‘Bestuurders konden hun gang gaan’

Staatsbedrijven als NS hebben met Dijsselbloem een actieve aandeelhouder. Hij wil veel zeggenschap.

De minister van Financiën stelt graag vragen. Vaak geeft hij zelf meteen het antwoord. „Is het gek dat een 100-procent-eigenaar betrokken wil zijn bij strategische beslissingen van een bedrijf? Ik denk het niet, ik denk dat dat heel normaal is.”

Jeroen Dijsselbloem klinkt strijdlustig. Aanleiding voor het gesprek op zijn werkkamer is het jaarverslag 2014 over staatsdeelnemingen dat vandaag verschijnt. Een tweede aanleiding is de onvrede bij commissarissen van de staatsondernemingen die een maand geleden via deze krant naar buiten kwam. Het ministerie van Financiën bemoeit zich te veel met ons, is hun klacht. Het politieke belang prevaleert boven het ondernemersbelang.

Dat ziet PvdA’er Dijsselbloem anders. Hij „staat voor actief aandeelhouderschap, met veel oog voor het publieke belang”. Namens de staat is hij aandeelhouder van 16 staatsdeelnemingen, waaronder grote bedrijven op het gebied van infrastructuur en energie: Schiphol, Havenbedrijf Rotterdam, NS, Tennet, Gasunie. Wat opvalt: van elk bedrijf kent Dijsselbloem de details.

Begrijpt u de onvrede van de commissarissen?

„Als ik met commissarissen praat merk ik dat ze er geen moeite mee hebben dat de aandeelhouder zeggenschap wil hebben. In het verleden ging het weleens fout omdat niet duidelijk was hoe ver die zeggenschap ging. Daarom moet je als aandeelhouder precies zeggen waar je op gaat sturen. Daarom hebben wij nu precies aangegeven hoe de taken zijn verdeeld tussen commissarissen en aandeelhouder als het gaat om beloningen, benoemingen, investeringen en strategische keuzes van het bedrijf.”

Was de taakverdeling onduidelijk of gaat uw invloed steeds verder?

„We zitten er korter op én er was een grijs gebied. Nu is alles heel precies geformuleerd om wrijving en irritatie te voorkomen. Je kunt beter vooraf zeggen hoe je samen een nieuwe bestuurder benoemt. Anders moet je aan het einde van het proces misschien aan de noodrem trekken.”

Commissarissen zeggen: de overheid mist de expertise voor de actieve rol die ze wil spelen.

„Dat is een heel jammerlijke opvatting. Eigenlijk zeg je dan: overheid, hou je er buiten. Hou op met staatsbedrijven en privatiseer alles. Daar geloof ik helemaal niet in. Wíj hebben verstand van publieke belangen én van geld. De staatsbedrijven doen het dan ook buitengewoon goed.”

Uw critici zeggen: als de staat zich zo activistisch wil opstellen, maak er dan ambtelijke diensten van.

„Alleen bij ProRail is dat een reële discussie. Dat bedrijf heeft een afwijkend model omdat het voor 80 procent wordt gesubsidieerd door het Rijk. De andere bedrijven financieren zichzelf, die vragen mij niet om geld.”

De discussie gaat over de mate van sturing door het Rijk. NS bezint zich op een nieuwe strategie. Wordt die door Financiën of NS bedacht?

„Dat gebeurt in overleg. Roger van Boxtel [president-directeur van NS] heeft hier al aan tafel gezeten met een eerste schets van zijn opvattingen. Daar reflecteer ik dan op. En dan gaat hij weer terug en dan komt er een tweede schets.”

Dijsselbloem pakt pen en papier en schetst een aantal blokjes. Enthousiast: „NS is een interessant voorbeeld. Hun hoofdactiviteit is het exploiteren van het hoofdrailnet. Dat bestrijdt niemand. In de loop der jaren zeiden ze: we bieden vervoer van deur tot deur. Dus we gaan ook het busvervoer doen. En die regionale spoorlijntjes, die kunnen er ook nog wel bij. En we exploiteren niet alleen het vastgoed, we gaan ook alle horeca doen! En dat kunnen we ook in het buitenland.”

„Ik vind niet dat je als aandeelhouder dan moet zeggen: dat is aan het bedrijf. Dit gaat over strategie. Is dit wel verantwoord voor NS en voor de samenleving? Ben je niet vanuit een monopoliepositie allerlei private activiteiten aan het wegdrukken? Kan een private partij niet beter de hamburgers bakken? Er was totale wildgroei.”

In het jaarverslag constateert u tevreden dat in de afgelopen jaren de beloningen van bestuurders van staatsdeelnemingen met gemiddeld 28 procent is „gematigd”. Nivelleren is een feest?

„Nee, daar gaat het niet om. Er is te lang gespiegeld met de private sector maar het gaat hier om relatief beschermde ondernemingen met een publiek belang. Daar hoort dus een salaris bij waarin dat relatieve comfort is verrekend. Deze bestuurders opereren in een veiliger omgeving dan de vrije markt. Het matigen van de beloningen leidt absoluut tot de meeste discussie met de staatsdeelnemingen. Inclusief de veelgehoorde stelling: ‘If you pay peanuts, you’ll get monkeys’. Iets dat ik overigens niet herken. We zijn prima in staat goede mensen te vinden.”

Het zijn niet zelden oud-politici. Ervaren mensen uit het bedrijfsleven passen steeds vaker voor een rol bij een staatsdeelneming.

„Het hoeven niet per se politici of mensen uit de publieke sector te zijn. We benoemen ook mensen uit het bedrijfsleven, als ze maar aantoonbare feeling hebben met het maatschappelijk belang. Kijk naar Schiphol: daar zijn net drie commissarissen uit het bedrijfsleven benoemd.

„Ik denk eigenlijk dat dat vooral een generatieding is. Bestuurders waren gewend hun goddelijke gang te gaan en hoefden geen verantwoording af te leggen. Ik zeg het maar even kort door de bocht. Die luxe heeft tegenwoordig niemand meer.

„De baas van Shell wordt ook de hele dag bekritiseerd en bevraagd. Net als mensen met een publieke functie. Of het nou een burgemeester, een Kamerlid of de premier is. Ze liggen allemaal onder een vergrootglas. Dat geldt ook voor bestuurders en commissarissen van onze staatsdeelnemingen. Daarom zeg ik heel eerlijk: mensen die de behoefte aan verantwoording en transparantie die breed in de samenleving leeft niet verstaan, of dat ervaren als bemoeienis, zijn gewoon ongeschikt om actief te zijn bij een staatsdeelneming. Daar móét je mee om kunnen gaan in deze tijd.” Lachend: „Dat is wel helder verwoord, volgens mij. Toch?”