1 miljoen euro voor de  apostelen van de mode

Jonge modeontwerpers begeleiden naar internationaal succes – dat ging de stichting Dutch Fashion Foundation doen onder leiding van Angélique Westerhof. De stichting kreeg daar één miljoen euro subsidie voor, maar maakte de hoge ambities niet waar. De subsidie is wel op.

Foto Getty Images, bewerking Fotodienst NRC

Die avond in mei 2003 gloort in het Concertgebouw in Amsterdam de toekomst voor de Nederlandse mode. Tijdens een door champagnemerk Moët & Chandon gesponsorde modeshow wordt de stichting Dutch Fashion Foundation ten doop gehouden.

Oprichtster Angélique Westerhof (Vorden, 1969) is enthousiast. Tegenover een cameraploeg schetst ze die avond mooie horizonten. Over vijf jaar zullen Nederlandse modeontwerpers „als apostelen over de wereld kunnen werken”. Haar stichting brengt de verlossing, als „drager van de mode in Nederland”.

De stichting gaat een brug slaan tussen jonge modeontwerpers en de modewereld. Bogend op een internationaal netwerk van New York tot Milaan belooft Westerhof de ontwerpers internationaal succes. Roel Ruyten, een van haar medewerkers: „Angélique was absoluut visionair. De hele stichting draaide om haar.” 

 

 

Westerhof is een persoonlijkheid in de Nederlandse modewereld. Ze stapt in de jaren tachtig in de modejournalistiek. Tien jaar later is ze directeur van een modeopleiding in Arnhem. Weer tien jaar later noemt magazine Management Scope haar „de moeder van de Nederlandse mode”.

Van 2007 tot 2012 organiseert haar stichting jaarlijks de door Mercedes-Benz gesponsorde uitreikingen van de Dutch Fashion Awards. In het buitenland promoot de stichting Nederlandse ontwerpers op beurzen.

 

 

De ontwerpers dragen haar op handen. Westerhof blijkt een netwerktalent en haalt overheidssubsidies binnen. De Dutch Fashion Foundation kan immers niet bestaan van alleen gesponsorde champagne en incidentele bijdragen van Mercedes-Benz. De stichting ontvangt vanaf de oprichting subsidies en opdrachten (sinds 2009 ten minste 1,7 miljoen euro) van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Economische Zaken en Buitenlandse Zaken, de Mondriaan Stichting en, onder meer, de gemeenten Den Haag en Amsterdam. Volgens de website van de stichting is het geld in goede handen:

Alle inkomsten worden meteen geïnvesteerd in de promotie van de Nederlandse mode.

Gulste gever is Economische Zaken. EVD Internationaal, een dienst van het ministerie, noemt de stichting een „sleutelorganisatie voor de ondersteuning van modeontwerpers”. EVD Internationaal besluit in 2010 de stichting bijna één miljoen euro te geven. Het is bestemd voor een driejarige project, Dutch Touch, om jonge modeontwerpers in Parijs en Milaan te promoten.

Han Bekke, destijds directeur en nu voorzitter van Modint, de brancheorganisatie van 600 modebedrijven, herinnert zich dat de basis voor de subsidie is gelegd tijdens de Business of Design Week in Hongkong, eind 2008. Westerhof heeft daar contact gelegd met de toenmalige staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA). Later hoorden wij tot onze stomme verbazing dat de stichting een miljoen euro kreeg terwijl wij gekort werden op ons exportprogramma.

Westerhof bestrijdt overigens dat het project begon met een „entre nous” met Heemskerk.

Hoge doelen niet gehaald

In de subsidieaanvraag wordt hoog ingezet. Volgens de stichting zal het project, ondanks de economische crisis, leiden tot „nieuwe doorbraken” van modelabels. „Deze ontwerpers [kunnen] allen begeleid worden tot succesvolle, exporterende modelabels van hoge kwaliteit.” En: „Het belangrijkste doel van Dutch Touch is om Nederlandse mode structureel in te bedden in de belangrijkste markten voor het hoge modesegment, Milaan en Parijs.”

De beloften worden niet waargemaakt. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant onder 33 labels van modekleding die, zo beloofde de stichting Dutch Touch Foundation, tussen 2010 en 2012 zouden doorbreken in het hoge modesegment in Milaan en Parijs. Tweederde van de 33 kledingontwerpers die de stichting meeneemt naar modebeurzen in Milaan en Parijs is inmiddels failliet, heeft zijn bedrijf opgeheven, heeft financiële problemen of heeft geen nieuwe seizoenscollectie meer. Op de website van de stichting leven de opgeheven labels en bedrijven overigens gewoon door.  De bron van de financiële gegevens is het handelsregister.

