Hoe denkt Poetin? Leer de Wolfowitz-doctrine

De Wolfowitz-doctrine, vernoemd naar een onderminister van Defensie ten tijde van George W. Bush, wil voorkomen dat er weer een land zo sterk als de Sovjet-Unie kan worden, schrijft Michiel Klinkhamer. Poetin ziet daarin een cynische agenda van mondiale suprematie. Daarom zet hij in Syrië een streep in het zand.

Illustratie Hajo

Twee dagen voordat hij luchtaanvallen op doelen in Syrië verordonneerde, sprak de Russische president Vladimir Poetin op 28 september 2015 in New York de Algemene Vergadering van de VN toe. Deze rede werd in de Westerse pers afgedaan als „voorspelbaar” of „bedoeld voor eigen publiek” en enkele Nederlandse dagbladen gaven zelfs op hun voorpagina’s aan de aankoop van de twee schilderijen van Rembrandt de voorkeur boven de rede van de Russische president.

Een ernstige nalatigheid. Want hoewel nergens man en paard genoemd werden, was de rede van Poetin in feite één grote kritiek op het pro-actieve en preëmptieve buitenlandse beleid dat de VS in 2001 onder de regering-Bush hebben ingezet en dat door de regering-Obama stilzwijgend is overgenomen. Dat beleid gaat terug op de zogeheten Bush-doctrine, ook wel Wolfowitz-doctrine genoemd, naar de toenmalige onderminister van Defensie (2001-2005), Paul Wolfowitz die hem voor het eerst heeft geformuleerd.

De Wolfowitz-doctrine is het Amerikaanse antwoord op het wegvallen van de Sovjet-Unie in 1992, waardoor de VS als enige supermacht op het wereldtoneel overbleven. De doctrine stelt, kort door de bocht, dat de VS er alles aan moeten om dat zo te houden.

In de richtlijn Defense Planning Guidance for the 1994–99 fiscal years (18 februari 1992) formuleert Wolfowitz het als volgt: „Onze eerste doelstelling is om te voorkomen dat er er een nieuwe rivaal opstaat op het gebied van de voormalige Sovjet-Unie of elders, die een bedreiging vormt van de orde van de voormalige Sovjet-Unie.” De doctrine gaat dus verder dan de politiek die president Ronald Reagan (1981-1989) voerde tegen de rechtsvoorganger van Rusland, de Sovjet-Unie, die er immers op gericht was om het conflict met een reeds bestaande rivaal te beëindigen. Reagan speelde het spel hard door de wapenwedloop op te voeren, zodat de inherent inefficiënte economie van de Sovjet-Unie, die niet tot innovatie in staat was, uiteindelijk bezweek. Hij had een oprechte afkeer van de communistische dictatuur, maar had geen bezwaar tegen een sterk Rusland op zich, als de Koude Oorlog eenmaal beëindigd was. Hij heeft de Russische president Michail Gorbatsjov zelfs de mondelinge belofte gedaan dat de NAVO, indien Gorbatsjov de Berlijnse Muur zou laten vallen, zich niet naar het Oosten zou uitbreiden, een belofte die Reagans opvolger George Bush gebroken heeft.

De Wolfowitz-doctrine wil dus voorkomen dat er überhaupt een land zo sterk als de Sovjet-Unie kan worden, ongeacht het politieke systeem of de ideologie die zo’n land heeft. Daaruit volgt, hoewel het zo niet expliciet wordt gesteld, dat de VS in een regio moeten ingrijpen, zodra een land daar te sterk wordt. Dat gaat dus een stap verder dan de Amerikaanse strategie in Koude Oorlog.

Het is dus niet geheel verwonderlijk dat de Wolfowitz-doctrine door landen die in geopolitiek opzicht als rivalen, dan wel concurrenten van de VS kunnen worden aangemerkt, zoals Rusland en China, uitgelegd wordt als een verkapt streven naar Amerikaanse hegemonie in de wereld.

In de Russische politiek en media heerst vrij algemeen de opvatting dat de uitbreiding van de NAVO naar de grenzen van Rusland, de steun aan het pro-Westerse, dus anti-Russische regime in Kiev en de economische sancties tegen Rusland die volgden op de annexatie van de Krim, niet zijn ingegeven door het verlangen om Rusland te straffen voor zijn vermeende agressie, maar om de opkomst van Rusland te verijdelen, omdat het land te sterk aan het worden was.

En daar zit een zekere logica in. Men wijst er dan op dat Rusland en zijn leiders populair waren zolang Rusland onder Boris Jeltsin nog zwak was, maar steeds meer bekritiseerd werden naarmate de economie zich tussen het jaar 2000 en 2008 verdubbelde, de orde in het land werd hersteld, de roofzuchtige olicharchen aangepakt, de armoede gehalveerd en Rusland als het ware uit zijn as verrees. Poetins rede is in feite gericht tegen de Wolfowitz-doctrine. Gelijk in het begin al stelt hij dat er na het einde van de Koude Oorlog „a single centre of domination” is ontstaan in de wereld. En dat „degenen” die zich „aan de top van de piramide” bevonden, meenden dat ze, doordat ze zo sterk en uitzonderlijk waren, „beter dan alle anderen wisten wat er gedaan moest worden” en de Verenigde Naties niet meer nodig hadden.

Hij waarschuwt dat pogingen om het gezag van de VN te ondermijnen „uiterst gevaarlijk” zijn en kunnen leiden tot „de ineenstorting van de hele architectuur van internationale betrekkingen”. Dat leidt tot een wereld waarin we inderdaad geen andere regels meer hebben dan het recht van de sterkste, aldus Poetin. Het is duideljk dat Poetin hier zinspeelt op de Wolfowitz-doctrine, zoals die door de geviseerde rivalen van de VS wordt uitgelegd.

Poetin waarschuwt voorts tegen een wereld waarin „werkelijk onafhankelijke staten” vervangen worden door „een steeds groeiend aantal feitelijke protectoraten en van buitenaf gecontroleerde gebieden”. Daarmee suggereert hij dat de VS, achter de façade van hun charismatische en idealistische president Barack Obama, in wezen bezig zijn een cynische agenda van Amerikaanse mondiale suprematie te implementeren, zoals die is opgesteld door meedogenloze geopolitieke planners als Wolfowitz.

Poetin trekt met de Russische militaire interventie in Syrië in het Midden-Oosten een lijn in het zand. Hij werpt zich op als leider van het verzet tegen de Amerikaanse „nieuwe wereldorde”. Dát was de eigenlijke strekking van zijn rede tot de VN.