Een grens is voor een staat als een huid

De schok is voorbij, de staat van ontkenning ook. Zelfs het ergste onderlinge gescheld is geluwd. We hebben één buitengrens en dat betekent een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Geen ideologisch gezeur nu, alle hens aan dek. Europese ministers van binnenlandse zaken en justitie werken hard aan een asielpolitiek die de vluchtelingencrisis wél kan doorstaan. Ook voor hen is het wennen. Hun departementen zijn beter thuis in provincies en burgemeesters, gevangenissen en politietaken, ambtenarensalarissen en stakingsrecht. Na drie EU-spoedvergaderingen binnen een maand krabben Ard van der Steur, Klaas Dijkhof en al hun collega’s zich achter de oren: ook Europa is een binnenlandse zaak. Nu gaat het snel. In twee, drie maanden is meer in gang gezet dan in de tien jaar hiervoor. Het is improviseren, het is onoverzichtelijk maar er zit lijn in. Het lijkt of de blik van binnen naar buiten gaat. Eerst: waar moeten die binnenkomers heen? De zwaarbevochten herverdeling van circa 100.000 asielzoekers uit Italië en Griekenland naar andere EU-landen is een feit; vorige week vonden de eerste relocaties plaats. Van Europees besluit naar de lokale sporthallen, markthallen en kerken.

Nu gaat de blik naar uitzetbeleid en grensbewaking. Vrijwillig of gedwongen, terugkeer vergt geld en doorzetting. Een enkele reis Pakistan of Senegal volstaat niet; de ontvangende staat verwacht steun. Uit gemakzucht laten veel Europese overheden afgewezenen liever ‘in de natuur’ verdwijnen; illegaliteit is goedkoper en met wat geluk pakken ze de trein naar de buren. Vorige week stemden de 28 ministers er mee in dat het een legitieme noodmaatregel is mensen pal voor terugkeer in detentie te nemen. Het EU-grensagentschap Frontex krijgt een terugkeerafdeling. Informatie wordt sneller uitgewisseld om verblijfsvergunningen te kunnen intrekken, bijvoorbeeld om een strafblad. De discussie over een lijst veilige herkomstlanden is begonnen. Terugkeer krijgt meer aandacht en mankracht in de diplomatieke contacten met herkomstlanden; de stok achter de deur volgt. Om juridische obstakels te omzeilen wordt gedacht aan bestuursmaatregelen en ‘praktische arrangementen’. Ongekende dadendrang voor deze doorgaans terughoudende juridische kringen. En dan de grens: ministers en regeringsleiders beginnen het gesprek over Europese grenswachten. Lang taboe. Een grens is voor een staat als een huid: zeer gevoelig. Dus verwacht geen EU-douaniers patrouillerend aan de mediterrane kust, de controle blijft een zaak van de lidstaten. Wat wel kan: nationale grenswachten uitlenen aan Frontex, dat de Griekse grens helpt bemannen. Geen superstaat, wel een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid.

En achter die grens? Wie komen er nog meer? Daarheen gaat nu de zoekende blik, daar zitten nu de onzekerheid en publieke onrust. De huidige aantallen zijn nog wel beheersbaar. Maar wat gebeurt er volgend voorjaar? Gaat de Syrische stad Aleppo, drie miljoen inwoners, vallen? Gaan de Turken ons helpen of chanteren ze ons met spookbeelden van een komende „migratie-apocalyps” (premier Davutoglu)? Ook daarop wil het publiek antwoord. „Ik spreek mensen die decennialang zeiden dat ze apolitiek waren”, aldus de burgemeester van een Zuid-Duits stadje in de Financial Times, „Nu willen ze weten hoe dit kon gebeuren en hoe we het kunnen stoppen.”

Politieke communicatie, moreel leiderschap, gevoel voor proportie uitdragen – allemaal essentieel, maar het herwinnen van het vertrouwen van het publiek vergt ook een minimum aan grip op de zaak – op de gymzalen thuis, op de grens, op de komende aantallen. Ook Angela Merkel, die het moreel kompas uitzette maar nu omzichtig bijdraait, weet het: morgen gaat ze naar Erdogan in Ankara.