Obama raakt in gesprek met iemand die hij écht leuk vindt

President Obama debuteert deze week als interviewer. Hij spreekt zijn favoriete schrijfster.

Obama met Robinson, vorige maand. Foto AP

Hoe vaak Barack Obama de kans krijgt om met iemand te praten die hem écht interesseert? Niet heel vaak. Dat biecht de Amerikaanse president deze week op in zijn interview met de Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson, Obama’s opvallende debuut als literair interviewer in The New York Review of Books. Robinson, op de longlist voor de Man Booker Prize met Lila, is iemand die duidelijk wél bij Obama in de smaak valt. Obama: „Ik dacht: waarom heb ik niet gewoon een gesprek met iemand die ik heel erg leuk vind, en dan zien we wel hoe het loopt?”

Obama ontdekte de romans van Robinson in 2008, tijdens zijn eerste presidentiële campagnes. „Er blijft veel tijd over als je constant tussen steden aan het reizen bent.” Een ontmoeting in 2013 in Washington, toen Robinson uit handen van Obama de National Humanities Medal kreeg, schiep een band. Toen zijn ze een gesprek begonnen. En dat is, stelt Obama in zijn interview, „sindsdien altijd doorgegaan”. Het permanente gesprek is politiek geëngageerd, over de „culturele krachten die onze democratie hebben gevormd”, het geloof, het Amerikaanse onderwijs. Maar dus ook over literatuur, aangezien Robinson een van Obama’s favoriete literaire personages creëerde: dominee John Ames, de met zijn geloof worstelende hoofdpersoon: „[Ames is] vrijgevig en hoffelijk en vindt het lastig om wat zijn familie allemaal overkomt te rijmen met zijn geloof. Ik viel als een blok voor dit personage.”

In dit eerste deel van het interview – half november verschijnt deel twee – beantwoordt Robinson Obama’s openhartigheid. Zo heeft zij haar schrijverschap, naar eigen zeggen, geenszins aan haar ouders te danken. „Niet bepaald boekenmensen” zegt Robinson. Schrijven was „de weg van de minste weerstand”, zegt ze. „Ik heb veel gelezen en geschreven, omdat me dat van nature goed afging.”