Gouden tijd komt niet meer terug

Het Nederlands elftal moet een buitenlandse coach krijgen en countervoetbal gaan spelen. Misschien dat het dan op kan krabbelen. Maar, wereldtop wordt Oranje niet meer, schrijft Financial Times-journalist Simon Kuper.

Foto ANP

In 2004 werd Jürgen Klinsmann onverwacht bondscoach van het waardeloze Duitse voetbalelftal. Klinsmann woonde in Californië aan het strand, en had nog nooit een team getraind. Meteen riep hij Duitsland op tot vernieuwing: „We moeten elk ritueel en elke gewoonte ter discussie stellen.” Zijn Amerikaanse New Age-managementjargon, dat hem deed klinken als een businessboek dat je op het vliegveld koopt, irriteerde bijna iedereen in het Duitse voetbal.

Maar Klinsmann vernieuwde inderdaad alles. Duitsland keek vooral in Nederland het moderne voetbal af. Uit de Verenigde Staten haalde het fitnesstrainers en het principe van de data-analyse. Het kopieerde zelfs de architectuur van Clairefontaine, de centrale Franse jeugdopleiding. Jarenlang leerden de Duitsers door, en inmiddels zijn ze wereldkampioen. Nu het Nederlandse voetbal zijn eigen Stunde Null heeft bereikt, moet het ook op studiereis in onze ongeëvenaard creatieve voetbalregio. Maar zelfs na de vernieuwing zal Oranje waarschijnlijk nooit meer zijn oude glorie bereiken.

Voetbal speel je met je hoofd

Het enige voordeel van dit kleine voetballand was altijd kennis. „Voetbal is een spel dat je met je hoofd speelt”, zei Johan Cruijff, en meestal was Oranje het intelligentste nationale elftal. Nederland kan alleen van Duitsland winnen als Duitsland dommer is, en vaak was dat het geval. Maar rond het millennium hield Nederland op het voetbal uit te vinden. Zelfs Cruijff slaat sindsdien vooral eigenbelang dienende banaliteiten uit. De buitenlandse vraag naar Nederlandse trainers – de dragers van onze voetbalkennis – is opgedroogd. In de vijf grote Europese competities werken nog maar twee Nederlandse hoofdcoaches: Louis van Gaal (64 jaar) en Ronald Koeman (52 jaar).

Intussen bleven onze concurrenten doorleren. Neem Pep Guardiola, die als kind van Barcelona het Nederlandse denken van Cruijff en Van Gaal opslokte. Daar liet hij het echter niet bij. Albert Capellas, voormalig coördinator van de jeugdopleiding van Barça en later assistent-trainer van Vitesse, vertelde mij ooit dat de Nederlandse en Spaanse speelstijlen in balbezit weinig van elkaar verschillen. Het grote verschil lag volgens hem bij balverlies: Guardiola had een complex systeem van verdedigend pressen ontwikkeld, dat in Nederland niet bestond. Het Barça van Pep speelde een soort Hollandse School 2.0. Ook nu bij het oppermachtige Bayern München blijft Guardiola doordenken.

Dat moet Nederland terstond gaan doen. Het Nederlandse geluk is de ligging in West-Europa, een gebied met ongekend intensieve kennisuitwisseling. De Britse historicus Norman Davies verklaarde in zijn boek Europe, A History het West-Europese voordeel: ons ‘gebruikersvriendelijke’ klimaat. Een groot deel van de regio ligt dicht bij zee. Dat matigt de temperatuur. De westenwind matigt het nog verder. Omdat het hier ook nog eens veel regent, is het land vruchtbaar. Daardoor kunnen grote aantallen mensen op een relatief klein terrein leven.

Nieuwe lenzenslijper

Daarom vond hier in de zestiende en zeventiende eeuw de Wetenschappelijke Revolutie plaats: wetenschappers van Nederland tot Italië zaten dicht op elkaar en wisselden snel informatie uit. In de jaren zestig van de zeventiende eeuw ontving Christiaan Huygens brieven van een Schotse collega in het Frans over de nieuwe lenzenslijper die Robert Hooke in Londen had gemaakt. Zo kon Huygens zijn telescoop verbeteren. Nu wisselen voetbalpioniers als Guardiola en de Duitse bondscoach Joachim Löw kennis uit.

