Een sobere musical, weer over de oorlog

Foto Joris van Bennekom

Weer een musical over de oorlog, terwijl we Soldaat van Oranje (dezer dagen vijf jaar) en De Tweeling (sinds deze week) al hebben. Die oorlog levert nu eenmaal volop dramatische verhalen, waarvan er veel ook op muziek kunnen worden gezet. Maar of dat ook voor Het meisje met het rode haar geldt, is een tweede. De gelijknamige roman van Theun de Vries, al in 1981 met succes verfilmd, gaat immers over het Haarlemse meisje Hannie Schaft dat landverraders doodschoot. En een stoer gezongen schietinstructie, met een schietklaar pistool in de hand, heeft onvermijdelijk iets ongemakkelijks – hoe evident het ook is dat de makers van deze musical niets dan eerzaams in de zin hadden. Ze wilden een waargebeurde geschiedenis opnieuw onder de aandacht brengen van een breed publiek.

Het meisje met het rode haar is bovenal een sober bewerkte vertelling met vaak rake scènetjes, waarin de emoties meestal zonder opsmuk tot klinken worden gebracht door niet veel meer dan piano en viool. Wat hier wordt vertoond, mag alleszins respectabel heten. In de ingeleefde tekst (Allard Blom) en de sfeervolle muziek (Tom Bakker) ontbreekt vrijwel alle pathetiek. Geen loze uithalen, geen powerballads. Ook de regie van Paul van Ewijk is vrij van zulke musicalclichés: geen opdringerige sentimentaliteit, maar eenvoud voor alles. In het vrijwel lege decor staan alleen een paar hoog oprijzende boomstammen. Ietwat karig zijn echter de houten dozen die als huiskamertjes dienst doen en telkens van weerszijden het toneel oprollen – een overbodige poging tot realisme in dit goeddeels abstracte toneelbeeld.

In de titelrol schakelt Roos van Erkel zorgvuldig tussen kwetsbaar en kordaat, terwijl Jim Bakkum een oprecht ogende verzetsvriend speelt die hooguit in zijn zang soms larmoyant uitschiet. Ze zijn alle twee, hoe dan ook, geloofwaardig.

Veelzeggend is wel dat de voorstelling, vooral in de tweede helft, beklemmender wordt naarmate er minder wordt gezongen. Ze gaan in deze musical lastig samen, de spanning en de zang.