Eerst de kluswoning, nu een school

West telde al acht basisscholen. Ondanks het teruglopende aantal leerlingen vonden jonge ouders dat er nog wel eentje bij kon: een vrije school. Het loopt storm.

Ouders dragen op de Vrijeschool Rotterdam-West bij aan het lesmateriaal. Vaders hebben bierdopjes geleverd voor de hamerknutselwerken van Groep 1. De kaboutertekening staat op een écht schoolbord en niet op een digitaal schoolbord, zoals op veel moderne scholen gebruikelijk is. Foto Floren van Olden

Emotioneel, zo ervoer Annemieke van Wegen de eerste schooldag van haar dochter Poppy (4,5). Nu is het niet vreemd dat moeders een traantje laat als haar kind voor het eerst de kleuterklas in drentelt, maar dat was nou net niet de bron van haar ontroering. „Mijn kind ging naar een experiment”, zegt ze. „Tot dinsdag 25 augustus was de Vrijeschool Rotterdam-West alleen een idee. Op mijn dochters eerste schooldag zag ik de klaslokalen met tafels, stoelen en banken, de juffen en meesters, de kapstokken waar voor ieder kind een plek was om hun jas op te hangen. Het was alles waarop ik gehoopt had.”

Rotterdam is een vrije school rijker. Hoog tijd, want de vrije scholen in Kralingen en in Prinsenland konden, ondanks een extra instroomklas, de toeloop nauwelijks aan. De oprichting van de Vrijeschool Rotterdam-West – formeel een locatie van die in Kralingen – is er een in een lange stoet dependances en ouderinitiatieven die overal in het land oppoppen, want niet alleen hier zit het vrijeschoolonderwijs in de lift (zie kader).

In West ontstond het idee om hun vrije school op te richten twee jaar terug. Een groep van veertig ouders, onder wie Wieneke Gunneweg, vond dat het scholenaanbod in hun nieuwe wijk niet je dat was.

Haar tweeling was toen krap een jaar oud. „Aan de jonge kant”, beaamt ze, „maar ik werd zo enthousiast, dat ik alvast ben aangehaakt. Ik gun mijn meisjes goed en bijzonder onderwijs vlak bij huis. Dan moet je er vroeg bij zijn.”

Op het eerste gezicht is het aantal keuzemogelijkheden in de wijk met acht basisscholen riant. Maar voor Gunneweg waren er veel mitsen en maren. Vier scholen zijn rooms-katholiek of protestants. Van de openbare scholen heeft er één liefst 34 procent kinderen met achterstanden. De Jenaplanschool en een Montessorischool kampen beide met lange wachtlijsten. Eén school is ‘neutraal bijzonder’ en biedt plek aan alle gezindten maar vraagt ook een hogere ouderlijke financiële bijdrage. Dat resulteert in een redelijk uniform, blank leerlingenbestand.

Een vrije school was er nog niet, maar de behoefte eraan bestond wel. Althans, dat dacht de initiatiefgroep, na maandenlang vooronderzoek en promotiewerk.

Op een informatieavond in oktober 2014 moest blijken hoe groot de belangstelling was. „Het was tien voor acht”, herinnert Gunneweg zich. „We waren met zo’n twintig betrokken ouders in de kantine van het Carré college op de Beukelsdijk. Er zal toch wel iemand komen, dacht ik nog. Vijf minuten later was het stampvol.”

„Dat het met het aantal aanmeldingen wel goed zou komen, heb ik nooit betwijfeld”, zegt Gunneweg. „De stad verandert, onze wijk verandert, en daarmee groeit de behoefte aan dit soort onderwijs. Daar hebben wij in West op aangehaakt.”

Vooroordelen

Ook Annemieke Van Wegen-Delhaas was op zoek naar „wat anders” dan het reguliere, klassikale gebeuren met de nadruk op cognitieve vaardigheden. „Onze dochter Poppy is met 31 weken geboren, veel te vroeg, en had een hoop zorg nodig. Daardoor ging ik anders in het ouderschap staan.”

Haar dochter hield zich niet keurig aan de Oei ik groei-ontwikkelingssprongetjes. „Maar ik besefte ook: ik moet niet mijn hele hebben en houden aan mijn kind geven. Het draait niet allemaal om haar.”

Op zoek naar een crèche die haar visie deelde, kwam Van Wegen-Delhaas uit bij een antroposofische. „Tot mijn eigen verbazing. Vroeger lachte ik om dat gedoe met inbakeren, houten scheepjes met schaapsvellen en zelf brood bakken. Tot ik zag hoe goed het mijn kind deed.”

