Bouw een boomhut! Waar moet je beginnen?

Uit de mini-enquête blijkt dat kinderen vooral hutten willen bouwen. Karel Knip legt uit hoe je eenvoudig een hut in elkaar kunt zetten. Men neme: drie stevige lange takken.

Voor huttenbouwers is het leven niet gemakkelijker geworden. Veel mag er niet meer. Je mag geen takken met bladeren afbreken, je mag niet in boomstammen spijkeren en je mag geen levensgevaarlijke, vlijmscherpe messen op zak hebben. Hou maar op. Je mag niet eens een hut bouwen waar je dat zelf wilt. Bedenk dus altijd eerst wáár je een hut gaat maken.

Bedenk ook dat het bouwen van een mooie hut, een hut die op een huisje lijkt, heel lang duurt, langer dan een herfstvakantie. Bouw liever een hut die op een hol lijkt. Lang geleden maakten soldaten en jagers dat soort hutten. Daar konden ze uitrusten van het schieten.

De huttenbouwer begint zijn werk altijd met het zoeken van goede, losse takken. Takken van sparren zijn niet goed. Die van dennen ook niet, dat merk je vanzelf. De meeste andere takken zijn wel geschikt, als ze maar recht zijn. En niet verrot of vermolmd.

Vergeet nooit te kijken of er geen bomen zijn met lange, lage rechte takken die je zó al voor je hut kunt gebruiken. Zulke takken zijn een gelukje. Hutten die aan levende takken vastzitten, dat zijn de beste. Soms staan bomen zó dicht bij elkaar dat je een dik touw van de ene boom naar de andere kunt spannen, dan doe je alsof dat touw een lage tak is. Maar dan moet dat touw wel echt goed worden vastgemaakt.

Meestal zal je een hut moeten maken die helemaal los staat. Dat kan op wel honderd manieren, maar de gemakkelijkste manier staat hier op het plaatje. Je hebt er eigenlijk maar drie stevige lange takken voor nodig. Twee takken moeten even lang zijn en zo’n beetje twee keer zo groot als je zelf bent. Eén van die twee takken moet ook nog bovenaan in een ‘gaffel’ eindigen, dat is een soort vork, zoals de letter V. Het valt niet mee om zo’n tak te vinden vinden, maar je hebt hem echt nodig, anders moet je ingewikkeld met touw aan de gang. De derde tak moet drie keer zo lang zijn als je zelf bent.

De twee even lange takken zet je tegen elkaar zoals op het plaatje, je legt de één in de V van de ander. Je ziet dat ze samen ook weer een V maken, daar leg je de derde stok op. Heel belangrijk is dat de takken onderaan stevig in de grond worden gestoken, dat weet niet iedereen. Eigenlijk zou iemand ze een beetje puntig moeten maken, dan gaat dat gemakkelijker.

Bovenaan maak je de drie takken aan elkaar vast met touw of gymschoenveter of elektriciteitssnoer. Een riempje of oude ceintuur werkt ook goed. Het hoeft niet zo mooi als padvinders dat zouden doen, als het maar blijft zitten. Blijft het niet zitten dan doe je het opnieuw.

Is de driepoot klaar en stevig genoeg dan kun je het dak van de hut gaan maken. Kijk naar het plaatje. Je gebruikt net zo veel stokken als je vinden kunt. Lange takken zet je aan de voorkant, korte takken aan de achterkant. Dunne takken schuif je in de spleten die er tussen de grote takken overbleven. Wil je het heel mooi doen dan maak je de laatste spleten dicht met bladeren.

Misschien mag je van de boswachter bladeren van varens gebruiken, die gaan nu toch verdorren. Je kunt natuurlijk ook gewoon oud zeildoek of een stuk plastic over de hut hangen. Alles mag.