Javastraat

Niels is weg. Het moest er een keer van komen, natuurlijk, maar dan nog: jammer dat hij weg is. Het staat al maanden op zijn kiosk, Javastraat, hoek Sumatrastraat: „Dank je wel Niels voor 58 jaar bloemen.” Meer dan een halve eeuw was Niels een baken van het oude Nederland en nu is zijn kiosk op de stoep voor slagerij Het Lange Mes dicht. Ik maakte graag praatjes met Niels, de gedrongen en de pensioengerechtigde leeftijd reeds lang gepasseerde bloemenverkoper in Amsterdam-Oost. Even van mijn fiets stappen, vragen hoe het ging.

Niels zag ik als de barometer van de stad. Zo ongeveer de hele moderne geschiedenis stond op zijn ogen geëtst, op zijn oude jongensogen, onverschrokken twinkelend achter zijn bril. Je hoefde maar een grootstedelijke ontwikkeling te noemen en Niels wist ervan. Hij had het meegemaakt — ze hadden hem niet stuk gekregen.

Kocht ik in december een kerstboom bij hem, begon hij over de ‘buitenlanders’: die doen niet aan Kerst en zetten geen dagelijkse blommetjes op tafel. Dat merkte Niels aan zijn omzet, die in het verleden, met als piek de gouden jaren zeventig, zo prettig was geweest. Dat noemde hij ‘Nederland’. Niels leverde aan Nederland en er kwam in de jaren tachtig steeds meer buitenland. Fatsoenlijke uitbaters, die van de brede, zo fraai buigende Javastraat een nette winkelstraat hadden gemaakt, vertrokken. Turken en Marokkanen en Irakezen en Surinamers kwamen. De Javastraat en de Indische buurt eromheen verloederden. Het optimisme over de multicultisamenleving verloederde mee.

Niels bleef. Ook tijdens het dieptepunt, begin deze eeuw, zijn kiosk omgeven door nagelstudio’s, belwinkels, dönerzaken, winkels met Arabische rommel en vele, vele groentewinkels bleef Niels. Desnoods bezorgde hij de verhuisde blanken hun blommetjes eigenhandig in hun bejaardentehuis. Hoeveel er ook werd witgewassen, gegokt en in drugs gehandeld, Niels bleef vriendelijk tegen de buitenlandse mensen. En zie, de laatste jaren keerde Nederland terug. Barometer Niels zag opklaringen. Aarzelend en met ongelooflijk veel steun van de overheid en woningcoöperaties trad ‘differentiatie’ op. Dit ambtelijk eufemisme voor de komst van jonge kansrijke blanken bracht meer blommetjes op tafel.

Rechts zag Niels het zoveelste Turkse koffiehuis dichtgespijkerd worden vanwege illegale praktijken; links het zoveelste hippe koffiehuis voor blonde twintigers met laptops en gezonde broodjes geopend worden. Niels verbaasde zich nergens meer over. Iedere ochtend voor vijven op, naar de veiling in Aalsmeer, half acht hier een bammetje, blommetjes uitstallen, acht uur open. Een barometer van staal.

Maar nu is hij dicht. Zijn kiosk wordt gebruikt als reclamezuil voor een modern etablissement dat in de verlaten Slagerij het Lange Mes zal trekken. En dat de stoep onder zijn kiosk zal benutten als terras. Je kon erop wachten. Heel Amsterdam levert zich uit aan de horeca. Als een van de laatste winkelstraten gaat ook de Javastraat door de knieën.

Ik liep gisteren enkele van die hippe tenten binnen. De uitbaatsters luisterden naar namen als Sarah en Esther. Joodse namen in een wereld vol Ahmeds en Mustafa’s. Best grappig. Ik vroeg me af hoe Niels daarover dacht. Ik kon het niet vragen.