Die cel is beter zonder drugs

Jonge ex-gevangenen bedachten hoe jeugddetentie beter kan. Zonder drank en drugs, en dicht bij familie.

Tekeningen van Kyra Sacks en Machteld Aardse van wat de jongeren vertelden. Foto: Imara Angulo Vidal / NRC

„Praat met haar!” zegt de 27-jarige Stephanie hartstochtelijk. „Ze zal in het begin balorig zijn, en nog een keer, en nog een keer, maar ze moeten niet opgeven.”

Stephanie oefent in een zonnig lokaal van een oude school in Amsterdam een presentatie. Het onderwerp: hoe zou de ideale gevangenisstraf voor jongeren eruitzien? Of, met andere woorden, wat had zíj nodig gehad toen ze indertijd gevangen zat voor geweldsdelicten. De 19-jarige Dja, die drie keer heeft vastgezeten voor onder meer inbraak en drugs, vult aan: „Dit plan stimuleert de ontwikkeling van jongeren. Dat stelt nu in de gevangenis niets voor: als je het goed doet, krijg je een kinderbueno!”

De afgelopen twee maanden hebben Stephanie en Dja, samen met 5 andere jongeren die in de gevangenis hebben gezeten, iedere zaterdag gewerkt aan plannen voor betere jeugddetentie. Het is een initiatief van Young in Prison, een internationale organisatie voor gedetineerde jongeren. Ze gebruiken creativiteit en sport om te werken aan de ‘levensvaardigheden’ van de jongeren, zoals het omgaan met stress of empathisch vermogen. Vandaag presenteert de groep het resultaat onder anderen aan het hoofd van het Openbaar Ministerie, Herman Bolhaar, tijdens een bijeenkomst over jeugddetentie.

Wat is het doel van straffen?

De groep keek in eerdere sessies naar het doel van straffen. De jongeren bedachten zelf enkele doelen, zoals: de samenleving verlossen van haar gevoel van onmacht. Maar ook: in contact komen met je gevoel, en zorgen dat je een beter persoon wordt. Daarna zijn ze gaan kijken hoe die doelen bereikt kunnen worden. Ze ontwierpen een straf of een gevangenis die hen, in hun situatie, het beste zou hebben ‘geholpen’.

Er gaat een hoop verkeerd in het huidige systeem; daarover zijn de jongeren behoorlijk eensgezind. De vanzelfsprekende aanwezigheid van drank en drugs in de gevangenissen bijvoorbeeld. Of dat ze hun familie nauwelijks konden zien omdat ze in een inrichting ver weg van huis zaten. „Het zou goed zijn als de straf in je eigen buurt is. Je moet niet stilzitten tijdens je straf, en je zal toch daarna weer verder moeten met je familie en kennissen”, zegt de 21-jarige Shailish, die twee keer vast zat.

Ervaringdeskundige

Detentie in grote, gemengde groepen werkt ook niet, vinden de ex-gevangenen. Beginners leren slechte gewoonten van de zware jongens, en de sfeer maakt het moeilijker voor begeleiders om tot de jongeren door te dringen. Dja: „Als je zware en lichte delicten mengt, ga je erover opscheppen. Dan loop je rond als zo’n zelfverzonnen personage.”

Opvallend vaak valt het woord ‘ervaringsdeskundige’, als jongeren zeggen wie hen in de ideale gevangenis zou moeten begeleiden. „Het moeten mensen zijn die het echt hebben meegemaakt, niet iemand die net is afgestudeerd. Ik voelde me nooit begrepen”, zegt de 28-jarige Moreno, die 6 keer heeft vastgezeten voor vooral geweldsdelicten. Dja: „Ik had niet het gevoel dat ik eerlijk kon zijn tegen de mensen die met me bezig waren. Als je dan wat zei, werd dat teruggemeld, en kreeg je problemen.” Dat had bijvoorbeeld consequenties voor het verlof, of privileges bleven uit.

Opvallend is dat het vrijwel al deze jongeren heeft ontbroken aan adequate nazorg, zeggen ze. Moreno: „Het zou niet eens nodig moeten zijn, nazorg, als je in de gevangenis daar al mee bezig bent.”

De opmerkingen van de jongeren blijken heel goed aan te sluiten bij het advies over jeugddetentie dat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) dit voorjaar uitbracht aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. In het advies pleit de Raad, kort gezegd, voor veel kleinere, lokale instellingen met maximaal 10 gedetineerden. Voor onderwijs, gezondheidszorg, en behandeling kunnen dan de bestaande regionale voorzieningen worden gebruikt. Dat biedt veel betere kansen voor de terugkeer in de samenleving, zegt hoogleraar reclassering en lid van de RSJ, Peter van der Laan.

„Nu zijn jeugdinrichtingen groot, en heel erg gericht op veiligheid. Hoge muren, meters prikkeldraad. Daardoor is de intensieve behandeling die veel jongeren nodig hebben, moeilijk te organiseren.”

Volgens Van der Laan zijn lang niet alle jonge gedetineerden gevaarlijk. „Alleen jongeren die echt gevaarlijk zijn, of intensieve behandeling nodig hebben, zouden in zo’n gesloten, helemaal op veiligheid ingerichte inrichting moeten zitten.”

Je moet vrijheid verdienen, zeggen ze

De jongeren vinden dat het gevangenschap meer gericht moet zijn op het verdienen van vrijheden. Dja en Stephanie stellen bijvoorbeeld een detentie voor in vier fasen, met oplopende vrijheid. Door contact te zoeken met het slachtoffer, of door therapietrouw, zou je in een volgende fase kunnen komen. Zodat je voorkomt wat Dja ‘de bevroren toestand in de gevangenis’ noemt, waarin er niets gebeurt, en je onveranderd de gevangenis weer verlaat. „In fase drie ga je op kamers, weer richting het drukke”, zegt Stephanie in haar oefenpresentatie. „Maar met goede begeleiding.” Dja: „En in fase drie moet je ook 6 maanden werken, zodat duidelijk is dat je serieus bent.”

Het OM zal na vandaag met de jongeren in een aantal vervolgsessies tot concrete aanbevelingen proberen te komen. Dja: „Ik wil niet dat ze iets horen, geraakt zijn, en het maandag weer zijn vergeten. Dat ze zich vooral zelf beter voelen omdat ze naar de bijeenkomst zijn geweest, zoals mensen die een euro aan een zwerver geven maar daar ook een selfie van maken. Ik wil dat het echt beter wordt voor de jongeren.”