Je zou denken dat een vrije school een logisch vervolg was, maar zo simpel was het niet. Van Wegen-Delhaas: „Ik had een hoop vooroordelen over vrije scholen.” Haar man was nog sceptischer. Ze schreven hun dochter in op drie basisscholen, waaronder die ene vrije school in Kralingen. Juist daar werd Poppy ingeloot. Schoolleider Ernstjan Cooiman bleef maar bellen: of ze hun plek op de wachtlijst nog wilden, want hij kon er honderd andere kinderen blij mee maken. „Toen moesten we aan de bak”, gaat Van Wegen-Delhaas verder. „Alles hebben mijn man en ik onderzocht en besproken, om alle vooroordelen één voor één af te checken.”

Blokfluit

Vooroordelen zijn er nog altijd genoeg over de vrije school. Neem het grapje over de rekensom, waarvan de formulering ingewikkelder wordt naarmate het onderwijsniveau stijgt. Eenmaal bij de vrije school aangekomen gaat de som zo: ‘Het antwoord is veertien. Maak een liedje op de blokfluit waarin je je gevoelens over deze uitkomst maximaal tot uitdrukking brengt.’

Tristan van der Linden, woordvoerder van de Vereniging voor Vrijescholen, vindt het jammer dat dit soort vooroordelen nog steeds ter sprake komen. „Het is al jaren geleden dat de inspectie over een aantal vrije scholen het oordeel ‘zwak’ uitdeelde. Dat was in hoofdzaak omdat vrije scholen er destijds niet goed in slaagden de cognitieve vaardigheden administratief inzichtelijk te maken voor inspecties. Kijk je nu naar de Cito-scores van vrije scholen, dan scoren ze net boven of op het gemiddelde.”

Het grapje bevat een kern van waarheid: het vrijeschoolonderwijs draait (ook) om de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. „Dat gaat niet ten koste van cognitie”, stelt Van der Linden. „Het draait hier om hoofd, hart en handen. Wij bereiden onze kinderen niet alleen voor op de arbeidsmarkt, maar op een samenleving die eist dat kinderen kunnen meebewegen zonder zichzelf te verliezen. Een kind hoeft bij ons niet door een mal. Worden wie je bent, daar staan we voor.”

Die brede kijk op het kind vinden ouders zo aantrekkelijk, weet schoolleider Ernstjan Cooiman. „Ouders zijn toetsmoe en gaan op zoek naar wat anders. Dat gaat gepaard met een kritische benadering. Daarbij krijgen we de wetenschap steeds meer aan onze kant. Er is nu bewijs dat het inderdaad goed is om kleuters te laten spelen en bewegend te laten leren, zoals wij doen. Dat de Tweede Kamer tegen een kleutertoets stemt, sterkt ons ook.”

De schoolleider laat zich lovend uit over de pionierende ouders, die hun kroost aanmeldden voor een school die nog niet bestond. „Dat heeft een hoop vertrouwen gevraagd. Ik ben ervan overtuigd dat ouders een school uiteindelijk kiezen op gevoel.”

Je maakt er wat van

Juist die nieuwe westerlingen zijn gewend op hun gevoel af te gaan. Jaren terug trokken ze een wijk met een slechte reputatie in, aangetrokken door de goedkope (klus)woningen en met het geloof dat het alleen maar hosanna kon gaan. Ondertussen hebben die pioniers een eigen manier van leven ontwikkeld. Om te gedijen in deze wijk heb je een bepaalde mentaliteit nodig: je maakt er wat van, knapt je huis op, bent ondernemend, organiseert je eigen vermaak en laveert tussen de meer dan honderd nationaliteiten. „Die mentaliteit zie je terug op de school”, vindt Van Wegen-Delhaas. „Moet er iets gebeuren, dan zetten we de schouders eronder. En daarbij: nu is er de kans op echte verandering. Antroposofisch, kritisch en met drang naar vernieuwing.”

Die stijl valt met een andere bril op net zo makkelijk te duiden met een andere naam: gentrificatie. Want waarom je kind in een blanke bubbel naar school sturen in een diverse, gemengde wijk? „Zo zie ik dat helemaal niet”, zegt Van Wegen-Delhaas. „Mijn kinderen groeien hier op, dus met andere culturen komen ze dagelijks in aanraking.”

De vrije school legt daarom andere andere accenten dan de gebruikelijke. Leerdoelen zijn niet alleen afkomstig uit de sprookjes van Grimm of het Oude Testament, maar ook uit de overleveringsverhalen van andere culturen, zoals Afrika en het Midden-Oosten. „Het is belangrijk dat de school zowel qua populatie als lesprogramma de wijk weerspiegelt”, zegt initiatiefnemer Gunneweg. „De wereld in West bestaat uit meer dan alleen blonde jongens en meisjes.”

Vergeleken met veel andere scholen in de buurt, is de Vrijeschool toch behoorlijk wit. Nog maar 20 procent van de kinderen heeft een ouder uit een andere cultuur dan de westerse. Met dat percentage is schoolleider Cooiman zeker nog niet tevreden, want een eliteschool wil de Vrijeschool zeker niet worden. „We zijn er voor iedereen. We willen dat deze school het middelpunt van de wijk wordt.”