‘Op levensverzekering zat 80 procent provisie’

De Verleiders baseerden een casus in hun stuk op hypotheken van het failliete DSB.

Foto

De aanleiding

In het toneelstuk bleek een stel 80 procent provisie betaald te hebben over een levensverzekering, die was gekoppeld aan een hypotheek.

Waar is het op gebaseerd?

De inmiddels failliete Dirk Scheringa Bank. In 2009 bleek na berichtgeving door Tros Radar en een daaropvolgend onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat DSB jarenlang consumptieve en hypothecaire kredieten had verkocht in combinatie met koopsompolissen: overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen waarvan de premie in één keer werd meegefinancierd. En waarover, zo concludeerde de AFM, provisies werden gerekend die konden oplopen tot boven de 80 procent. Tijdens een Kamerdebat noemde toenmalig minister van Financiën Wouter Bos dat „totaal idioot”.

En, klopt het?

Daarvoor moeten we eerst even terug naar de voorstelling. Daarin krijgen ‘Jan’ en ‘Els’ een hypotheek aangesmeerd met een levensverzekering à 10.000 euro. Die werd „in een keer meegefinancierd”. Zodat, mocht Jan iets overkomen, „Els gratis in het huis kan blijven wonen”. We gaan er daarmee van uit dat het hier een overlijdensrisicoverzekering betreft; die keert uit als een van de twee vroegtijdig overlijdt.

Het afsluiten van een hypotheek in combinatie met zo’n verzekering is niet bijzonder; vrijwel alle banken en adviseurs doen dat. Kenmerkend voor DSB was, zo schreef een onderzoekscommissie onder leiding van oud-staatssecretaris Michiel Scheltema in 2010, dat het overgrote deel van die polissen werd voldaan via een koopsom – een bedrag in een keer betalen in plaats van een maandelijkse premie. Dit bedrag werd bij de hypotheek opgeteld.

En daar zit de crux. Uit het onderzoek van de AFM en de commissie- Scheltema blijkt dat DSB inderdaad provisies rekende die konden oplopen tot 94,5 procent (!) van de koopsom. Alleen: dat betreft de verzekeringen die zijn afgesloten als ‘kredietbeschermers’ bij een consumptief krediet; leningen voor bijvoorbeeld een nieuwe auto of televisie. Bij de zogenoemde ‘woonlastenbeschermers’, de verzekeringen die werden afgesloten bij een hypotheek, liepen die percentages op tot 71 procent.

Maar, zo merkte de commissie Scheltema wel op: „De gemiddelde koopsom bij woonlastenbeschermers is hoger dan bij kredietbeschermers, zodat de absolute bedragen aan provisie hoger zijn.” Alles bij elkaar verkocht DSB in tien jaar tijd voor 875 miljoen euro aan koopsompolissen. Daar hield de bank zelf 422 miljoen aan over.

Was DSB de enige die dit deed? Nee. Het onderzoek van de AFM richtte zich op zes grote verzekeraars/aanbieders van koopsompolissen bij kredieten en hypotheken (naast DSB is alleen de naam van SNS Reaal bekend). De drie partijen die polissen bij kredieten verkochten, bleken daar in 2008 gemiddeld 80 procent provisie over te rekenen. Bij de aan hypotheek gekoppelde polissen lag het gemiddelde rond de 42 procent.

Conclusie

„8.000 euro! De echte premie was maar 2.000!” Sinds 2013 geldt er een algeheel provisieverbod voor financiële producten waardoor het niet meer mogelijk is beloningen weg te moffelen in de prijs. Zoals jarenlang wel gebeurde, onder meer bij DSB Bank. Met provisies tot boven de 80 procent als gevolg. Bij verzekeringen in combinatie met hypotheken lagen die provisies alleen iets lager, concludeerde toezichthouder AFM: niet 80 maar maximaal 71 procent van de koopsom.

Toch is er een belangrijke kanttekening: het onderzoek van de AFM richt zich alleen op de periode 2006 tot en met 2008 en beperkt zich tot zes (grote) aanbieders. Het is dus niet uitgesloten dat in eerdere jaren of bij andere aanbieders mensen wél provisies van 80 procent of meer hebben betaald over een koopsompolis bij hun hypotheek. De stelling beoordelen wij daarmee als half waar.