Honderd kunstenaars – een opwekkende momentopname

De ‘NRC Cultuur Top 100’ die gisterochtend publiek werd gemaakt, bleef niet onopgemerkt. Terwijl er op de sociale media even prompt als voorspelbaar werd gemord dat kunst geen wedstrijd is en kunstenaars niet op lijstjes thuishoren, twitterde componist Michel van der Aa welgemoed: „Damnit, no.53, middenmoot, sorry mam ik zal nog beter mijn best doen ;-)”. Nummer 1, architect Rem Koolhaas, liet in een NRC-interview weten dat zijn Nederlandse nationaliteit hem weinig zegt: „Ideologisch gezien voel ik me een Europeaan.” En schrijver Arnon Grunberg, op 49, mailde naar de redactie: „De NRC Cultuur top-100, ach, er zijn ergere dingen om in te staan.”

Hun reacties vatten samen waar de Top 100 voor staat: voor het grenzenloze karakter van de kunsten en het arbitraire karakter van succes. Deze rangorde bepaalt op basis van internationale uitstraling de stand van zaken op cultureel gebied in Nederland.

Uit een groslijst van cultuurdragers met een zekere mate aan prestige, invloed, media-aandacht en omzet over de grens, rolde op een divers terrein een klassement van 1 tot 100. Het oordeel van tien deskundigen bepaalde deze, dus er is sprake van een mate van subjectiviteit - in de kunsten bestaan per definitie geen objectieve maatstaven.

Dit is dan ook geen in beton gegoten rangorde, maar de eerste van een jaarlijkse momentopname. Juni volgend jaar zal, met een andere jury en dus met andere accenten, in een volgende NRC Cultuur Top 100 voor 2015 worden vastgesteld welke cultuurdragers internationaal de meeste aandacht trokken.

Deze eerste Top 100 echoot de wereldwijd traditionele voorkeur voor design, dans en fotografie uit Nederland. Die was bekend, niet voor niets nam koningin Beatrix nogal eens het Nederlands Dans Theater (no. 35) mee op staatsbezoek. Daarnaast valt de waardering op voor Nederlands avantgardistische toneelmakers en natuurlijk het grote succes van de dj’s. Zij dragen bij aan het imago van Nederland. De vraag is waarom de leeftijd in de lijst desondanks gemiddeld hoog ligt. Wordt jong talent internationaal onvoldoende over het voetlicht gebracht? In volgende jaren moet blijken of dat kan veranderen. Bovendien moet blijken of die jonge garde kan voortzetten wat de oude garde nu presteert. Immers, het merendeel van hen ontbloeide en kon zich ontwikkelen dankzij het Nederlandse systeem van kunstsubsidies dat nu nogal onder vuur ligt. Niet voor niets vertelt topchoreograaf Hans van Manen (83, plaats 7) onvermoeibaar dat hij zonder subsidie nooit geweest zou zijn wat hij nu is: wereldberoemd, maker van een enorm en geliefd oeuvre. De trots van Nederland.