Hof handhaaft celstraffen ‘Zes van Breda’ uit 1995

De zaak kwam de laatste jaren te boek te staan als mogelijk de grootste gerechtelijke dwaling ooit.

Rechters van het gerechtshof in Den Haag voorafgaand aan de uitspraak in de zaak van de zogenoemde Zes van Breda begin september. Foto Bas Czerwinski / ANP

De celstraffen die in de jaren negentig aan zes mensen werden opgelegd voor een moord in Breda blijven gehandhaafd. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag vanochtend bepaald, in aanwezigheid van ‘De Zes van Breda’. De advocaten van de mannen lieten na de uitspraak weten dat de ‘De Zes van Breda’ in cassatie gaan tegen hun veroordeling.

Twitter avatar MarcelHaenen Marcel Haenen Hof Den Haag handhaaft veroordelingen Zes van Breda voor doodslag 1993. Grootste gerechtelijke dwaling ooit bestaat dus niet.#ZesvanBreda t

‘De Zes van Breda’ kwamen de afgelopen jaren te boek te staan als mogelijk de grootste gerechtelijke dwaling ooit. De strafzaak werd heropend toen nieuwe feiten aan het licht kwamen. Die feiten acht het gerechtshof nu alsnog niet doorslaggevend genoeg om af te zien van de toen opgelegde celstraffen, die opliepen tot tien jaar.

De moord op ‘oma Mok’

In 1995 werden zes mensen, drie mannen en drie vrouwen, veroordeeld wegens de moord op een vrouw in een Chinees restaurant in Breda. Zij werden ‘De Zes van Breda’ genoemd.

Slachtoffer in deze zaak is de destijds 56-jarige Tim Mui Cheung, bijgenaamd ‘oma Mok’. Zij werd in de nacht van 3 op 4 juli 1993 in restaurant Peacock – de eettent van haar zoon – gewurgd en met een wok doodgeslagen. De gokkast was opengebroken.

De mannen kregen alledrie tien jaar celstraf, maar hebben altijd elke betrokkenheid ontkend. De zwakbegaafde vrouwen legden echter belastende verklaringen af. Zij kregen gemiddeld twee jaar wegens medeplichtigheid.

Een van de mannen, Abdeslam T., begon na zijn vrijlating in 2003 een campagne om aan te tonen dat hij onschuldig was. Anderen sloten zich bij hem aan.

Verklaringen teruggetrokken

In 2012 bepaalde de Hoge Raad dat de strafzaak over moest. Diederik Aben, procureur-generaal bij de Hoge Raad, concludeerde toen dat de drie vrouwen “waarschijnlijk valse bekentenissen” hadden afgelegd. Een vrouwelijke verdachte, Carien N., noemde haar verklaring “een lulverhaal”. De vrouwen zouden door ontoelaatbare druk van de politie hebben bekend.

Ook was gebleken dat ontlastende getuigenverklaringen die de politie had opgenomen, niet in het justitiedossier waren beland. Twee getuigen die de nacht van de moord in een bushokje zaten in de buurt van het restaurant verklaarden niets geks te hebben gezien.

Zo’n veertig getuigen en drie deskundigen werden opnieuw gehoord. Vorige maand pleitte het Openbaar Ministerie voor het handhaven van de opgelegde celstraffen.

Bekentenissen alsnog betrouwbaar

De nieuwe getuigen hadden zich volgens het OM mogelijk vergist in de datum. De verklaringen van de veroordeelde vrouwen achtte het OM “nog steeds doorslaggevend”.

Het hof in Den Haag is het nu dus met het OM eens. Het weerspreekt de vrouwen dat er ongeoorloofde druk is uitgevoerd door de politie en vindt hun bekentenissen nog steeds voldoende betrouwbaar. Ook acht het hof de alibi’s van de mannen niet overtuigend.