Wanbestuur bij stichting ter promotie van mode

De stichting Dutch Fashion Foundation kreeg 1 miljoen euro subsidie om modeontwerpers internationaal te laten doorbreken, maar maakte dat niet waar. Daarbij schond de stichting de regels voor ‘goed bestuur’. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

De subsidie kwam in 2010 van EVD Internationaal, een dienst van het ministerie van Economische Zaken (EZ). De stichting beloofde dat de ontwerpers in Milaan en Parijs „begeleid worden tot succesvolle, exporterende modelabels van hoge kwaliteit”. Van de 33 kledingontwerpers is inmiddels tweederde failliet, heeft zijn of haar bedrijf opgeheven, verkeert in financiële problemen of presenteerde geen nieuwe seizoenscollectie meer.

Van de ontwerpers die nog wel actief zijn, realiseerde niemand in Milaan en Parijs een „doorbraak tot succesvol exporterend modelabel”. Het project moest in 2012 klaar zijn, maar pas vandaag dient de stichting de financiële eindafrekening bij EZ in.

Met de governance van de stichting is van alles mis. Ex-modejournaliste Angélique Westerhof (46) is al vijf jaar zowel directeur als enig bestuurder, hoewel het bestuur volgens de statuten uit „ten minste twee” leden dient te bestaan. De stichting moet tevens een raad van advies hebben. Ook die ontbreekt. Daarmee schendt zij niet alleen de eigen statuten maar ook de Governance Code Cultuur (gedragscode voor goed bestuur). Die bepleit een duidelijke verdeling van taken en bevoegdheden.

Van de 961.500 euro subsidie ging driekwart naar de stichting zelf. Het betreft onder meer de salarissen van medewerkers van de stichting en andere kosten van de stichting. Volgens Westerhof is de code voor goed bestuur „niet bindend”.