Oranje op voorgaande eindrondes

Dat internationale leren gaat moeizamer in minder dichtbevolkte gebieden met (onvermijdelijk) minder voetbalexpertise. Daarom is West-Europa in het tijdperk van de Champions League – het ultieme voetbalkennisnetwerk – ’s werelds sterkste voetbalregio geworden. Met slechts zes procent van de wereldbevolking heeft het de laatste drie WK’s gewonnen, een prestatie die geen andere regio ooit is gelukt. Sterker, West-Europa heeft sinds het WK 2006 acht van de negen podiumplaatsen gepakt:

WK Winnaar Tweede Derde
2006 Italië Frankrijk Duitsland
2010 Spanje Nederland Duitsland
2014 Duitsland Argentinië Nederland

Let op de dieptekracht van de regio: vijf verschillende West-Europese landen hebben de topdrie gehaald. Nederland kan nu zelfs bijna per fiets topkennis gaan ophalen: onze oosterburen zijn wereldkampioen en de zuiderburen staan nummer één op de FIFA-ranglijst. Geografie is ons grote voordeel ten opzichte van een ander achterlijk geworden voetballand, Brazilië.

Het belangrijkste risico daarentegen: Nederland dreigt toegang tot het kennisnetwerk Champions League te verliezen. Mogelijk al in 2018 kwalificeert de eredivisiekampioen zich niet meer rechtstreeks voor dat toernooi, vanwege de belabberde Nederlandse clubprestaties in Europa. Slechts een handjevol Nederlanders speelt nu Champions League bij buitenlandse clubs.

Eindeloos rondpassen

Ook zonder Champions League moet Nederland zich echter gaan bijscholen. Maar dat werkt slechts op lange termijn. Op korte termijn moet het land meteen al het eindeloze ongevaarlijke rondpassen afzweren. Simpel gezegd: Oranje moet overstappen van Ajax-voetbal naar PSV-voetbal.

Willem van Hanegem begon deze discussie op zijn manier, door te stellen dat bondscoach Danny Blind te veel Ajacieden en te weinig Feyenoorders selecteerde. Maar Feyenoord is in dit debat slechts bijzaak. Een club die de laatste veertig jaar maar drie keer kampioen werd, is niet eens Nederlandse top.

Van Hanegem heeft wel gelijk dat Blind te veel op de Ajax-stijl leunde. Zijn personeelskeuzes waren daarvan slechts een symptoom. De Ajax-traditie geeft prioriteit aan jeugd en ‘klasse’ (wat bij Ajax is gaan betekenen: vaardigheid in passingoefeningen) boven ervaring, kracht en snelheid. Een Ajax-bondscoach zal Anwar El Ghazi en niet Bas Dost opstellen, Jaïro Riedewald of Davy Klaassen en niet Nigel de Jong. Een Ajax-trainer zal tevens ‘dominant balbezit’ nastreven.

De PSV-traditie baseert zich daarentegen meer op ervaring, kracht en countervoetbal (zie de overwinning op Manchester United vorige maand). Al sinds 2008 presteert Oranje op grote toernooien alleen met een dichte defensie en razendsnelle counters. Zo moet Nederland verder, het liefst onder een buitenlandse bondscoach die hier nieuwe kennis kan importeren.

Nostalgisch voetballand

Met studiereizen en countervoetbal zal Oranje ongetwijfeld opkrabbelen. Over een paar jaar zijn we vast weer beter dan IJsland (325.000 inwoners). Dan kwalificeren we ons weer voor de meeste toernooien, net als bijvoorbeeld Zwitserland dat doet. De gouden tijd zal vermoedelijk echter nooit meer terugkeren. Nederland was veertig jaar lang het enige kleine land dat zich regelmatig met de wereldtop kon meten. Zo’n onwaarschijnlijke prestatie laat zich moeilijk herhalen. Dat is de wet van regressie naar het gemiddelde. De Nederlandse toekomst is waarschijnlijk als nostalgisch voetballand à la Hongarije of Brazilië.