W.C. Kloot van Neukema

Zou het werk van E. du Perron nog worden gelezen? In zijn tijd – hij stierf in 1940 – was hij een beroemdheid. Du Perron schreef gedichten, romans, verhalen, essays en recensies. Hij publiceerde bloemlezingen, vertaalde en gaf bibliofiele uitgaven uit in eigen beheer.

Bovendien was hij een zeer productieve brievenschrijver.

Er zijn zo’n 5.500 brieven van hem bewaard gebleven. Volgens kenners geven die een gedetailleerd beeld van het letterkundige klimaat in Nederland tijdens het interbellum. „Ze lezen als een getuigenis van een intellectueel die zich rekenschap geeft van de politieke en maatschappelijke verschijnselen van zijn tijd, waarbij de opkomst van het fascisme en nationaalsocialisme een belangrijke plaats inneemt.”

Dit citaat komt van een website die vandaag om 14.00 uur wordt gelanceerd: eduperron.nl. Vrijwel alle zelfstandig verschenen publicaties van Du Perron zijn er te vinden, samen met een groot deel van zijn bijdragen aan kranten en tijdschriften.

Je kunt er zelfs in zeven fotoalbums bladeren, waarin het leven van Du Perron op de voet te volgen is – vanaf zijn geboorte in 1899. Die foto’s zijn niet eerder gepubliceerd.

Het is u wellicht ontgaan, maar onlangs is er een nieuwe editie van de Dikke Van Dale verschenen. Maakte Du Perron weleens gebruik van dat woordenboek? Ja, want in 1929 schreef hij aan de dichter Gaston Burssens: „De uitdrukking waar je het over had, is, tot mijn spijt: ‘Een hart onder de riem’ en niet: ‘Een riem onder het hart’. Ik weet wel dat men dikwels het laatste zegt, maar het is foutief. Zie Van Dale, bij riem.”

Dit zou de indruk kunnen wekken dat Du Perron zich door woordenboeken de wet liet voorschrijven, maar dat is niet zo. „Een woord, naar zijn ideale aanwending, is in zijn beteekenis niet begrensd zooals de woordenboeken ons willen doen gelooven”, schreef hij in 1931 in een tijdschrift. „Het is geen steen welken men, stapelend op een anderen steen, en zoo voort, stapelt tot een huis, een gebouw van woorden en zinnen. Het woord is een teeken, een gebaar, een glimlach, een klank, een kleur, het is een suggestie even onbestemd en wisselend als dit alles en toch even beteekenisvol.”

Du Perron schreef niet alleen onder eigen naam, maar ook onder diverse pseudoniemen. Zijn leukste pseudoniem is W.C. Kloot van Neukema. Zoals de naam al doet vermoeden publiceerde hij onder die schuilnaam erotische teksten.

De erotische poëzie van Du Perron is erg expliciet, zeker voor die tijd: „Elizabeth, je mond zoo vochtig-rood van kleur, / heb ik nog liever dan je voor- en achterdeur. / O, laat je lippen soppend knijpen in mijn lul.”

De ‘sonnettenkrans’ van W.C. Kloot van Neukema verscheen in 1925, in eigen beheer. Het is een verslag van een vrijpartij met een „vette keukenmeid”, met veel zaad, scheten en kots. Op de titelpagina staat: „Gedrukt in vijftien exemplaren tot opwekking van den Bond van Slaphangers ter secrete Drukkerij ‘Flep-met-Zuchten’ te Geyloord.”

Overigens komen de erotische gedichten van Du Perron door een logistieke vertraging pas volgend jaar op de site. Het zou mij niet verbazen als ze dan veel nieuwe bezoekers opleveren, ook websurfers die nog nooit van E. du Perron hebben gehoord.