De Akkers, het klinkt als gevaar

Iedereen stapt uit bij Spijkenisse Centrum. Twee haltes verder eindpunt van lijn D: De Akkers. Ik weet niet waarom maar het klinkt als gevaar.

Het eerste wat ik zie is een lachende oma, met wijdopen armen onderaan de roltrap. Daarachter zijn poortjes, en daarachter een viskraam. Een meisje met een tongpiercing bakt een lekkerbek voor een man die vertelt over zijn vakantie in New York. Ik word geholpen door een oudere vrouw met blozende wangen.

„De haring is op vandaag”, zegt ze. Makreel hebben ze wel. Met een lekker sausje erbij? Cocktailsaus lijkt haar het best.

Ze heet Yvonne, is de eigenaresse van deze kraam en van de firma Vlot van der Starre. In de zomer verkopen ze vis, in de winter komt er een Hollandse gebakkraam bij, op ditzelfde plein. De gebakkraam doet ze al negentien jaar. Het leukste aan deze plek? Het sociale. In een winkel zit je afgesloten, een kraam is als een venster op de wereld: de hele dag lopen mensen voorbij. Veel oud-Rotterdammers, die dertig jaar geleden het centrum verlieten.

Of hier in 19 jaar veel veranderd is? In de afgelopen jaren is het hier veiliger geworden. Acht jaar geleden stroomde dit plein ’s avonds vol met hangjongeren. Ze wijst naar achter: daar werd iemand neergestoken, daar was een schietpartij. Zijzelf heeft nooit problemen gehad. Dat kwam door die jongens zelf: vriendelijk vaak, achter hun uiterlijk vertoon, helemaal niet zo griezelig als veel mensen dachten. Misschien ook door hoe zij mensen benadert: open, met een lach.

Het gekste dat ze heeft meegemaakt? Een mislukte juwelenroof: een auto scheurde door het winkelcentrum, een achtergebleven dief rende er achteraan en om de hoek staken ze de auto in de fik. Alles binnen een paar seconden. Het mooist? Een huwelijksaanzoek, hier voor de kraam.

„Leuk”, zegt Yvonne „dat jij hier vandaag bent.” Vandaag precies vier jaar geleden is ze met de kraam begonnen. Het staat groot op een poster naast mijn hoofd. Ik had hem nog niet gezien.

Ik wil betalen voor mijn broodje, maar dat mag niet. En ik krijg er nog een drankje bij. Met een rietje. Voor in de metro terug naar huis.