Hier kun je niet in gaan sporten

Zaterdag, als de Dutch Design Week officieel opent, moet de expositie een dag weg; dan wordt in het Philips-stadion een voetbalwedstrijd gespeeld. Zondag worden tussen tribunes en veld weer zes tunnels met poppen neergezet, met daarin werk van net afgestudeerde modeontwerpers uit de hele wereld.

Bijna zolang de Dutch Design Week bestaat, is er al een hoekje mode. De laatste jaren wordt de tijdelijke mode-expositie steeds een beetje ambitieuzer. Sinds 2013 is de organisatie in handen van Ellen Albers, eigenaar van de Eindhovense conceptstore You are here. Zij koos ervoor ook ontwerpers uit te nodigen die niet in Nederland zijn opgeleid, „omdat dat meteen meer lading geeft”, en ze zoekt naar bijzondere locaties: een oude kazerne, een voormalige discotheek en nu dus het stadion. Albers wil ermee illusteren dat sportkleding een steeds grotere rol speelt in de mode. Niet alleen sportschoenen, ook sportleggings hebben de overstap naar de straat gemaakt. „En de echte stofinnovatie komt uit de sportwereld.” Curatoren Niek Pulles en Harm Rensink selecteerden 46 outfits van 42 ontwerpers. Verwacht in de vrolijke tentoonstelling, waarin de poppen in sportieve houdingen staan, geen draagbare fusies tussen sportkleding en mode. Het gaat het om uitbundige vormen en kleuren en vernieuwend en eigenzinnig materiaalgebruik. Het eindexamen is het moment waarop ontwerpers aan de buitenwereld laten zien waartoe ze creatief in staat zijn – commercie speelt nog geen rol.