KPMG scoort eindelijk weer eens goed

De grote accountantskantoren doen eindelijk beter hun best, vindt toezichthouder AFM.

Illustratie Daan van Elk Illustratie Daan van Elk

Een toezichthouder kan niet alleen maar steeds roepen wat er níét goed gaat, vindt bestuurder Gerben Everts van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). „Dan gaan accountants denken: ‘Het is toch nooit goed, waar doen we het allemaal voor?’” Als het goed gaat, moet je dat ook „durven benoemen”, zegt Everts, verantwoordelijk voor het toezicht op accountants.

Dus dat heeft de AFM vandaag gedaan, in een rapport over wat de negen grootste accountantskantoren hebben gedaan om zichzelf te verbeteren. Ze hebben „serieuze stappen” gezet, concludeert de toezichthouder, om „fundamenteel te veranderen”. En dat geeft „vertrouwen”.

Dat was vorig jaar rond deze tijd heel anders. Toen beoordeelde de AFM 45 procent van de controles van de grote kantoren als „onvoldoende”. Eerdere pogingen om zichzelf te verbeteren, eindigden steeds in „een teleurstelling”, zegt Everts. Maar deze keer dus niet – vooralsnog.

Deze resultaten zeggen nog niks over de kwaliteit van controles. Die gaat de AFM volgend jaar weer meten. Maar volgens Everts hebben de kantoren met hun maatregelen wel het „gewapend beton” gestort dat nodig was om de kwaliteit te verbeteren.

In het rapport zijn de scores uitgesplitst per kantoor. KPMG – vorig jaar veruit de slechtste – heeft het nu het beste gedaan. Daarna volgen de andere van de big four: EY, Deloitte en PwC. Ook BDO doet het goed.

De kleinere onderzochte kantoren hebben een stuk minder voor elkaar gekregen. „De grote kantoren voelden de meeste urgentie”, zegt Everts. „De rest vroeg zich eerst nog af of zij ook echt mee moesten doen – het antwoord was natuurlijk ja.”

Op basis van „duizenden A4’tjes” aangeleverde informatie per kantoor beoordeelde de toezichthouder of ze vaart maken met het uitvoeren van de verbeterplannen. Naar deze vier dingen heeft de AFM gekeken.

1 Besturende bestuurders

De AFM wil dat bestuurders alleen besturen en niet druk zijn met prestigieuze klanten. „Voorheen hadden sommige bestuurders ook vier of vijf grote klanten”, zegt Everts. „Dat konden ze nooit waarmaken, dus bestuur werd een soort verplicht corvee.” De AFM heeft gekeken of de bestuurders dat nu anders doen.

Ook heeft de AFM beoordeeld of het bestuur wel een „visie” heeft. Met name over wat zij verstaan onder kwaliteit en hoe ze die moeten verbeteren – zo concreet mogelijk. Wat vage ideeën zijn niet genoeg.

2 Cultuurmeters

Ja, erkenden de grote accountantskantoren vorig jaar, onze cultuur moet anders. De AFM heeft gekeken of ze nu ook weten hóé die anders moet. Ook wil de toezichthouder dat kantoren hun cultuur laten meten. „Ze moeten niet denken dat ze dat zelf kunnen”, zegt Barbara Majoor, voormalig partner bij Deloitte en mede-opsteller van het AFM-rapport. Kantoren moeten daarvoor bijvoorbeeld speciale bureaus inhuren, die „meer doen dan wat vragenlijsten rondsturen”, zegt zij.

Ook heeft de AFM gekeken of kwaliteit het zwaarst weegt in de beoordeling van accountants. Majoor: „Dat moet nog beter. De kantoren zeggen: ‘Kwaliteit is belangrijk’. Wij zeggen: ‘Prima, maar werk dan ook even concreet uit hoe je daarvoor zorgt’.”

3 Echte toezichthouders

Niemand anders dan de partners hadden binnen accountantskantoren voorheen iets te vertellen. Geen situatie om eens even allerlei radicale veranderingen door te voeren. Bestuurders moesten steeds „over hun schouder kijken”, zegt Everts, of de partners ze nog wel „bestuurswaardig” vonden.

Nu moeten de kantoren een externe raad van commissarissen hebben die bestuurders benoemt en ontslaat. Een „buffer”, zegt Everts. „De raad van commissarissen zegt: ‘Jij bent onze man of vrouw, dit is je taak. Je zult op veel weerstand stuiten, maar onze steun heb je’.” De AFM heeft onder meer gekeken hoeveel macht de commissarissen hebben.

4 Bijspijkercursussen

Hier gaat het uiteindelijk allemaal om: dat accountants niet meer tóch hun handtekening onder een jaarrekening zetten terwijl ze dat niet zouden moeten doen. De AFM heeft gekeken hoe de kantoren ervoor zorgen dat hun accountants goed genoeg zijn én blijven en hoe ze erachterkomen wat de oorzaak is van een misser.

Volgend jaar kijkt de AFM weer naar de kwaliteit van accountantscontroles van de grote kantoren. Het aantal onvoldoendes moet dan eigenlijk „nul” zijn, zegt Everts. „Maar we moeten niet naïef zijn.” Als het aantal halveert – en zo’n 20 procent onvoldoende is – „zou dat heel mooi zijn”.