Wat kost een vluchteling?

Elke migratiegolf is anders en niet te vangen in een paar eenvoudige rekensommen. Investeren in integratie kan lonen.

De Topsporthal in Leek wordt ingericht als tijdelijke crisisopvanglocatie voor zo'n 300 vluchtelingen. Foto Kees van de Veen

Vragen wat een asielzoeker ‘kost’, is hetzelfde als vragen wat een kankerpatiënt kost, of iemand zonder werk. Of een gepensioneerde, ‘de’ migrant, iemand die thuis voor de kinderen zorgt. Het leidt tot ongemakkelijke discussies, en een neutraal antwoord is niet te geven.

Eerst komen de morele vragen: moet je in termen van kosten en baten over mensen praten? Mag je dat niet doen bij werklozen, en wel bij asielzoekers, omdat de eerste groep ‘bij ons’ hoort, en de tweede groep niet? Wat doe je dan bij werklozen die blijken ooit asielzoeker te zijn geweest? Wat is ‘ons’ eigenlijk?

Het is precies die onenigheid die nu tot verhitte discussies leidt. En daarin gebruiken voor- en tegenstanders financiële argumenten, omdat die – meer dan morele – een zweem van objectiviteit hebben.

Maar zo objectief zijn dit soort cijfers niet. Om te beginnen zijn er definitiekwesties. Alle kosten die de staat maakt om vluchtelingen te huisvesten, te voeden en te scholen, vloeien direct terug in de Nederlandse economie: aannemers mogen asielzoekerscentra bouwen, advocaten procederen, plaatselijke winkels krijgen meer klanten, etcetera. Geld dat hiermee is gemoeid, zou volgens een analyse van de Zwitserse bank Credit Suisse anders vastzitten in besparingen van burgers en overheid. Nu deze kosten wel worden gemaakt, zou dit volgens de bank een extra economische groei voor de EU kunnen opleveren van 0,2 procentpunt.

 

 

Telt werkloosheid ook mee?

En wanneer stop je met het bijhouden van kosten? Moet je bij de ‘kosten van een asielzoeker’ ook de kosten van eventueel werkloze latere generaties meetellen? We weten immers dat werkloze ouders de kans op werkloze kinderen verhogen. Of andersom: als een kind van een asielzoeker een innovatieve ondernemer wordt, tellen diens verdiensten dan ook mee voor de ouder?

Stel dat een erkende asielzoeker een baan krijgt, maar daarmee een ander van de arbeidsmarkt verdringt. Worden de kosten van die werkloze dan aan de asielzoeker toegerekend?

Het zijn nuances die in politieke discussies al snel naar de achtergrond verdwijnen.

Iets makkelijker is te bepalen wat de staat uitgeeft aan het ‘verwerken’ van asielzoekers in de eerste anderhalf jaar na aankomst in Nederland. Ook daar, zo blijkt uit de grafiek bij dit artikel, lopen de kosten erg uiteen, afhankelijk van gezondheid, leerplicht en huisvestingsproblemen.

De bedragen die hier staan, zijn geen nettokosten voor de staat. Omdat al dit geld direct de Nederlandse economie instroomt, krijgt de schatkist een substantieel deel terug in de vorm van inkomstenbelasting en btw.

Gemiddeld genomen legden migratiegolven van de afgelopen vijftig jaar in lidstaten nauwelijks beslag op publieke middelen, zo meldden de 34 geïndustrialiseerde landen in de OESO vorig jaar – maar migranten droegen ook nauwelijks iets bij aan de staatskas. Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen migranten groot.

Uit de vele onderzoeken die zijn verricht, zijn wel enkele algemene conclusies te trekken over de kosten en opbrengsten van migranten, blijkt uit een studie van Monique Kremer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit 2013.

De ene migrant is de andere niet

De ene groep migranten/asielzoekers is de andere niet. Ongeschoolde gastarbeiders uit Marokko en Turkije konden maar kort in Nederland werken voordat de industrieën verdwenen waarvoor ze waren ‘gehaald’. Zij en hun achterna gereisde gezinsleden hebben de staat door de jaren heen geld gekost, zo blijkt uit onderzoek. Maar tijdelijke arbeidsmigranten uit het oosten van de Europese Unie leveren de staat juist geld op, 1.800 euro per persoon per jaar. Hoger opgeleide migranten dragen vaak meer bij dan de autochtone bevolking – maar dat geldt niet voor alle hoger opgeleiden.

Aanzuigende werking? Niet bewezen

Landen die hun migranten zorgvuldig kiezen, kunnen dus profiteren – zeker als ze een ‘immigratieland’ zijn, en nieuwe inwoners daardoor relatief goed kunnen integreren. De kosten hangen dus ook erg af van de aard van het ontvangende land.

In typische migratielanden als Australië en de Verenigde Staten is er geen verschil tussen de schoolprestaties van tweede generatie migranten en kinderen van autochtonen, in Europa wel.

Dat verschil zou ook komen door de aanzuigende effecten van de Europese verzorgingsstaat, die zou ‘zwakkere’ migranten aantrekken. Maar dat is ook na twee decennia onderzoek nooit aangetoond, concludeert de WRR. „De meeste migranten solliciteren niet naar een uitkering maar naar werk”, zegt Kremer, ook hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Bij een tekort aan arbeidskrachten – een demografische vrees in veel Noord-Europese landen – heeft migratie weer een ander effect dan als sprake is van hoge werkloosheid.

Investeren in integratie

En nu tienduizenden Syriërs Europa opzoeken? De eerste gegevens suggereren dat ze hogeropgeleid zijn, maar ze hebben niet die zo belangrijke eigenschap die aan het nieuwe thuisland kan bijdragen: een netwerk binnen een functionerende economie in het land van herkomst.

Elke migratiegolf is, kortom, anders. Met nieuwe, soms onverwachte, maar ook deels stuurbare, economische gevolgen. En belangrijker nog, met (geo-) politieke, sociale en culturele implicaties die niet in ogenschijnlijk eenvoudige rekensommen zijn te vangen.

Realiseer je, zegt Kremer, dat maar weinig burgers vanwege een procentpunt meer of minder economische groei voor of tegen de komst van asielzoekers zijn.

En dat een land de bredere maatschappelijke gevolgen van asielinstroom kan bijsturen, door te investeren in de integratie van nieuwkomers.

Daarover maakt ze zich zorgen: „De hele infrastructuur daarvoor is door afbraak van het integratiebeleid verdwenen. Als we nu niet investeren, kan dat ons op de lange termijn geld kosten, en een verloren generatie opleveren.”