Eén gemeenteraadslid maakte van Hilversum een stoere stad

1.600 vluchtelingen kunnen wij opvangen, riep Hilversum. De gemeente en regio bereiden zich voor. NRC beschrijft hoe dat gaat. Aflevering 1: waarom riep Hilversum 1.600?

De asielopvang in Hilversum werd geïnitieerd door PvdA-gemeenteraadslid Nelleke Degenhart, PvdA. Ze belde net zolang met COA en burgemeester Pieter Broertjes tot het geregeld was.

Stond Hilversum even mooi op de kaart, begin september. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asiel, VVD) had net een week eerder gevraagd om „stoere burgemeesters, wethouders en raadsleden” die de opvang van asielzoekers mogelijk moesten maken.

Daar stond het op alle nieuwssites: Hilversum wil 1.500 asielzoekers opvangen. Alleen Apeldoorn, Assen en Rosmalen waren eerder in beeld – maar dan wel met aantallen opvangplekken ver onder de duizend. Het hele land kon het zien: Hilversum was stoer.

Maar hoe is de gemeente dat eigenlijk geworden?

Het blijkt niet het werk van een stoere burgemeester en ook niet van een doortastende wethouder. Het is het werk van één Hilversums gemeenteraadslid, nota bene een oppositielid met nog geen twintig maanden politieke ervaring. Nelleke Degenhart, PvdA.

Ze werkt als maatschappelijk werker in een wijkteam in Amersfoort – in de wijk bevindt zich ook een asielzoekerscentrum. Degenhart zette vluchtelingenopvang al op de Hilversumse agenda toen het politiek gezien een nog te vermijden thema was. Degenhart is „ontzettend blij” dat het onderwerp nu prioriteit is van het college. Maar, vraagt ze zich hardop af: waarom pas nu?

Een kleine reconstructie

Een dik jaar geleden belt zij burgemeester van Hilversum en partijgenoot Broertjes over het vluchtelingendrama zoals het zich week na week voltrekt voor de Europese zuidkust. Waarom vangt Hilversum geen asielzoekers op? Ze gaat hierover een motie indienen, zegt ze.

Dat laat Broertjes niet gebeuren: hij maakt prompt bekend dat hij wil onderzoeken of Hilversum asielzoekers kan opvangen. Lokale nieuwssites melden het meteen. Degenhart trekt haar motie in.

Zes weken later, begin oktober 2014, is ze terug bij af. Het college meldt aan de gemeenteraad dat er in Hilversum geen geschikte opvanglocatie is: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) richt zich op grote gebouwen waar „600 tot 800 personen” kunnen wonen, zegt het college. En die gebouwen zijn er niet. Helaas. Het college maakt zich hier wel heel makkelijk vanaf, denkt Degenhart. Want welke gemeente heeft die plek wél? Wie heeft nu drie verpleeghuizen naast elkaar leegstaan?

Kapseizende bootjes

De crisis laat haar niet los. Op het nieuws: kapseizende bootjes, verdrinkende mensen. Op haar werk: het asielzoekerscentrum, waar ze het vluchtelingenleed van dichtbij meemaakt. In een slapeloze nacht begin 2015 mailt ze met Pieter Broertjes. Linksom of rechtsom: ze wil dat Hilversum vluchtelingen gaat opvangen. Dan maar minder dan zeshonderd mensen. Eén mens is ook goed. Dit gaat om levens, niet om aantallen.

En ze belt met het COA. Is het echt waar, dat alleen grote locaties goed genoeg zijn? Nee, is het antwoord, één huis voor tien mensen vinden wij ook interessant, voor het huisvesten van asielzoekers met een verblijfsvergunning.

Broertjes reageert snel, ook hij vindt dit belangrijk. Hij belegt een werkgroepje. Hij, Degenhart, wethouder Eric van der Want (Asiel, D66) en een aantal ambtenaren met verstand van vastgoed. Samen lopen ze een waslijst aan mogelijke opvangplekken langs – klein, groot, van alles. Zonder resultaat. Villa van een altruïstische Hilversumse? Nee. Het Philipsgebouw? Niet geschikt. Een kantorencomplex bij het Mediapark? Al andere verhuurplannen.

Zo verstrijkt weer een aantal maanden. Degenhart ergert zich steeds meer aan de bureaucratische stroop. Gemeentelijke panden dan, zegt ze, om de boel nieuw leven in te blazen. Kazerneloodsen? Het klooster? Het circusterrein?

Ja, zegt het COA nog voor de zomer, dat circusterrein is een goede optie. Een braakliggende lap gemeentegrond. Mooi, zegt Degenhart. De match is gemaakt, het wachten is op de officiële collegebrief aan de raad. Maar het blijft stil, ook na de zomer. Geen brief, geen teken van voortgang. Na de zomer belt ze weer met Broertjes. Geen duidelijkheid. De vastgoedambtenaar dan. Geen duidelijkheid.

Ze belt weer het COA. Ja, goed dat je belt, hoort Degenhart, we wachten nog steeds op informatie van de gemeente – kadastrale tekeningen, een indicatie van de grondprijs. En er is haast, zegt het COA, we kunnen niet een half jaar wachten. Boos schrijft Degenhart een brief aan het college: ‘mail die informatie zo snel mogelijk naar het COA, s.v.p.!’

De maat is vol

Daar wil haar fractieleider, Hans Haselager, niet meer op wachten. Nobel, Nelleke, zegt hij, al je pogingen achter de schermen, maar de maat is vol. We maken dit politiek. Op de partijblog schrijft hij over de „zeer teleurstellende” opstelling van het college. „Dan kan dit niet, dan is er een andere reden, dan wordt er volstrekt niets gedaan”. Twitter doet de rest, slechte reclame voor het college is een feit.

Ik ben het met je eens, zegt D66-wethouder Wimar Jaeger (Financiën) nu tegen Degenhart – maar publiek maakt hij die mening nog niet.

Lokale journalisten interviewen Degenhart. Om hoeveel vluchtelingen gaat het precies? Om 400 à 600 mensen, antwoordt ze. Maar van haar part mogen het er ook – ze noemt zomaar een getal – 1.600 zijn.

1.600

Dat getal komt op 5 september in haar interview in de Gooi- en Eemlander te staan, en gaat vervolgens een eigen leven leiden. Wethouder Jaeger wordt ernaar gevraagd, diezelfde dag op de regionale radio. Opvang van 1.600 asielzoekers inderdaad? Jaeger voelt zich wat overvallen. Ja, laat hij zich ontvallen, Hilversum kan best „1.500 à 1.600 asielzoekers” opvangen.

De NOS pikt het op. Daar staat het, op Teletekst 101: ‘Hilversum wil 1.500 asielzoekers opvangen’. Aldus Wimar Jaeger namens het college. Een woordvoerder van de gemeente stribbelt nog tegen, en „wil dat aantal niet bevestigen”, meldt de NOS. Ook Broertjes is sinds begin september vaag over aantallen. Maar het is al te laat. Hilversum heeft zich definitief voorgedaan als stoer, en mag dat nu bewijzen. Met dank aan Degenhart.