Crailo improviseert een asielzoekerscentrum

Serie asiel in Het Gooi Vluchtelingen? We kunnen er 1.600 opvangen, zei Hilversum. NRC beschrijft hoe. Aflevering 2: Crailo functioneert, een prestatie.

Asielzoekerscentrum Crailo biedt, na zes jaar leegstand, weer onderdak aan vluchtelingen. Foto Olivier Middendorp

Sommige kamers missen nog deuren. In de keuken op de eerste verdieping hangt een putlucht. En de lijst met huisregels is nog niet vastgesteld.

Hoe kan het ook anders?

Vorige week woensdag was de entree van dit asielzoekerscentrum in Crailo, ingeklemd tussen snelweg en hei, nog overwoekerd met onkruid. Water had zes jaar lang niet door de leidingen gestroomd. De verwarming was in onbruik geraakt.

Vijf dagen later moest de boel al klaar staan. Een groep van honderd vluchtelingen moest hier terecht kunnen. Uitstel was niet mogelijk. De honderd – Syriërs en een tiental Eritreeërs – hadden al te lang in sporthallen zonder privacy gebivakkeerd, elders in de regio.

Dus is diezelfde regio – de tien gemeenten van Gooi- en Vechtstreek plus de gemeente Eemnes – met een handvol klusbedrijven en een stuk of vijftig vrijwilligers een paar dagen lang als een dolle in de weer geweest. Lampen moesten worden gefikst, deuren vervangen, sloten aangebracht. Het douchewater moest worden getest op legionella, catering en beddengoed geregeld. Er moest een hek om het terrein komen, en een controlepost aan de ingang.

Straks geen catering, maar zelf koken in gaarkeukens

Politici en ambtenaren van Hilversum en omstreken ondervinden het aan den lijve: zéggen dat je vluchtelingen gaat opvangen (1.600! Moet kunnen!) is niet hetzelfde als het doen.

Hier in Crailo kunnen de vluchtelingen zich terugtrekken in een kamer van 23 vierkante meter. Eindelijk privacy. Relatieve privacy dan: aan eenpersoonskamers doen ze hier niet. Er is altijd een kamergenoot.

De groep zal hier vier tot zes maanden verblijven. Dat brengt plichten met zich mee, zegt Jeroen Bigot, ambtenaar uit Huizen en tijdelijk locatiemanager van Crailo. „Van ‘hotel’ naar ‘bungalow’ is het devies hier. „Van verzorgend naar zelfvoorzienend.” Dus over een paar dagen geen catering meer, maar zelf koken in de gaarkeukens. Geen schoonmakers, maar zelf in de weer met dweil, stoffer en blik. Emmers met schoonmaakspul staan al klaar voor ieder die wil.

Het is een prestatie te noemen: het is week één en Crailo functioneert. Kinderen pakken fietsen uit een neergeplante stalling, hun ouders maken schoon, de wifi werkt, het gecaterde eten wordt driemaal daags uitgeserveerd en in de controlepost zitten grote, kale mannen klaar met hun intekenlijsten voor ‘uit’ en ‘in’.

Maar het is improviseren en doen ineen. Zoals dit hele asieldossier in Nederland improviseren en doen ineen is. Activiteiten voor de mensen en kinderen? „Werken we aan.” Is hun asielprocedure al gestart? „Nog niet.” Een loodgieter die wc’s komt ontstoppen, vraagt zich af of hij de damestoiletten kan betreden. „Vraag maar hulp aan een vrijwilligster.” En als iemand bij de poort staat om een vluchteling te bezoeken, gaat locatiemanager Bigot persoonlijk naar de ingang. Welke criteria bepalen of die persoon toegang krijgt? „Dat bepaal ik zelf.”

Eén voordeel hier: geen omwonenden. Ten noorden en oosten: de A1. Ten zuiden: de hei. En ten westen bevindt zich een stel buren dat erg op zichzelf is. Het zijn de deelnemers aan Talpa’s Utopia. Die zitten al twee jaar op dit kazerneterrein. Afgezonderd van de buitenwereld en bespioneerd door 128 camera’s. Belangrijker: zij zitten hier vrijwillig en hebben een paspoort.