Retro-tekenfilm om te koesteren

Vier jaar geleden sleepte het Franse regisseursduo Alain Gagnol en Jean-Loup Feliciolo een Oscarnominatie voor beste animatiefilm in de wacht met hun van jazz en oude gangsterfilms doordrenkte jeugdfilm Van de kat geen kwaad. In hun nieuwe film Phantom Boy, tijdens de herfstvakantie ook te zien op het kinderfilmfestival Cinekid, leven ze opnieuw hun oude liefde voor oud misdaaddrama, met een vleugje superheldenheroïek. Politieman Alex zit achter een gemaskerde schurk met een misvormd gezicht aan, maar ligt na een vechtpartij met de boef uitgeschakeld in het ziekenhuis. Daar ontmoet hij de zwaar zieke Leo, de Phantom Boy uit de titel, die het vermogen heeft om uit zijn lichaam te treden en door de stad te vliegen. Als duo gaan ze achter de schurk aan.

Gagnol en Felicioli wentelen zich in warme herinneringen aan de comics (vooral van Stan Lee) en films uit hun jeugd in een film die speelt met de archetypen uit lang vervlogen tijden. Hun New York bestaat alleen in de verbeelding. Alleen Fransen kunnen zo liefdevol het beste van de Amerikaanse massacultuur koesteren. Mede die oprechte liefde voor hun inspiratiebronnen maakt Phantom Boy tot een intieme, warme film zonder pretenties; aangenaam retro. De Nederlandse versie met de stemmen van onder anderen Frank Lammers, Lucas van den Eynde en Geert van Rampelberg laat niets te wensen over.