Alleen de pillenindustrie werd gelukkiger van antidepressiva

Terwijl het aantal gebruikers van psychofarmaca blijft stijgen, blijkt het aantal mensen met psychische klachten helemaal niet af te nemen, schrijft Bram Bakker.

In de jaren negentig van de vorige eeuw promoveerde ik op de behandeling van de paniekstoornis (het ouderwetse hyperventilatiesyndroom) met het destijds nieuwe antidepressivum paroxetine (Seroxat). De moderne antidepressiva, zoals ze werden genoemd, gingen het gebruik van de verslavende benzodiazepines (oxazepam, Valium, etc.) terugdringen, werd ons artsen beloofd. Eenvoudig in het gebruik, met weinig bijwerkingen en minstens zo goed als de op dat moment beproefde middelen (Nortilen en Anafranil bijvoorbeeld).

Seroxat maakt deel uit van de groep SSRI’s, selectieve serotonine heropnameremmers. Andere bekende middelen uit deze groep: Prozac, Zoloft en Cipramil.

We zijn dertig jaar verder sinds de introductie van deze SSRI’s en we kunnen niet anders concluderen dan dat we er met zijn allen zijn ingeluisd. Het aantal mensen met psychische klachten neemt niet af, terwijl het aantal gebruikers van psychofarmaca blijft stijgen. Zo goed zijn die pillen dus niet, mag je concluderen. De farmaceutische industrie verleidde artsen massaal om psychisch leed te lijf te gaan met een receptenblok. Er zijn talloze ‘evidence based’ indicaties voor gebruik van antidepressiva, maar zelden raken mensen al hun klachten kwijt door enkel een pil in te nemen.

Ook ik geloofde in de vooruitgang die werd beloofd. Talloze praatjes hield ik voor groepen huisartsen, om ze uit te leggen hoe een paniekstoornis te herkennen is. Zonder me bewust te zijn een belangrijke bijdrage te leveren aan het voorschrijfgedrag van die artsen. Ik voel me daar achteraf slecht bij, want met name huisartsen schrijven veel te gemakkelijk antidepressiva voor tegenwoordig.

De beloften van de fabrikanten zijn ook niet waargemaakt: we slikken enkel meer benzodiazepines dan dertig jaar terug, en de bijwerkingen van de SSRI’s blijken veel serieuzer dan gedacht. Veel voorkomende bijwerkingen als gewichtstoename en seksuele functiestoornissen hebben bij veel mensen geresulteerd in gebrekkige therapietrouw, en na het stoppen met de behandeling komen de psychische klachten vaak snel weer terug. Daardoor zijn er ook veel mensen die na een mislukte stoppoging de middelen nu maar doorlopend blijven gebruiken, angstig als ze zijn voor een nieuwe terugval.

Dat sommige bijwerkingen toch niet zo onschuldig zijn, bleek onlangs, toen er een onderzoek verscheen waarin werd gerapporteerd dat de problemen in het seksuele functioneren regelmatig ook nog blijven bestaan als men het antidepressivum al niet meer gebruikt.

Ronduit gevaarlijke bijwerkingen als moorddadig gedrag onder invloed van antidepressiva haalden bij herhaling de nieuwsmedia. In Amerika de zogenaamde Prozac-killings, in Nederland met name zaken rond paroxetine, het meest voorgeschreven antidepressivum in ons land. Het gaat om zeer zeldzame incidenten, maar bij massaal gebruik kun je ze niet negeren. Recent was uitgebreid in het nieuws dat de fabrikant van paroxetine ook nog eens de gegevens over het gebruik bij jongeren had proberen weg te moffelen. Paroxetine bleek niet alleen niet of nauwelijks werkzaam, aan gebruik van het middel is in deze leeftijdscategorie ook nog eens een serieus verhoogd risico op zelfmoordpogingen verbonden. In de Verenigde Staten trof de fabrikant een schikking met justitie om verdere rechtsvervolging te voorkomen. Uit de hoogte van het schikkingsbedrag (3 miljard dollar) valt af te leiden hoe groot de financiële belangen rond deze middelen zijn.

Doordat de patenten van de SSRI’s inmiddels zijn verlopen, wordt er minder reclame voor gemaakt bij de dokters die de middelen voorschrijven, en dat zijn vooral de huisartsen, die goed zijn voor ongeveer 90 procent van alle recepten. Dit heeft helaas niet geleid tot minder prescriptie, vermoedelijk ook omdat het nog maar een paar euro per maand kost om iemand zo’n middel te laten gebruiken. Het meest voor de hand liggende alternatief, psychotherapie, is veel prijziger (althans op korte termijn) en vaak moeten mensen ook nog maanden wachten voor ze bij een therapeut terecht kunnen. Daardoor is de voorschrijfdrempel nog altijd veel te laag. De kosten die mislukte behandelingen en bijwerkingen met zich meebrengen zijn nooit goed becijferd, maar lopen in de tientallen miljoenen.

Bovenstaande is niet exclusief voor de antidepressiva. Ook middelen tegen psychose en ADHD werden geraffineerd en op grote schaal in de markt gezet vanwege hun veronderstelde voordelen ten opzichte van ‘ouderwetse’ middelen. Een veel gebruikt verkoopargument was ook altijd de mate van onderbehandeling die men vond in onderzoeken, die vaak werden gesponsord door de farmaceutische industrie: heel veel mensen met psychische klachten zouden ten onrechte geen medicatie krijgen. Inmiddels is dit ruim achterhaald, doordat onnodig veel mensen zijn ingesteld op psychofarmaca, zonder dat er sprake was van een goede indicatie.

Terwijl Nederland in onderzoeken nog altijd een van de gelukkigste landen in de wereld blijkt te zijn, zit de bevolking massaal aan de gelukspillen. Die de belangrijkste oorzaak van alle psychische klachten geheel onberoerd laten: onze leefwijze is het probleem, en die verander je niet met een tabletje.