Haags falen in de eigen tropen

Het waren woorden met een opdracht die minister-president Balkenende in september 2010 sprak aan het slot van de Ronde Tafelconferentie in Den Haag. Toen werd de nieuwe relatie tussen Nederland en de tot de Nederlandse Antillen behorende eilanden officieel vastgelegd. Vanaf 10 oktober 2010 (10-10-10) zouden Curaçao en Sint Maarten autonome landen binnen het Koninkrijk worden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba kregen een status die te vergelijken was met een Nederlandse gemeente. Balkenende: „Aan ons de mooie en verantwoordelijke taak om binnen de nieuwe verhoudingen te blijven bouwen aan dat wat ons bindt: de eenheid binnen het Koninkrijk. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om daar een succes van te maken”.

Hoe weinig hier vijf jaar later van terecht is gekomen bleek deze week nog eens toen het rapport van de evaluatiecommissie Caribisch Nederland werd gepresenteerd. Onderzocht is hoe het de in oktober 2010 aan Nederland gekoppelde ‘BES-eilanden’ Bonaire, Sint Eustatius en Saba verging. Eufemistisch spreekt de commissie onder leiding van Liesbeth Spies, zelf van 2011 tot 2012 nog even minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van een „gemengd beeld”. De conclusies uit het rapport rechtvaardigen eerder de kwalificatie ‘desastreus beeld’.

De meest treurige vaststelling is dat de drie eilanden tegenwoordig nog minder invloed hebben op beleid dat hen aangaat dan voor de transitie van 2010. Het geven van meer eigen verantwoordelijkheid aan de eilanden was één van de belangrijkste redenen voor de nieuwe staatkundige structuur. Dat is dus mislukt. De commissie spreekt over een in Nederland bestaande „aversie dan wel terughoudendheid” om voor de 8.000 kilometer verderop liggende eilanden een uitzonderingspositie te creëren, ook als er goede argumenten voor zijn. Het gevolg is grotere ontevredenheid bij de inwoners van de drie eilanden die samen niet meer dan 21.000 inwoners tellen.

Bestuurlijke onmacht in Den Haag kenmerkte al de relatie met de Nederlandse Antillen, voordat in 2010 de nieuwe verhoudingen van kracht werden. Zorgwekkend is dat deze onmacht gewoon is blijven bestaan. Eerder bleek dat al voor de aanzienlijk grotere eilanden Curaçao en Sint Maarten. Maar het is beschamend dat Nederland zelfs niet in staat is tot een werkbare relatie te komen met de in omvang zeer overzichtelijke ‘eigen’ Caribische gemeente-eilanden. Het onvermogen heeft geleid tot verwaarlozing. Dat falen mag de met Koninkrijksrelaties belaste, eerst verantwoordelijk minister Plasterk (PvdA) zich aantrekken.