‘Koloniaal verleden is nog overal’

De jonge regisseur maakte een film over – en ook mét – de oorspronkelijke inwoners van Guatemala. Met fraai resultaat.

Onder de vulkaan: de zwangere Maria (María Mercedes Coroy , rechts) ondergaat een Maya-ritueel onder toeziend oog van haar moeder.

De barse vulkaanlandschappen in Ixcanul verschillen niet zoveel van de ruige bergstreek in Guatemala waar regisseur Jayro Bustamante (1977) zelf opgroeide. Als ‘mesties’ (een kind van gemengde etnische achtergrond) had hij een lichtere huidskleur dan de Kaqchikel-meerderheid, een van de traditionele Maya-volken. En hij leerde Spaans. Vervolgens kreeg hij de kans om in Amerika te gaan studeren, waardoor hij al bijna een westerling werd. Maar toch was er geen twijfel mogelijk: zijn eerste speelfilm moest zich weer op zijn geboortegrond afspelen.

„Eigenlijk heeft mijn moeder me het onderwerp voor de film aan de hand gedaan”, vertelde Bustamante, toen hij afgelopen zomer in Nederland was voor het Amsterdam World Cinema Festival. „Ze belde me op en zei me dat ik een film over Maria moest maken, de echte Maria, waar de Maria in de film op is geïnspireerd. En dan bedoel ik niet het verhaal, want dat zit vol met fictieve elementen, maar deze vrouw als persoon. Iemand die de ergste dingen heeft meegemaakt, maar een innerlijke kracht heeft om daar bovenuit te stijgen.”

In de film is Maria een meisje van 17 dat werkt op een koffieplantage en op het punt staat uitgehuwelijkt te worden aan de voorman. Maar haar hart gaat uit naar collega-bonenplukker Pepe, met wie ze hoopt een nieuw leven elders te kunnen beginnen. Dan raakt ze ook nog eens onverhoeds zwanger.

‘Ixcanul’ betekent vulkaan in het Kaqchikel, en de voortdurende dreiging van een uitbarsting – en het spanningsveld tussen destructie en vruchtbaarheid – bepalen voor Bustamante de metaforische laag van de film. „We wilden een rauwe film maken, in de traditie van het neorealisme, met acteurs uit de streek, echte locaties en verhalen die aan het leven zijn ontleend. Maar het grotere verhaal, hoe de koffieboeren worden uitgebuit, hoe vrouwen geen eigen stem en leven hebben, en hoe een vlucht naar de Verenigde Staten zowel een droom als de enige uitvlucht is, moest via een symbool worden verteld, want anders werd het allemaal te letterlijk. De vulkaan is dat symbool.”

Hij legt uit: „De Maya-talen zijn ook niet letterlijk, maar heel conceptueel. Dus als ik zeg dat het woord ‘ixcanul’ vulkaan betekent, dan zitten daar ook meteen allerlei associaties van dat begrip bij. De kracht van de vulkaan is in het woord inbegrepen. Voor mij is ook Maria zelf een vulkanische kracht. De angst voor de vulkaan is ook een manier om iets te zeggen over de taboes op vrouwelijkheid en seksualiteit en de algehele misogyne cultuur van zowel de Spanjaarden met hun machismo als van de Maya-cultuur zelf.”

Op dezelfde manier vervaagden ook de grenzen tussen film en werkelijkheid tijdens de draaiperiode. Toen er op een casting op het dorpsplein geen hond afkwam, verving hij het bord ‘casting’ door ‘werk’ en opeens was de plaatselijke bevolking bereid om mee te werken. En toen de koffieoogst dreigde te mislukken door een schimmelziekte, hield het loon van Bustamante de koffieplanters die in de film meespeelden op de been. Tegelijkertijd vond de rampspoed die de gewassen trof een weg naar het filmverhaal.

Bustamante: „Als je een film maakt over de natuur, bepaalt de natuur het verhaal.” Zo tartte hij ook het noodlot: „Als je in een werkende vulkaan gaat filmen kun je er donder op zeggen dat je een keer moet evacueren, en dat gebeurde ons dan ook.”

Hoewel hij blijft beklemtonen dat Ixcanul een ‘universele film is’ ontkomt hij er niet aan om de context van de film politiek-historisch te duiden: „Als je een film situeert in een land als Guatemala, dan moet je je automatisch ook rekenschap geven van het koloniale verleden van het land en de politieke complicaties die dat vandaag de dag nog geeft. Ik woon deels in Parijs en deels in Guatemala. In de ogen van veel mensen in Guatemala ben ik een buitenstaander. Ze vinden het leuk dat ik allemaal prijzen win en de piepkleine Guatemalteekse filmcultuur op de kaart zet, maar ze vinden het gecompliceerd dat ik het over Maya-volken heb.

„De Maya’s zijn in hun ogen iets uit het verleden. Hoewel een groot deel van de bevolking geen Spaans spreekt – veel mensen spreken alleen een van de vele Maya-talen, maar die talen worden niet op school onderwezen. Uit dat soort dingen blijkt dat er een ingewikkelde vorm van geïnstitutionaliseerd racisme bestaat in het land.”

Ixcanul is niet de eerste film uit Latijns-Amerika die teruggrijpt op de talen van de oorspronkelijke bewoners, in plaats van het Spaans of het Portugees van de kolonisator. De film werd de afgelopen jaren voorafgegaan door onder meer films in het Guaraní, uit Paraguay, en in het Quechua, dat behoort tot de inheemse talen die worden gesproken in Peru.

Bustamante ziet twee redenen waarom filmmakers daar vaker voor kiezen in de afgelopen tijd: „Allereerst om deze talen niet in vergetelheid te laten verdwijnen. Ten tweede om de mensen die deze talen spreken te helpen cultureel zelfbewustzijn te ontwikkelen en erkenning te geven.”