, zou je wellicht een herindelingsprocedure kunnen starten. Dat gaat nogal ver vind ik, om een gemeente gedwongen op te heffen.”

Plan twee: de gemeenteraad kunnen ontbinden voor tussentijdse verkiezingen.

„Dat vereist een grondwetswijziging. Het voornemen om dat te doen, heb ik niet. Tussentijdse raadsverkiezingen leiden eigenlijk altijd tot een lagere opkomst. En dat begrijp ik. Ik vind ook dat je de kiezer daar niet mee moet lastigvallen. Politici moeten met elkaar een oplossing vinden.”

De toch zeer ervaren Remkes ziet desondanks de noodzaak.

Plasterk zucht. „Zijn voorstellen waren niet heel specifiek uitgewerkt. Hij is bovendien een voorganger van mij in dit ambt dus ik ga ervan uit dat hij het staatsrecht kent. Ik zie niet de noodzaak van nieuwe instrumenten. Maar ik ontken niet dat er iets aan de hand is.”

U zegt vooral wat er allemaal niet kan. Politiek is ook een kwestie van willen, toch?

„Ik wijs op wat er al kan.”

Een jaar geleden zei u te gaan onderzoeken wat u kunt doen tegen afsplitsingen. Hoe staat het daarmee?

„In feite heb ik dat gedaan. Ik heb me op de mogelijkheden op landelijk niveau georiënteerd. Mijn conclusie: binnen mijn mogelijkheden als minister zijn er niet zoveel opties. Dat geldt ook voor het lokale niveau, denk ik.”

Denkt u dat of weet u dat?

Zacht: „Dat denk ik.”

Na een slok water: „Dat ik aan die afsplitsingen niet één, twee, drie iets aan kan doen, is een beetje een onbevredigende situatie.”

U straalt in niets uit dat de door burgemeesters gevreesde onbestuurbaarheid u wakker houdt.

„Ik kan u zeggen: het heeft mijn volle aandacht.”

Zo gaat het een aantal keer tijdens het gesprek. Plasterk raakt zichtbaar geïrriteerd. Hij vindt dat er sprake is van vooringenomen vragen en „een beeld dat hij niets zou doen”.

U zei in Amsterdam „te investeren in de aantrekkelijkheid van het burgemeestersambt”. Waar bestaat die investering uit?

Plasterk begint aan een wijds betoog dat politici en bestuurders met respect over hun eigen ambt moeten spreken. „Woorden als neppolitici en zakkenvullers horen daar niet bij.” Een onderbreking van zijn betoog wijst hij af. „Laat me even uitpraten.” Zijn inzet: de arbeidsvoorwaarden voor „politieke ambtsdragers” in het algemeen moeten behouden blijven. Daarmee wil hij het interview afronden. „Het is een hele klus om te zorgen dat die niet worden versoberd zoals verschillende partijen nu willen.”

Dus uw investering is behouden wat er al is?

„Voor een groot deel wel. Dat klopt.”