Zo wordt film gemaakt

Snoeren, lampen, rookmachines. Raimond Wouda maakte foto’s op Nederlandse filmsets. De glamour is er voor hem wel af. Maar de waardering voor lowbudgetfilms is des te groter.

Met de app Layar kun je deze scene uit de film De Storm zien. Scan deze foto en bekijk het fragment. Het boek Ext.Int. van Raimond Wouda koppelt op deze manier 22 setfoto's aan filmfragmenten.

Een wit laken met een berg nepsneeuw. Een groepje producenten dat samenklontert onder een partytent. Een sinterklaas op een paard in de rook van een rookmachine – voor fotograaf Raimond Wouda is de glans er wel af. De filmwereld, glamour? „Het is ontroerend om te zien hoe houtje-touwtje er soms gewerkt wordt.”

Raimond Wouda fotografeerde tussen 2008 en 2013 jaar zeker vijftig filmsets in Nederland en België. Veertig ervan belandden in zijn boek Ext.Int. Van Feuten: het feestje tot De hel van ’68. Steeds weer zie je snoeren, lampen, rookmachines, afzetlint en reflectieschermen. Maar ook drones, hijskranen en acteurs op skeelers op een ponton in een vijver.

Ter voorbereiding bekeek Wouda Amerikaanse filmsets. „Ken je Hearts of Darkness?” vraagt hij – een documentaire over de opnames van de film Apocalypse Now. „Je weet niet wat je ziet. Het hele Filippijnse leger werd voor die film ingezet. Zover je kunt kijken: álles is film.”

Wouda wilde weten of het er in Nederland en België ook zo aan toegaat. Hij schreef producenten aan, vlooide websites door, en mocht, soms na lang aandringen, een dag komen fotograferen.

De eerste filmset die hij voor zijn boek bezocht was die van De Storm, een film over de watersnoodramp van 1953. Voor de opnames was een hele polder onder water gezet. Huisjes, elektriciteitspalen, een klimrek: alles verdween onder het wateroppervlak. En daartussen dobberden acteurs in bootjes. „Ik dacht: er staat me de komende tijd nog heel wat te wachten.”

Maar zulke spectaculaire filmsets bleken uitzonderlijk. Vaker zag Wouda de crew improviseren, „worstelen met de werkelijkheid”. Dan kwam er opeens een enorm vrachtschip door het beeld varen. Of de stroom viel uit. Er denderde een vrachtwagen voorbij. Of er waren dwarse locals. Zo kon een hele scène de prullenbak in, omdat de deelnemers van een viswedstrijd weigerden uit beeld te gaan.

„Hoe meer budget je voor een film hebt, hoe beter je de realiteit naar je hand kunt zetten”, zegt Wouda. Hij bedoelt: wie geld heeft, kan een heel leger inhuren. Of een dorp afzetten. Maar vaker moesten makers dus creatief zijn. En precies dat wilde Wouda vastleggen. De plek waar fictie en realiteit elkaar raken. Dus juist wel de studiolampen in beeld. En wel die opstandige vissers op de foto. „Ik deconstrueer”, zegt hij. „Ik pel het mysterieuze laagje van de filmwereld af.”

Uit de reacties die Raimond Wouda nu krijgt, blijkt dat er best wat mensen zijn die de beelden ontluisterend vinden. „Maar je kunt het ook omdraaien”, zegt Wouda. Het laat óók zien hoe inventief de makers zijn, hoe indrukwekkend het eindresultaat. „Plan C is een heel goede film, maar gemaakt met een heel klein budget. Vooral ’s nachts opgenomen. Mensen deden mee uit sympathie. Omdat het script zo goed was. Echte punkmentaliteit.”

Achterin het boek zijn fragmenten uit het script afgedrukt die horen bij de foto’s. En wie de app downloadt, kan de scène uit de film bekijken. Dan zie je ineens hoe twee acteurs die op de foto nog op skeelers stonden, plotseling rondjes schaatsen over een bevroren vijver. Net echt.