Celstraffen voor ‘Zes van Breda’ alsnog gehandhaafd

De celstraffen die in de jaren negentig aan zes mensen werden opgelegd voor een moord in Breda blijven gehandhaafd. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag gisterochtend bepaald in aanwezigheid van ‘de Zes van Breda’. De advocaten van de mannen lieten na de uitspraak weten in cassatie te gaan. De zaak kwam te boek te staan als mogelijk de grootste gerechtelijke dwaling ooit. De strafzaak werd heropend toen nieuwe feiten aan het licht kwamen. Die feiten acht het gerechtshof nu alsnog niet doorslaggevend genoeg om af te zien van de toen opgelegde celstraffen die opliepen tot tien jaar.

In 1995 werden zes mensen, drie mannen en drie vrouwen, veroordeeld wegens de moord op een vrouw in een Chinees restaurant in Breda. Het 56-jarige slachtoffer werd in de nacht van 3 op 4 juli 1993 in restaurant Peacock – de eettent van haar zoon – gewurgd en met een wok doodgeslagen. De gokkast was opengebroken. De mannen kregen alledrie tien jaar celstraf, maar hebben altijd ontkend. De zwakbegaafde vrouwen legden echter belastende verklaringen af. Zij kregen gemiddeld twee jaar wegens medeplichtigheid. Een van de mannen, Abdeslam T., begon na zijn vrijlating in 2003 een campagne om aan te tonen dat hij onschuldig was. De anderen sloten zich bij hem aan. In 2012 bepaalde de Hoge Raad dat de strafzaak over moest omdat de vrouwen mogelijk valse bekentenissen hadden afgelegd onder politiedruk. Het hof weerspreekt dit en vindt hun bekentenissen nog steeds betrouwbaar. Ook acht het de alibi’s van de mannen niet overtuigend. (NRC)