De nieuwe rekenrente hakt erin bij de pensioenfondsen

Bij pensioenfondsen kan 60 miljard verdampen. Dat zullen de deelnemers merken.

Verhoging van de pensioenen raakt steeds verder uit beeld. FOTO THINKSTOCK

De vijf grote pensioenfondsen van Nederland voelen de gevolgen van beursverliezen, de lage marktrente én de nieuwe rekenregels, blijkt vandaag uit hun cijfers over het derde kwartaal. Honderdduizenden gepensioneerden en werkenden gaan die pijn straks ook voelen via een stijging van de premie, verder uitstel van verhogingen of wellicht zelfs kortingen op hun pensioen.

De Nederlandse pensioensector ziet de komende jaren mogelijk zestig miljard euro vermogen verdampen, volgens onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken. Het is het gevolg van de verlaging van de rekenrente voor pensioenfondsen die toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) in juli heeft doorgevoerd.

Met die rekenrente, een gemiddelde van de rente over de afgelopen tien jaar, moeten fondsen de omvang van hun vermogen en toekomstige uitkeringen ‘realistisch’ kunnen bepalen. Verlaging (van 4,2 procent naar 3,3 procent) van de rekenreten was nodig omdat de marktrente de afgelopen jaren wereldwijd flink is gedaald.

Met de lagere rente hebben fondsen meer premie nodig om hetzelfde pensioen te kunnen uitkeren. De minimale, kostendekkende premie stijgt volgend jaar 12 procent (3,8 miljard euro), volgens berekeningen van DNB en het Centraal Planbureau (CPB). Maar omdat de premie van veel fondsen in werkelijkheid al hoger is, zou de premie voor de meeste werkenden in 2016 „nauwelijks” stijgen.

Kortingen bij sommige fondsen zijn niet uitgesloten. Op basis van de huidige herstelplannen van 155 pensioenfondsen hoeven zij tot 2020 nog geen pensioenen te verlagen. Maar tegen die tijd staan 25 fondsen met in totaal 700.000 deelnemers al te lang in het rood, waardoor ze verplicht zijn toch te korten op de pensioenen.

Omstreden loonakkoord

De grote vraag is of de pensioenen van de 2,8 miljoen deelnemers van ABP in de toekomst ook gekort worden. Het herstel van het grootste pensioenfonds van Nederland (overheid en onderwijs) staat onder druk – mede door de verlaging van de rekenrente én door het omstreden loonakkoord voor 800.000 ambtenaren bij de overheid en in het onderwijs.

De ambtenaren krijgen over 2015-2016 een loonsverhoging van ruim 5 procent plus eenmalig 500 euro. Het grootste deel van dat extra geld komt van de overheid als werkgever, maar een deel van de salarisverhoging wordt bekostigd met verlaging van de pensioenpremie. De overheid en de drie vakcentrales die het akkoord hebben getekend, vinden dat het ABP-bestuur tot 2021 niet meer mag vragen dan een kostendekkende premie.

Maar het ABP-bestuur en toezichthouder DNB maken zich zorgen over verlaging van de pensioenpremie, blijkt uit een interne notitie die vorige week uitlekte. De financiële „robuustheid” van het fonds zou er flink door afnemen. En: door de verlaging van de rekenrente zou de dekkingsgraad (verhouding tussen vermogen en verplichtingen) zakken en het herstel bijna zes jaar langer duren.

Betrokken partijen houden er serieus rekening mee dat het ABP-bestuur in november niet akkoord gaat met de gewenste premieverlaging. Dan zit er ineens een gat in de salarisverhoging voor ambtenaren: grove schattingen van de omvang van dat gat variëren van 250 miljoen tot 350 miljoen euro.

Saillant detail is dat de verlaging van de rekenrente door DNB op 14 juli werd bekendgemaakt, vier dagen na het sluiten van het loonakkoord. De vraag is of het kabinet op de hoogte was en wist dat ABP, en daarmee het loonakkoord, onder druk zou komen te staan. De woordvoerder van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) wil alleen zeggen dat de rekenrente is meegenomen in de berekeningen.

De FNV vreest voor aantasting van de ABP-pensioenen en houdt deze week een referendum onder deelnemers over het loonakkoord. De vakbond stond gisteren in hoger beroep tegenover de ondertekenaars. Uit protest staakte gisteren ook het openbaar vervoer in Amsterdam en Utrecht en was er een kleine demonstratie op het Malieveld in Den Haag.