Eerder virtuoze demonstratie dan echte horror. Maar het werkt

Spoken bestaan, valt Edith Cushing (Mia Wasikowska) met de deur in huis. Een lugubere schim van haar aan zwarte cholera overleden moeder kroop immers ooit in haar kinderbedje om haar te waarschuwen voor de toekomst. Eenmaal volwassen beseft ze dat spoken een metafoor zijn voor het verleden. Dus marcheert ze kordaat haar eigen metafoorverhaal binnen.

Gothische droom

De rollen zijn helder verdeeld in Crimson Peak, en dat kan Edith, schrijfster van ‘gothic romance’, moeilijk ontgaan. Zij is de blonde ingénue, een maagd opgegroeid tussen nuchtere Amerikaanse mannen die een prikkel mist en als een blok valt voor de droeve charme van Tom Sharpe (Tom Hiddleston), een bleke aristocraat met een vreselijk geheim. Zij wil hem redden en laat zich daarbij niet afschrikken door zijn in scharlaken gehulde zuster Lucille (Jessica Chastain), die haar toebijt dat ze thuis vlindertjes voert aan de motten.

Dat Ediths steenrijke vader mysterieus sterft, weerhoudt de kersverse erfgename niet van een enkele reis naar hun desolate Allendale Hall in Noord-Engeland, een landhuis dat in bloedrode klei wegzakt; dat kraakt, schimmelt, kreunt en loeit alsof het leeft. Het geeft niet dat schoonzus bittere thee serveert, dat ze al snel bloed hoest en dat spoken uit Gunther von Hagens Körperwelten uit de lambrisering kruipen om waarschuwingen te fluisteren. Edith leeft de gotische droom.

Wandelende horrorencyclopedie

De Mexicaanse regisseur Guillermo del Toro, een wandelende encyclopedie van horror, smeert zijn metaforen moddervet over het canvas in Crimson Peak. Hij weet, zoals Edith weet, dat romantische liefde graflucht eist. Edith wil geen Jane Austen zijn die als oude vrijster sterft, maar een Mary Shelley, weduwe van de demonische Lord Byron: de enige overlevende op het slagveld van de liefde.

Alles is retro en kunstmatig in Crimson Peak. De sets druipen van de zwarte romantiek, de belichting en kleurenschema’s – misselijk rood-groen in het landhuis, loeiwarm geel thuis – herinneren aan de Technicolor-horror van de Britse Hammerstudio. Is het griezelig? Meer een rit door een fabelachtig spookhuis waar je verlekkerd anticipeert op het skelet in de spiegel en de natte dweil in je gezicht. Totdat al dat metaforische bloed in de finale van Crimson Peak warempel even echt, warm en eng wordt. Want al is de driehoek van Chastains marmeren hysterie, Hiddlestons kwetsbare vampier en Wasikowska’s gouden kindvrouwtje nogal nadrukkelijk geacteerd, het werkt wel.

Guillermo del Toro vindt in Crimson Peak niet de suggestieve diepte van zijn Spaanse films – The Devil’s Backbone, Pan’s Labyrinth – noch de barokke schwung van Hellboy. Daarvoor is deze film te doorwrocht: eerder een demonstratie van virtuositeit dan echte horror. Toch weet hij opnieuw een film te maken die niet saai is. Maar iets minder controle en plamuur zou zijn werk wat lucht geven.