Een Joodse aanslagpleger is zelden een ‘terrorist’

In Israëlische media is de Jood die een Palestijn doodt een ‘aanslagpleger’ en de Palestijn die een Jood doodt een ‘terrorist’. 

Het lichaam van een Palestijnse aanslagpleger, gedood door Israëlische militairen, afgelopen zaterdag. Foto Gali Tibbon/AFP

Vergelijk: ‘Een Joodse Israëliër met een psychiatrische achtergrond is vrijdagochtend gearresteerd in Dimona nadat vier bedoeïenen waren neergestoken in wat initiële onderzoeken hebben bestempeld als een nationalistisch gemotiveerde aanval.

En: ‘Een terrorist stak zaterdagnacht een vijftienjarige neer in Jeruzalem, waarbij de tiener gewond raakte. De aanvaller vluchtte en werd gedood door de politie nadat veiligheidstroepen het mes in zijn hand hadden opgemerkt.

Twee recente berichten van de populaire Israëlische nieuwssite Ynet, binnen vijf dagen. Het verschil in terminologie valt op: een nationalistisch gemotiveerde aanval versus een terrorist. In het eerste geval wordt de etniciteit van de aanvaller genoemd, in het tweede geval wordt verondersteld dat het label ‘terrorist’ duidelijk maakt dat het om een Palestijn gaat. En van de Joodse Israëliër wordt vermeld dat hij een psychiatrische achtergrond heeft. Over de Palestijn wordt dat niet gevraagd. Deze verschillen zijn vrij algemeen in de Israëlische media; een Joodse aanslagpleger is zelden een terrorist, een Palestijn is al een terrorist voordat de feiten bekend zijn. Maar meer nog dan de woordkeuze valt de afloop op: de Joodse aanslagpleger werd gearresteerd, de Palestijn doodgeschoten.

Nu zijn er gevallen denkbaar waarin een aanvaller de dodelijke afloop over zichzelf afroept, zegt woordvoerder Gilad Grossman van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din (‘Er is recht’).

„Bijvoorbeeld als hij een gevaar vormt voor zijn omgeving op het moment dat de politie arriveert.”

‘Schiet die klootzak dood!’

Maar in dit geval liep het anders. Niet alleen is nog niet opgehelderd of de doodgeschoten Fadi Alloun daadwerkelijk de bewuste aanslag pleegde, ook werd zijn vluchtpoging gefilmd.

Te zien is hoe Alloun op de tramrails loopt, op enige afstand omringd door Israëliërs. Ze roepen: ‘Schiet hem dood! Schiet die klootzak dood! Wat voor agenten zijn jullie? Schiet hem dood, hij is een terrorist!’ Vervolgens is er een agent die gehoor geeft aan de oproep; met zes kogels wordt het leven van Alloun beëindigd. Een collega-agent zegt nog wel: ‘Waarom?’

Bij het geweld vielen tot nu toe zeven Israëlische en 32 Palestijnse doden. De meeste aanvallen komen van Palestijnen. Van de 32 Palestijnse doden kwamen er dertien om nadat ze een aanslag hadden gepleegd; de meeste anderen werden doodgeschoten tijdens demonstraties.

Zoals de zaak-Alloun zijn er afgelopen weken meer gevallen geweest waarin een Palestijnse verdachte werd neer- of doodgeschoten, terwijl hij of zij op dat moment geen direct gevaar (meer) leek te vormen voor de omgeving.

‘Buitenrechtelijke executies’

Columnist Gideon Levy van de Israëlische krant Haaretz sprak al van „buitengerechtelijke executies”. Waar Levy nog geldt als bijzonder kritisch op het Israëlische beleid, krijgt het land ook kritiek van een bondgenoot. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei in een verklaring dat er signalen zijn die mogelijk wijzen op „excessief gebruik van geweld” door Israël, al zwakte hij dat later af.