Hoe gaat het nu met de 33 modelabels die via Dutch Touch zouden doorbreken in Milaan en Parijs?

Van de ontwerpers die nog wel actief zijn, realiseerde niemand in Milaan en Parijs dankzij Dutch Touch een „doorbraak tot succesvol exporterend modelabel”. Laat staan dat de Nederlandse mode „structureel is ingebed” in de belangrijkste modemarkten.

Dat de beloften niet waargemaakt zijn, ligt onder meer aan de opzet van het project, vindt ontwerpster Marloes Blaas:

Ik denk dat het geld van de Dutch Fashion Foundation beter besteed had kunnen worden. Als modeontwerper had ik weinig aan kortstondige hulp voor de presentatie van mijn collectie. Een langdurige begeleiding was beter geweest.

Ze is gestopt met haar vrouwenlabel.

Modint-voorzitter Bekke kijkt niet op van het tegenvallende resultaat. „Het ontbreekt veel ontwerpers die op een bühne worden gezet aan commerciële vaardigheden om succes te krijgen. Daarom hebben we geprobeerd bedrijven erbij te betrekken. Maar daar heeft de stichting nooit iets mee gedaan.”

Ongenuanceerd verhaal

Het onderzoek van deze krant wijst nog iets uit: EVD Internationaal (de dienst van Economische Zaken) gaf bijna één miljoen euro aan een stichting die de toets van ‘goed bestuur’ niet kan doorstaan.

Volgens het handelsregister bestuurt Westerhof de Dutch Fashion Foundation al vijf jaar in haar eentje. Ze is voorzitter, secretaris en penningmeester tegelijk. Opmerkelijk, want in de statuten van de stichting staat dat het bestuur uit „ten minste twee” leden moet bestaan.

Zouden er meer bestuursleden zijn, dan nog beslist Westerhof in haar eentje. De statuten: „leder bestuurslid heeft recht op het uitbrengen van een stem, echter met dien verstande, dat, indien en zolang de oprichter, mevrouw Westerhof voornoemd deel uitmaakt van het bestuur, zij altijd één stem meer kan uitbrengen dan alle overige bestuursleden gezamenlijk”.

Volgens dezelfde statuten moet haar stichting een raad van advies hebben „bestaande uit drie of meer leden”. Ook die raad is er niet. Westerhof is dus het enige bestuurslid en volgens de eigen website tevens directeur van de stichting. Ze houdt toezicht op zichzelf, zonder verplichte raad van advies.

Daarmee handelt Westerhof niet alleen in strijd met de statuten, maar schendt ze ook de Governance Code Cultuur (gedragscode voor goed bestuur). Die bepleit onder meer een duidelijke verdeling van taken en bevoegdheden tussen uitvoering, bestuur en toezicht.

De belofte op de website van de stichting dat alle inkomsten meteen geïnvesteerd worden in de promotie van de mode verhindert niet dat Westerhof zichzelf een salaris uitkeert. Bij de oprichting van de stichting staat nog in de statuten dat ze géén beloning krijgt. Westerhof laat dat al in 2004 wijzigen. Vanaf dan kan „het bestuur aan een of meer bestuurders een beloning toekennen”.

Westerhof geeft geen interview aan deze krant. Ze reageert enkel per e-mail. Daarin meldt ze dat de code voor goed bestuur „niet bindend” is en dat ze al vijf jaar vruchteloos zoekt naar een tweede bestuurslid. Ze zegt wel „voornemens” te zijn een raad van advies „te activeren”. Zelf zou ze afgelopen vijf jaar niet meer dan „enkele tienduizenden euro’s” hebben ontvangen van de stichting.

Wie meer wil weten over de financiën is bij Westerhof aan het verkeerde adres. Twee maanden is deze krant met haar in overleg. Afgelopen maandag mailde ze, tot slot, dat ze geen documenten gaat „verstrekken ten behoeve van een ongenuanceerd stuk”.

Stomme verbazing

Uit het subsidiedossier, opgevraagd bij het ministerie van Economische Zaken, blijkt dat de aanvraag op 11 mei 2010 wordt toegewezen voor een bedrag van 961.510 euro. Daarbij valt op dat niet enkel de stichting aanvrager en ontvanger is, maar een samenwerkingsverband van elf bedrijven en instellingen: de Dutch Fashion Foundation, de Kamer van Koophandel Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam, brancheorganisatie Modint en zeven ontwerpers.

Zonder hen kan de stichting geen geld krijgen. Want de subsidievoorwaarden bepalen dat minimaal acht bedrijven of instellingen uit de modesector moeten meedoen. Het ministerie kent de partijen individuele bedragen toe, maar betaalt het totale bedrag uit aan de stichting. Die is ‘penvoerder’.

