Laroussi verzet zich tegen vrouwenonderdrukking

Haschoema, van choreografe Mouna Laroussi gaat over de sociale druk op, met name, jonge vrouwen in de Arabische cultuur. Maar het stuk moet voor alle culturen herkenbaar zijn.

Met een grootvader die in de kaashandel zat en een andere opa die harira en couscous verkocht, is zij een authentieke ‘kaascous’, zegt Mouna Laroussi (33). Voor de in Gouda geboren Marokkaans-Nederlandse danseres en choreografe lijkt haar bi-culturaliteit geen probleem; ze heeft beide bloedgroepen tot een eenheid gevormd. In Haschoema (Arabisch voor ‘schaam je!’), dat deze week in première gaat, richt zij de aandacht op de sociale controle in de Arabische cultuur.

„Er zijn steeds meer jonge vrouwen die zelf het heft in handen nemen, maar ik zie dat de meerderheid nog worstelt met de beperking van hun bewegingsvrijheid. Met dat 24 uur per dag in de gaten gehouden worden, door broers, neefjes, buurtgenoten. De afstand van school naar huis wordt opgemeten, en als ze iets te laat thuis komen... de roddel arriveert eerder dan zij.”

Zelf komt ze, met een katholieke moeder en een islamitische vader, uit een relatief vrijzinnig nest. Een creatief nest: haar jongere zus is zangeres Hind, met wie zij veelvuldig in het commerciële circuit heeft opgetreden. Toch werd ook Laroussi ooit als opstandige puber geconfronteerd met de mores van de Marokkaanse gemeenschap in Gouda. „Ik was in de stad gezien met een jongen en stuitte thuis op een woedende vader. Een heftige ervaring: ik had niets fout gedaan, waarom dan die boosheid? Ik snapte er helemaal niets van.”

Vader en dochter Laroussi kwamen er na een goed gesprek uit, en zij herwon zijn vertrouwen. Maar haar ogen waren geopend. In Haschoema zoekt ze naar een fysieke vertaling van die sociale druk. Eén beeld verwijst onmiskenbaar naar de oorzaak van de vrouwenonderdrukking: het idee dat de eer van de man tussen de benen van de vrouw ligt. Hartgrondig: „Daar verzet ik mij tegen.” Maar het duet gaat uit van ruimere, abstracte concepten: vrijheid versus gekooid zijn, spanning versus ontspanning. Ze beschrijft een scène waarin alleen de naakte rug van een danseres te zien is; een sterke rug met twee geprononceerde, beweeglijke schouderbladen. De adem zet die lichaamssculptuur in beweging en transformeert die vorm tot een wezen dat vergeefs tracht te vliegen.

Ze heeft bewust gekozen voor die abstractie. „Geen vrouwen met hoofddoekjes. Elke cultuur moet er iets in kunnen herkennen. De achterstelling van vrouwen is een universeel fenomeen.” Daarom vond zij het ook geen probleem dat ze geen sterke Marokkaanse danseressen heeft kunnen vinden.

Haschoema is eenvoudig vormgegeven, opzettelijk. Laroussi wil het stuk graag in buurthuizen en gymzalen presenteren, om te voorkomen dat zij in het theater preekt voor eigen, progressieve parochie. „Als ik alleen daar zou spelen, mis ik mijn doel.”

    • Francine van der Wiel