Het is officieel: ik ben een Knausbladeraar

Eigen bekentenis eerst: ik ben, of was, Knausmaagd. Niet dat hij me niet aangeraden was, door vrienden, collega’s en de beroemdste criticus ter wereld (James Wood van The New Yorker, misschien is de beroemdste criticus van de wereld niet zo heel beroemd). Maar ja: bij dikke boekencycli loop je een ogenschijnlijk onoverkomelijke achterstand op als je er niet meteen bij bent.

Vervolgens ga je in gesprekken om de hete brij heendraaien en wijsheden debiteren als: ‘Volgens mij is Knausgård in zijn eentje verantwoordelijk voor de renaissance van het dikke boek’. Of: ‘Het gaat over schaamteloosheid – en dus over schaamte’. Alles om niet te laten merken dat je eigenlijk niet weet waar je het over hebt. Precies zoals je op je zestiende over meisjes, sprak – zorgvuldig verhullend dat je er nog nooit een had durven aanraken. (Knausgård is een schrijver die je meteen aan wil raken – ook een mooie observatie om leeservaring te suggereren.)

Reusachtige Viking

Het is de fase waarin je ambitieus voor € 5,95 een pocket van deel 1 koopt, die je later terugvindt onder een boek van Javier Marías. Had ik al gezegd dat Marías niet door de Knaus heen komt? Op zijn salontafel lagen drie delen, met de boekenlegger vóór in deel 1. De kleine Spanjaard wilde on the record niets onaardigs over de reusachtige Viking zeggen (geef hem eens ongelijk, de literaire wereld kent vele donkere steegjes), maar diens stijl vond hij hopeloos.

Maar een criticus kan niet langer blijven duiken: onherroepelijk breken de Grote Bijlees Dagen aan. Voordat ik naar Vrouw greep, raakte ik verstrikt in een ander los eindje van mijn leesleven: Zuiverheid, de nieuwe Jonathan Franzen. Daarvan vond ik de eerste 100 pagina’s op een niet precies te vatten wijze helemaal niet goed. Dat komt door een bepaalde gladheid, een gevoel van give the people what they want. Toch riep Franzen een verlangen in mij wakker om door te lezen. Wat ik niet deed, want duizenden ongelezen Knauspagina’s bedrukten mijn gemoed.

Knausbladeraar

De kinderen waren thuis, dus ik sloot me op in de slaapkamer en las over Knausgård die probeert iets te doen terwijl zijn kinderen de hele avond uit bed komen. Prettig en herkenbaar (zoals ouders.nl dat is). Mooi menselijk gaat het even verder over een onwennige aanraking tussen Karl Ove en zijn broer, die net deel 1 heeft gelezen. Maar ik las geen zin waar mijn geest van opflakkerde.

Misschien even bladeren? Ik lees iets over Gombrowicz wat niet over Gombrowicz gaat. Voorbij pagina 666 volgt een lang stuk over de Noorse schrijver Duun, waarvan ik me niet kan voorstellen dat anderen er niet van zijn gaan bladeren. Je kunt je afvragen of dat erg is bij dit boek, bladeren. Met dat in gedachten vloog ik naar het slot van Vrouw. Het is officieel: ik ben een Knausbladeraar. Of dat geldt als ontmaagding, daar moeten de specialisten zich maar over buigen.