Navraag leert dat de Kamer van Koophandel, de hogeschool, de brancheorganisatie en de ontwerpers door de stichting gevraagd zijn een intentieverklaring te tekenen waarmee ze het project ondersteunen. Maar niemand weet dat op hun naam bedragen zijn toegekend en dat zij als subsidieontvangers te boek staan. Dat kan relevant worden. Mocht het ministerie geld terugvorderen – omdat het bijvoorbeeld niet correct besteed is – dan zijn alle ontvangers aansprakelijk, meldt het ministerie.

Modint-voorzitter Bekke: „Dat wij subsidieaanvrager zouden worden, kan ik mij niet herinneren. Ik heb geen documenten gevonden die dat staven. Wij hebben geen subsidie aangevraagd en geen contract getekend voor dat miljoen”.

Ook de modeontwerpers weten niet dat op hun naam subsidies zijn aangevraagd. Een van hen is Conny Groenewegen, ontwerpster van vrouwenmode: „Dat mijn naam gekoppeld wordt aan bedragen die naar de stichting zijn overgemaakt, wist ik niet”. Volgens haar was er van gelijkwaardige samenwerking geen sprake. „We hebben nooit inspraak gehad in de opzet van het project. (...) Dat er geen openheid is geweest, terwijl er wel in onze naam subsidie is aangevraagd, dat is het grootste struikelblok.” Directeur Sebastiaan Kramer van mannenlabel Sjaak Hullekes: „We hebben ooit onze intentie moeten uitspreken dat we internationaal wilden gaan, maar dat het om dit soort bedragen ging, weten wij niet. We hadden toch al het idee voor een karretje te zijn gespannen door de stichting.”

Driekwart geld ging naar stichting

Westerhof e-mailt dat de andere partijen „weet hadden van het feit dat zij als subsidieaanvrager te boek stonden.” Bewijzen presenteert ze niet. Ze erkent dat het subsidiebesluit „mogelijk enige verwarring” kan wekken. Het was volgens haar „nooit de bedoeling” dat de elf partijen een bedrag zouden ontvangen. Vanaf het begin was volgens haar duidelijk dat meerdere partijen zouden meedoen aan het project, en niet alleen de elf subsidieaanvragers. „De begroting van het project was leidend en niet de subsidiebeschikking.” De stichting staat volgens haar „volledig garant” voor de ontwerpers. In het subsidiedossier ontbreekt zo'n garantstelling, meldt de uitvoerende dienst van het ministerie van Economische Zaken.

Uit de begroting en het subsidiebesluit blijkt dat van de bijna één miljoen euro afgelopen jaren ruwweg driekwart werd uitgegeven aan salarissen van Westerhof en haar handvol medewerkers, organisatiekosten van de stichting, coördinatie door de stichting en andere kosten van de stichting. De ontwerpers die meedoen ontvangen geen geld maar korting op de huur voor een plek op de beurzen. Het geld gaat ook niet naar Kamer van Koophandel, hogeschool of Modint.

Leslie Holden, manager bij het Amsterdam Fashion Institute van de hogeschool: „Wij zouden een symposium helpen organiseren, maar zijn al snel afgehaakt. Angélique Westerhof kwam na een eerste ontmoeting niet meer opdagen. Wij waren er daarna niet meer bij betrokken. Ik vond het zeer onprofessioneel”.

Modint-voorzitter Bekke: „Onze rol was minimaal. Wij hebben deelgenomen aan één workshop om ontwerpers voor te bereiden op export en hebben met enkelen gesprekken gevoerd. Hiervoor zijn door ons geen kosten in rekening gebracht”. Kort na het begin van het project in 2010 trekt ook Modint zich terug. Reden: de eigenzinnige koers van Westerhof. Bekke:

Veel van wat wij aanreikten werd niet gehonoreerd. Ze is volstrekt haar eigen gang gegaan.

Westerhof zegt „om inhoudelijke redenen” partners gewisseld te hebben. Dat de stichting het gros van de subsidie hield, vindt ze logisch. „Het project werd immers met name gedragen door werkzaamheden van de stichting.”

Volgens de subsidievoorwaarden dient de stichting uiterlijk in 2013 een eindafrekening te hebben ingeleverd. Dat redt Westerhof niet. Ze vraagt en krijgt uitstel van het ministerie. Begin 2015 moet de eindafrekening alsnog klaar zijn, maar ook dat lukt niet. Weer vraagt en krijgt ze uitstel, nu tot 1 oktober. Vlak vóór die datum vraagt ze opnieuw uitstel. De nieuwe deadline is vandaag. Nu moet ze de afrekening inleveren, meldt het ministerie.