Gangstervriendjes van de FBI

Is Black Mass over de gangster James Bulger wel het volledige verhaal? De FBI zal er vast wel tevreden mee zijn.

Johnny Depp als de kille psychopathische gangster James ‘Whitey’ Bulger inBlack Mass.

Nabestaanden boos, gangsters boos: eigenlijk zal alleen de FBI blij zijn met Black Mass, over het schrikbewind van de Ierse gangster James ‘Whitey’ Bulger in Boston tussen 1975 en 1995.

„Het is eenvoudiger een film over Al Capone of John Dillinger te maken”, verzucht regisseur Scott Cooper in Londen. Daar moest hij een faux pas van hoofdrolspeler Johnny Depp sussen. Depp vertelde de pers eerder dat ergens in Bulger een warm hart klopte en dat „een deel van hem” blij was dat de gangster zo lang uit handen van justitie was gebleven – Bulger was 16 jaar op vrije voeten voordat hij in 2011, hoogbejaard, werd ingerekend in Santa Monica, Californië. Die woorden vielen slecht bij nabestaanden als de broer van Deborah Hussey, die Bulger wurgde omdat ze te veel wist over haar stiefvader en minnaar Stephen Flemmi.

Ook de gangsters van toen roeren zich. De advocaat van de nu 86-jarige Bulger vindt Johnny Depp meer lijken op de Mad Hatter uit Alice in Wonderland dan op zijn cliënt, die zelf Depp niet wilde ontmoeten. Bulgers gewezen lijfwacht Kevin Weeks noemt Black Mass „pure fantasie”: hij komt er zelf nogal onbenullig vanaf.

Het zijn de risico’s van het ‘true crime’-genre, zeker als de gedramatiseerde misdaden zo recent, stuitend en geruchtmakend zijn als die van Whitey Bulger. Hij is een kille, sluwe psychopaat met ijsblauwe staarogen die sober en gedisciplineerd leefde. In de jaren tachtig kreeg hij met rugdekking van de FBI de complete onderwereld van Boston onder controle, van illegaal gokken tot prostitutie en drugshandel. In de bovenwereld heerste zijn jongere broer Billy als meerderheidsleider van de senaat. Het zaaide een sfeer van moedeloos cynisme in Boston.

Het grootste FBI-schandaal ooit

Black Mass richt zich vooral op zijn dubieuze relatie met de FBI. De affaire-Bulger groeide in 1998 uit tot het grootste FBI-schandaal ooit. Net als de Nederlandse IRT-affaire van 1994, toen een rechercheteam criminele informanten partijen cocaïne liet importeren om ze ‘door te laten groeien’ in de onderwereld, sloot de FBI de ogen voor Bulgers misdaden in ruil voor informatie.

Of zijn tips echt hielpen bij de val van Italiaanse maffiosi is discutabel; zeker is wel dat de FBI in ruil afluisteroperaties van de lokale politie tegen Bulger saboteerde. Hij kon zijn gang gaan mits hij geen drugs dealde of moordde, was het eerst. Zolang hij niet moordde, werd het later, tot het duo Bulger-Flemmi zelfs een soort ‘licence to kill’ claimde.

In zijn met vier Oscars bekroonde film The Departed, over wederzijdse infiltratie, baseerde Martin Scorsese gangster Frank Costello (vertolkt door Jack Nicholson) al op Whitey Bulger. Het laatste shot van die film is een rat, jargon voor verklikker. De eerste woorden van Black Mass zijn: „I’m not a rat.” Dat zegt gangster Kevin Meeks als hij zijn vrienden verlinkt in ruil voor strafvermindering.

Niemand is een rat, iedereen praat: misdaadbestrijding als informatieoorlog. Door in te zoomen op de relatie van Bulger en FBI-agent John Connolly die hem ‘rekruteerde’ toont Black Mass hoe dat werkt. Joel Edgerton speelt Connolly als een indiscrete, luidruchtige Ier uit Boston-South die als schooljongen opkeek tegen Bulger. Connolly wist dat zijn status bij de FBI afhing van informanten. Dus sloot hij een alliantie met Bulger, overdreef het belang van zijn tips en bagatelliseerde zijn misdaden.

Zo’n tien agenten waren corrupt

Terwijl de FBI’ers vanwege hun succes tegen de Italiaanse maffia mediasterren werden, feestten Connolly en zijn drankzuchtige supervisor John Morris met Ierse gangsters en namen sieraden, kisten wijn, uitstapjes en enveloppes met smeergeld aan – tot ze met huid en haar aan hen waren overgeleverd.

Wat de film niet laat zien, is hoe de FBI ook na 1990 Bulger rugdekking gaf, toen Connolly en Morris vertrokken naar de privésector, deels om het eigen falen toe te dekken. Tot dat in 1995 niet meer ging, Bulger na een tip van Connolly nipt ontsnapte en zijn partner Flemmi zich beriep op de ‘informant defence’: misdaden begaan met toestemming van de FBI zijn niet strafbaar.

Black Mass volgt de FBI-versie waarin Morris en Connolly de twee enige rotte appels zijn die hun sceptische chefs om de tuin leidden. Morris verklaarde dat in ruil voor immuniteit, Connolly zweeg en zit nu veertig jaar uit voor zijn rol in de afrekening met een tipgever tegen Bulger: de enige die echt geen rat bleek. Waarschijnlijk waren zo’n tien FBI-agenten corrupt en dekten hun bazen dat toe. Maar dan is het niet langer een verhaal van persoonlijke ethiek, maar institutioneel falen. Regisseur Cooper beseft dat Black Mass de bodem niet raakt, maar stelt dat het in speelfilms niet gaat om feiten maar „psychologische waarheid, menselijkheid en emotie”. Misschien, maar dat is ook een aansporing om true crime-films met argwaan te bekijken.