Wat hebben de passagiers gemerkt van de crash?

Op slag dood waren in elk geval de drie bemanningsleden in de cockpit. Zij kregen de volle laag. Voor de overige inzittenden kan dat niet worden bewezen, maar de Raad heeft „geen aanwijzingen gevonden voor bewuste handelingen van inzittenden na detonatie van de raket”. Zo zijn er 407 „persoonlijke gegevensdragers” zoals mobiele telefoons gevonden, en daarop zijn geen foto’s of berichten van na de raketinslag aangetroffen.

Na de inslag van het fragmentatiemateriaal van de raket werden de passagiers blootgesteld aan „extreme, veel verschillende op elkaar inwerkende factoren”. Zoals een plotselinge vertraging door het afbreken van de cockpit, overgaand in een versnelling door de val, die als „krachten op de lichamen van de inzittenden” hebben ingewerkt; rondvliegende objecten zoals handbagage; een plotselinge daling van de luchtdruk die inwendig letsel veroorzaakt; zuurstoftekort dat leidt tot verlies van bewustzijn; een abrupte blootstelling aan kou die tot duizeligheid en daling van het bewustzijn leidt; een luchtstroming van 900 kilometer per uur die bewegen lastig maakt en kleren van het lijf rukt; en ten slotte de val van tien kilometer die „niet overleefbaar” wordt geacht. Kortom: „Het is aannemelijk dat de inzittenden de situatie nauwelijks konden bevatten”, zo schrijven de onderzoekers.

Berucht werd vorig jaar de opmerking van toenmalig minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) op televisie dat de passagiers wellicht toch het een en ander bewust hadden meegemaakt, aangezien op een van de slachtoffers een zuurstofmasker was aangetroffen. De Raad bevestigt in zijn rapport dat bij één passagier inderdaad een zuurstofmasker rond de hals is aangetroffen, maar trekt daar geen conclusies uit. „Het is niet duidelijk hoe het masker daar kwam”. Onderzoek heeft vervolgens niet kunnen aantonen „of de betreffende persoon het zuurstofmasker zelfheeft opgezet of iemand anders dit op de grond heeft gedaan”.