Oppositie doet Wilders pijn

In het Kamerdebat over de opvang van vluchtelingen dreef de oppositie Geert Wilders eensgezind in een hoek.

In het Tweede Kamerdebat over vluchtelingen ging het gisteren amper over de inhoud van het kabinetsplan voor sobere asielopvang en „bijstand in natura”. De oppositie wilde vooral weten wat het doel was. Moeten asielzoekers worden afgeschrikt? Ja, vond de VVD. Of verandert er eigenlijk niks voor hen? Zo is het, zei de PvdA.

Premier Mark Rutte (VVD), vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) en staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD) zagen vanuit het kabinetsvak hoe de Tweede Kamer vooral druk was met zichzelf: als buiten de Kamer iedereen zegt dat Geert Wilders (PVV) het debat over de vluchtelingen domineert, moet er misschien wel dringend iets gebeuren. Het lukte de oppositiepartijen om Wilders in een hoek te drijven. Hij maakte een nerveuze indruk en had lang niet altijd een antwoord op de vragen van de andere fractievoorzitters.

Vooral CDA-leider Sybrand Buma had beet. Hij haalde een recente kabinetsmaatregel tevoorschijn waarmee asielzoekerscentra sneller kunnen worden gebouwd, na een kortere inspraakprocedure. Waarom had de PVV daar in de Tweede Kamer geen bezwaar tegen gemaakt en klaagt de partij nu buiten de Kamer dat burgers te weinig inspraak hebben?

Wilders vergeet de burgers iets belangrijks te vertellen, zei Buma: „Het asielzoekerscentrum in uw provincie is er mede dankzij de PVV.”

Wilders wist duidelijk niet precies over welke maatregel het ging en zei dat zijn partij wel vaker wetten steunde „waarin een onderdeeltje zit dat we niet willen”.

D66-leider Alexander Pechtold nam het daarna van Buma over. Ook in de tijd dat de PVV nog wat te zeggen had, als gedoogpartner in Rutte I, zei hij, kwamen er asielzoekers naar Nederland. Wilders ging schelden („U bent een nul”) en zei dat híj in het parlement de enige was die de mening van het volk vertegenwoordigde. „Volgens mij haalt u nog geen tien zetels in de peilingen.”

Wilders las brieven voor van „gewone Nederlanders” met klachten over asielzoekers. Tegen SP-leider Emile Roemer, die hem wilde laten zeggen dat het incidenten waren, zei Wilders: „De SP zegt: ‘Kom maar binnen, Ali met je knecht’.” En: „U maakt het met de dag erger en daarom lopen de kiezers nu rennend en gillend bij u weg.”

Dat vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning van het kabinet minder bijstand krijgen in ruil voor een woning en een zorgverzekering, was voor de Kamer nauwelijks controversieel. VVD en PvdA vertelden er weer hun eigen verhaal over: de VVD weet zeker dat asielzoekers erdoor worden ontmoedigd. Volgens PvdA-leider Samsom worden de vluchtelingen goed opgevangen en was „soberheid” een traditie in zijn partij. Maar was die soberheid nu doel of gevolg? „Vanuit één werkelijkheid worden er op deze manier twee beelden voor de achterbannen gecreëerd”, zei Pechtold.

Volgens Rutte was dat geen enkel probleem. Hij erkende dat hij niet had voorzien dat er zoveel vluchtelingen zouden komen. Maar volgens hem zag niemand dat aankomen. Dus of het kabinet slecht voorbereid was, zoals de oppositie zei? Nee, zei Rutte. „Als je zou zeggen dat je 20.000 huizen leeg houdt voor het geval dat de asielinstroom toeneemt, verwacht ik niet dat daar draagvlak voor zal zijn.”