‘Zonder TTIP doen we niet meer mee’

Europees topambtenaar Hiddo Houben geeft een zeldzaam interview om handelsverdrag TTIP te verdedigen. Er staat veel op het spel.

„Ambtenaren van de Europese Commissie treden zelden op deze manier naar buiten”, zegt de Nederlandse topambtenaar Hiddo Houben. Maar er staat dan ook veel op het spel: TTIP, het vrijhandelsverdrag waarover de Commissie onderhandelt met de Verenigde Staten.

Het Transatlantic Trade & Investment Partnership, het pronkstuk van de Europese handelspolitiek, wil maar niet glanzen. Afgelopen weekend demonstreerden in Europese hoofdsteden tienduizenden mensen tegen wat zij zien als een grote uitverkoop van Europese normen en waarden.

Protesten tegen TTIP in Amsterdam. Foto ANP / Jerry Lampen

TTIP moet tariefbarrières wegnemen, maar de onderhandelingen gaan ook over het op elkaar afstemmen van bestaande regels en het gezamenlijk ontwikkelen van nieuwe regels. Dat ligt gevoelig: gaan de Amerikanen straks ons beleid dicteren? Consumentenorganisaties in Brussel zijn daar bang voor.

Het felle verzet noopt de verantwoordelijke eurocommissaris, Cecilia Malmström, tot het maken van een tegengeluid. Alle mogelijke middelen worden ingezet, inclusief Hiddo Houben, de nummer drie in het onderhandelingsproces. De topambtenaar komt tijd tekort: vanavond in debat met critici op Radio 1, nu een kranteninterview en volgende week met 150 ambtenaren naar Miami voor de elfde onderhandelingsronde van TTIP. „Vroeger brak het uur van de waarheid aan als je was uitonderhandeld. Nu is het al aangebroken terwijl we halverwege zijn.”

Heeft de Commissie zich verkeken op het verzet?

„Dat is oneerlijk om te zeggen. De onderhandeling is heel zorgvuldig gelanceerd en 28 regeringsleiders en het Europees Parlement hebben ermee ingestemd.”

De regie lijkt weg.

„Sommige zorgen zijn moeilijk te rijmen met wat feitelijk wordt onderhandeld. Daarover moeten we beter communiceren, maar in ons directoraat-generaal werken 200 man – die kunnen moeilijk én onderhandelen én communiceren. Malmström doet ongelooflijk veel. Wij zijn uiteindelijk afhankelijk van lidstaten en het bedrijfsleven. Die moeten stelling nemen en de nationale discussies winnen. In bepaalde lidstaten wordt de toon van het debat vooral door sceptici bepaald.”

Waarom heeft Europa TTIP nodig?

„Europa is altijd open geweest. Nederland zelfs in extreme mate. Die openheid is onze kracht, het houdt ons scherp. De blootstelling aan concurrentie zorgt uiteindelijk voor de hoogst mogelijke welvaart.”

 

 

Europeanen zijn net blootgesteld aan een financiële crisis. Misschien zijn ze moe.

„Europa zit in een legitimiteitscrisis. Dat is ook niet onterecht, als je bedenkt hoeveel schade de werkgelegenheid en het leven van veel mensen heeft opgelopen. Maar TTIP is juist goed voor de werkgelegenheid. Alle studies wijzen uit dat banen die gelieerd zijn aan het buitenland gemiddeld hoger betalen en dat een open handelspolitiek niet leidt tot hogere werkloosheid. De VS zijn er het beste bewijs van: daar ligt de werkeloosheid rond de 5 procent, bijna de helft van die van ons.”

Er zijn onderzoekers die banenverlies voorspellen.

„Banenverlies is mogelijk, maar er komen meer nieuwe banen bij. Een onafhankelijke studie kwam uit op 100 miljard euro aan voordelen voor Europa. Dat lijkt niet veel, voor Nederland zou het kunnen gaan om 5 miljard euro, maar dat is wel een Oosterscheldedam. Niet eenmalig, maar elk jaar. Dan begint het op te tellen.”

De handelstarieven tussen Amerika en Europa zijn al heel laag.

„Onze invoerrechten zijn laag, gemiddeld 3,5 procent. Maar in Amerika hebben ze tarieven van soms boven de 15 procent, voor zaken als serviesgoed, glasproducten, leren schoenen, designkleding, landbouwproducten. In de chemische industrie zijn invoerrechten ook hoog. Sommige delen van de Amerikaanse dienstensector zijn volledig gesloten, voor Nederlandse baggeraars of Finse bouwers van ijsbrekers en de Denen met hun windmolenparken.”

Welke barrières werpen wij op?

„Wij hebben nog een zekere bescherming in de landbouwsector. Amerikanen vinden ons op dat vlak protectionistisch. Ze willen nog meer vlees en granen naar ons uitvoeren.”

Is dat in ons belang?

„Wij voeren meer landbouwproducten uit naar Amerika dan zij naar ons. Het is in ons belang dat dit zo blijft. We willen dus in ieder geval meer markttoegang tot Amerika. Wij vinden ook de bij ons beschermde ‘geografische oorsprong’ van producten weer belangrijk. Dat is dus onderdeel van de uitruil. Over genetisch gemodificeerde producten gaan we niet onderhandelen. Dat is geen kwestie van protectionisme, de keuzes die we daar maken en die per lidstaat verschillen zijn van een maatschappelijke, niet-economische aard.”

Maar we gaan wel samenwerken op het gebied van regelgeving.

„Dat is vrijwillig en kan er nooit toe leiden dat de bescherming van consumenten of producten wordt verlaagd. Het gaat om het uitwisselen van kennis en informatie. Bij het maken van regels wordt nauwelijks samengewerkt. Maar als je nu al weet dat de elektrische auto, een nieuw product, voor veel nieuwe regelgeving gaat zorgen, waarom zou je daar dan niet samen op kunnen anticiperen?”

Waarom moet dit per se binnen TTIP?

„China importeerde tot nu toe kapitaal, maar gaat het binnenkort exporteren. Chinese staatsbedrijven gaan de westerse markt op, dat zien we nu al. Hoe zorgen we ervoor dat die bedrijven niet concurrentieverstorend worden en zich op dezelfde manier gedragen als particuliere bedrijven? Het is in ons belang om met de Amerikanen regels te ontwikkelen die we vervolgens samen aan de rest van de wereld kunnen aanbieden. Met TTIP kunnen we een stempel drukken op de handelspolitiek van de 21ste eeuw. Als we dat niet doen, dan doen we niet meer mee.”