Onderzoek MH17 is helder, degelijk en pijnlijk onthullend

In de surrealistische omgeving van een vliegtuighangar met daarin de ten dele gereconstrueerde Boeing 777 van Malaysia Airlines die op 17 juli 2014 boven Oost-Oekraïne werd neergehaald, is gisteren het langverwachte onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid gepresenteerd. Het vermoeden dat het toestel met een Boek-raket is geraakt wordt in dit onderzoek bevestigd. Dat de zekerheid over de toedracht nu eindelijk is geleverd is allereerst voor de nabestaanden van belang.

Die oorzaak is eveneens van groot belang voor het nog lopende strafrechtelijk onderzoek naar de verantwoordelijken voor deze aanslag. Daarbij gaat het om het leveren van het sluitend en overtuigend bewijs. Het gedegen en diepgaande rapport van de Onderzoeksraad levert hieraan zeker een bijdrage.

Tegelijk werd nog eens helder dat er een lange weg te gaan is wat betreft het opsporingsonderzoek. Eerder werd er vanuit gegaan dat het Openbaar Ministerie en de in het Joint Investigation Team samenwerkende landen eind dit jaar klaar zouden zijn. Inmiddels is duidelijk dat de werkzaamheden ook volgend jaar volop doorgaan. Dat hangt onder andere samen met het vinden van bewijsmateriaal en het horen van getuigen. Hulp van Rusland is van het grootste belang maar juist die is onzeker, getuige de oproep van premier Rutte aan dat land om volledig mee te werken.

Twee van de direct na de ramp door Nederland geformuleerde doelen zijn nu bereikt. De slachtoffers zijn gerepatrieerd en de oorzaak van het neerstorten is bekend. Resteert het opsporen en berechten van de daders. De dag na de ramp verklaarde premier Rutte dat het kabinet niet zou rusten voordat dit was gebeurd. Het ziet er helaas naar uit dat Rutte, maar ook de nabestaanden, die rust voorlopig niet gegeven zal worden.

Pijnlijk onthullend is het onderzoeksrapport over de welhaast laconieke wijze waarop luchtvaartmaatschappijen en staten het vliegen boven conflictgebieden benaderen. De conclusie van de Onderzoeksraad is glashelder. Na alle incidenten die zich hadden voorgedaan, had het luchtruim boven Oost-Oekraïne al veel eerder voor de burgerluchtvaart gesloten moeten worden. Het is te hopen dat de betrokken partijen snel de aanbevelingen overnemen die de Onderzoeksraad hierover heeft geformuleerd, zoals de verplichting om risicoanalyses te maken.

En dan is er nog de Nederlandse bureaucratie. Er was veel onduidelijkheid over de passagierslijsten. De oorzaak lag veel dieper, blijkt nu uit het onderzoek. De crisisorganisatie heeft niet goed gefunctioneerd. Een groter brevet van onvermogen kan een overheid nauwelijks krijgen.