Dat ziet ook Sari Bashi, directeur Israël en Palestina van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Het probleem, zegt ze, is niet dat het geweld alleen tegen Palestijnse aanslagplegers is gericht. „Als een aanvaller geen bedreiging meer vormt, zijn er andere methodes om tot uitschakeling over te gaan. Dit geweld zou niemand hoeven overkomen.”

Niet alleen over excessief geweld is Bashi bezorgd. Ze wijst ook op uitlatingen van autoriteiten; zo heeft burgemeester Barkat van Jeruzalem burgers opgeroepen wapens te dragen. „Of neem de wet die het Israëlische kabinet heeft aangenomen waarmee er met scherp kan worden geschoten op stenengooiers.”

Ook heeft het kabinet besloten dat de huizen van vermeende terroristen binnen twee weken worden gesloopt. Dat, zegt Bashi, is een collectieve straf.

„Moeders, kinderen en echtgenotes van verdachten lijden onder de gevolgen van misdaden die zij niet hebben gepleegd.”

* Klik of tab op de bollen voor meer informatie

Nog nooit is er een huis gesloopt van een Joodse verdachte. Natuurlijk niet, zegt Grossman van Yesh Din. „Ze slopen huizen van terroristen omdat ze de volgende terrorist bang willen maken. Bij Israëlische aanslagplegers denken ze kennelijk niet dat er een volgende komt.”

‘Smartphone-intifada’

De filmpjes waarin Palestijnse verdachten worden neer- of doodgeschoten, worden gretig gedeeld door Israëliërs, bijvoorbeeld om te laten zien dat de terrorist zijn ‘verdiende loon’ kreeg. Maar ook op Palestijnse telefoons gaan de filmpjes massaal rond. Niet uit te sluiten valt dat ze meer mensen inspireren tot terreurdaden. De vooraanstaande Palestijnse journalist Daoud Kuttab spreekt op internetsite Al-Monitor van een „smartphone-intifada”.

Door toedoen van de filmpjes laait ook de kritiek op het handelen van de Israëlische politie op. Politiewoordvoerder Micky Rosenfeld wijst echter de suggestie van de hand dat zijn agenten excessief geweld hebben gebruikt. Tegenover de Amerikaanse tv-zender NBC News weet hij de ophef aan „opruiing op sociale media”.

Ook de Israëlische overheid gebruikt de filmpjes. Nadat de Palestijnse president Abbas had geclaimd dat Israëlische ordetroepen een dertienjarige verdachte hadden doodgeschoten in de illegale nederzetting Pisgat Ze’ev, bewees Israël het tegendeel met een filmpje vanuit het ziekenhuis waar de jongen wordt verpleegd.

Intussen is de gemiddelde Israëliër bang. Via kortingssite Groupon worden veiligheidsvesten en pepperspray aangeboden, in parken wordt er op zelfverdediging geoefend.

Jood voorkwam lynchpartij

Deze angst slaat soms om in hysterie. Zo voorkwam een Joodse Israëliër in Netanya dat er een Arabier werd gelyncht door boven op hem te gaan liggen. In Kiryat Ata stak een Jood een andere Jood neer, in de overtuiging dat hij een Arabier te pakken had. En op Twitter verscheen een foto van de – relatief donker gekleurde – Harel Cohen uit Ra’anana, die een T-shirt draagt met de tekst ‘Ontspan, ik ben een Jemenitische Jood’.

Dit is een klassiek patroon in een omgeving waar iedereen het gevoel heeft zomaar slachtoffer te kunnen worden, zegt traumaonderzoeker Danny Horesh van de Bar-Ilanuniversiteit in Ramat Gan. „Iedereen is hyperalert, kleine dingen kunnen al leiden tot overreactie.” Als zo’n hyperalert persoon ook nog een geweer in zijn handen heeft, kan dit volgens Horesh leiden tot agenten en soldaten die iets te snel schieten.

„Niet om het goed of af te keuren, maar in een samenleving onder stress zie je dit gebeuren. Tegelijkertijd zijn Israëliërs dit soort situaties ook gewend. Het gaat heen en weer: stress, angst en normaal gedrag. Die ambivalentie is typisch Israëlisch.”

Lees verder: