Column

Het naderende einde van de kosmopoliet

Ze kwamen voor de autoriteiten van Seattle als een donderslag bij heldere hemel, de massale protesten tegen de vergadering van de Wereldhandelsorganisatie WTO in november 1999. De demonstratie, die vooral door de paniekerige reactie van de ordehandhavers vreselijk uit de hand liep, bleek het startschot voor een serie van grootschalige en vaak heftige acties tegen ‘de globalisering’. De IMF-vergadering in Praag werd een veldslag. De ontmoeting van de G7 in Genua ook. En Washington was, wanneer daar vergaderd werd door IMF en Wereldbank, een fort, waarin het hoofdkwartier op het hoogtepunt tot drie blokken in de omgeving was afgezet.

De beweging doofde uit, Occupy Wall Street was er, na de Lehman-crisis, een zwak aftreksel van. Maar met de aanzwellende protesten tegen het vrijhandelsverdrag TTIP (het Trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap), waarover nu wordt onderhandeld, is de antiglobaliseringsbeweging weer helemaal terug.

Nu de handel tussen Europa en Noord-Amerika al zo vrij is, ligt elke verdere stap die wordt gezet uiterst gevoelig. Wat valt er nog verder te liberaliseren als vrijwel alle barrières geslecht zijn? Voornamelijk voedselveiligheid en andere standaarden, beschermde producten, gekoesterde voorkeuren en gebruiken. Het instellen van de zogenoemde Investor State Dispute Settlement (ISDS), waarbij bedrijven via speciale arbitrage hun verhaal kunnen halen als zij zich door een overheid benadeeld voelen, is onzinnig. De protesten daartegen zijn terecht: ISDS is verzonnen voor geschillenbeslechting tussen bedrijven en wankele landen waarvan de rechtspraak niet te vertrouwen viel. Het is vreemd dat de VS en Europa elkaars rechtsstaten kennelijk niet vertrouwen.

E r is intussen een berg research waaruit blijkt dat de economische voordelen van TTIP niet erg groot, neutraal of nadelig zijn. Kies wat bij je mening past. Maar gaat dit wel over economie en handel? Bij de tegenstanders lijkt een aversie tegen het waargenomen hyperkapitalisme, in lijn met de tijdgeest, te overheersen. En daarmee het gevoel van onmacht, een weerzin tegen de groeiende ongelijkheid (al doet deze zich in Nederland niet of nauwelijks voor) en vooral de vrees dat de soevereiniteit en eigenheid worden vermorzeld door de grote wereld van buiten de grenzen.

En de voorstanders? Het vorige week gesloten soortgelijke TPP-verdrag tussen de VS en landen rond de Stille Oceaan wordt vooral gezien als een politiek pact, om de regio een gezamenlijke vuist te laten maken tegen het oprukkende China. TTIP moet de banden tussen Amerika en Europa verzegelen in een steeds onoverzichtelijker en anarchistischer wereld.

Vrijhandel en economische integratie waren, en zijn, de weg voor politieke samenwerking. Maar wat gebeurt er als je deze machine in z’n achteruit zet? Kun je tegen globalisering zijn en toch verwachten je eigen avontuur te kunnen blijven beleven in Laos, gaan werken of studeren in de VS, of blijven genieten van al die apparaten die in ketens over de hele wereld in elkaar worden gezet? Om te blijven leven onder de paraplu van internationale veiligheid? Kosmopolitisme is alles of niets.

Dat de antiglobaliseringsbeweging destijds met haar eigen kosmopolitisme in haar maag zat, werd geïllustreerd door de Franse vondst zichzelf ‘anders-globalisten’ te noemen. Want hoe kon je anders een wereldburger zijn, die toch tegen globalisering was? TTIP gaat het niet halen, daarvoor is de maatschappelijke weerstand te groot. Maar laat die mislukking niet het begin zijn van een regressie waarvan we niet weten waar zij eindigt.