Hollands beste kunstenaars in het buitenland

Nederlandse kunstenaars zijn in het buitenland veelgevraagd. NRC zocht uit wat hun prestaties in 2014 waren en maakte

met behulp van een deskundige jury een ranglijst.

illustratie Roel Venderbosch

Jarenlang was André Rieu de onbetwiste Flying Dutchman. Met zijn orkest vloog de Limburgse walskoning de wereld over, op tournees waarbij de concertreeksen van Madonna, Coldplay en Metallica wat betreft omzet soms verbleekten. De laatste jaren zijn er meer Nederlandse cultuurmakers die vliegtuig-in vliegtuig-uit stappen. Van architect Rem Koolhaas is wel gezegd dat hij meer tijd in de lucht doorbrengt dan op aarde. En hoeveel reportages zijn er niet gemaakt over Hollandse dj’s die de hedendaagse jongensdroom leven: met privéjet van Ibiza via Miami naar Hongkong, van de ene party naar de andere?

De internationale reikwijdte van Nederlandse kunst en cultuur is enorm. De tijd dat het vooral de schilders uit de Gouden Eeuw en Vincent van Gogh waren die het Hollandse culturele imago bepaalden, ligt ver achter ons. In hoeverre dat te danken is aan de overheid zal volgende maand blijken, als de uitkomsten worden gepubliceerd van een groot onderzoek naar het internationale cultuurbeleid. Vooruitlopend daarop presenteert deze krant de eerste NRC Cultuur Top 100, een ranglijst van de meest succesvolle Nederlandse culturele exporteurs over het jaar 2014.

De Top 100 van 2014 is een gewogen ranglijst – een mix van autoriteit en invloed, van reputatie en verdiensten, van omzet en geloofwaardigheid.

De NRC-kunstredactie heeft eerst, na raadpleging van het Mondriaan Fonds, het Fonds Podiumkunsten, Filmfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, een kandidatenlijst opgesteld met namen van 140 cultuurmakers uit twaalf disciplines. Daarop stonden vooral kunstenaars en gezelschappen die in het buitenland actief zijn, maar ook musea en evenementen die grote hoeveelheden toeristen naar Nederland lokken.

Van alle kandidaten is uitgezocht wat in 2014 hun belangrijkste prestaties waren: hoe vaak ze in het buitenland hebben opgetreden of geëxposeerd, hoeveel bezoekers ze trokken, hoe vaak in buitenlandse media over hen is gepubliceerd, welke prijzen of onderscheidingen ze hebben gekregen, hoeveel omzet ze hadden.

Het duiden van de gegevens was de taak van een tienkoppige jury. Zij gaven aan welke dertig cultuurmakers volgens hen in het buitenland vorig jaar het meeste tot de verbeelding spraken en het sterkste bijdroegen aan het beeld van Nederland Cultuurland. Aan de keuzes van de jury zijn punten toegekend, waarna een Top 100 ontstond.

We hebben ons beperkt tot levende cultuurmakers. Toeristenmagneten als het Anne Frank Huis, Kinderdijk en de Keukenhof zijn buiten beschouwing gelaten. Net als commerciële bedrijven die (soms) cultuurproducten voortbrengen, zoals de televisieproducenten Endemol en Eyeworks, kledingfabrikant G-Star en computerspelontwikkelaar Guerrilla Games.

In een multiculturele samenleving behoeft het begrip ‘Nederlands’ enige opheldering. Beeldend kunstenaar Marlene Dumas is geboren in Kaapstad, toneel- en operaregisseur Ivo van Hove in het Vlaamse Heist-op- den-Berg. Waarom staan zij wel in de NRC Cultuur Top 100 en de (deels) in Amsterdam wonende Oscar winnende regisseur Steve McQueen bijvoorbeeld niet? Voor ‘buitenlandse’ cultuurmakers gold als criterium de tijd die zij in Nederland hebben doorgebracht en of ze als ‘Nederlanders’ worden beschouwd. Klassieke muziek is de sector met de meeste vertegenwoordigers in de Top 100. Maar als we naar de top van de ranglijst kijken, dan is Nederland in het buitenland toch vooral het land van de drie D’s: dans, dance en design.

De jury had weinig moeite om de eerste dertig namen voor de lijst aan te wijzen. Drie cultuurmakers sprongen er bovenuit. Anton Corbijn, de nummer 3, is de enige cultuurmaker die van alle juryleden punten kreeg. Niet alleen werd hij geroemd als een fotograaf die „de muziekfotografie opnieuw uitvond” (citaat jurylid Peter Vantyghem), ook zijn werk als filmregisseur oogstte veel waardering: „Welke Nederlander regisseert er een film met George Clooney in de hoofdrol?” (Birgit Donker).

Drie juryleden wezen de nummer 2 in de Top 100, het ‘nieuwe’ Rijksmuseum, als winnaar aan. „Geweldig gebouw, geweldige collectie en een geweldige directie die een prachtig evenwicht vindt tussen inhoudelijkheid en marketing” (Leon Ramakers) en „Sinds de heropening een van de beste musea ter wereld” (Ruth MacKenzie).

Toch was er één cultuurmaker die meer punten behaalde en door de jury als winnaar van de eerste NRC Cultuur Top 100 werd aangewezen: architect Rem Koolhaas. Bijna alle juryleden noemden hem als een van de eersten op hun lijst met de belangrijkste culturele ambassadeurs van 2014. Zelfs Groninger Museum-directeur Andreas Blühm, die „nog niet heeft kunnen ontdekken hoe Koolhaas en zijn bureau met hun gebouwen de wereld mooier hebben gemaakt”.

De bewondering voor de man die in 2014 directeur was van de Architectuurbiënnale in Venetië is groot: „Zijn visie op hoe steden moeten functioneren overstijgt de architectuur” (Nanne Dekking). En: „Koolhaas is reclame voor Nederland. Zijn projecten stralen ongekende ambitie en wereldniveau uit” (Robin de Levita).

Een terechte winnaar, kortom. Aan de uitverkiezing is een prijs verbonden. Rem Koolhaas krijgt een dubbele advertentiepagina aangeboden, te besteden aan een maatschappelijk doel naar keuze.

Correcties en aanvullingen

Leon Ramakers

Leon Ramakers werkte jarenlang voor Mojo Concerts, maar hij was niet medeoprichter van de concertpromotor, zoals in het CS werd gemeld (Hollands beste kunstenaars in het buitenland, 15/10, p. C3). Mojo werd opgericht door Berry Visser.