Hoe kon het dat het vliegtuig daar toch vloog?

De Onderzoeksraad heeft van de wrakstukken van MH17 een reconstructie laten maken. Foto Reuters

Te veel taken voor luchtvaartmaatschappijen en te weinig voor de overheid. Zo laat de kritiek van de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) op het MH17-rapport zich samenvatten. Volgens de VNV moet de Nederlandse overheid veel actiever worden in het verzamelen en delen van informatie die nodig is bij vliegen over conflictgebieden. Met name de veiligheidsdiensten AIVD en MIVD zouden hierin een rol moeten spelen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid trekt in hun rapport heldere conclusies over de vliegroute van MH17. Oekraïne had het hogere luchtruim boven het oostelijk deel van het land moeten sluiten. Daar was aanleiding voor nadat op 14 en 16 juli twee militaire vliegtuigen waren neergeschoten die hoger dan 6.000 meter vlogen. De Oekraïense autoriteiten gingen uit van wapensystemen die de kruishoogte van burgervliegtuigen kunnen bereiken. En dat terwijl tussen 14 en 17 juli 61 maatschappijen uit 32 landen over het gebied vlogen. Op de rampdag vlogen 160 vliegtuigen over Oost-Oekraïne.

Het probleem was: men had alleen oog voor de militaire luchtvaart. Geen van de betrokken partijen – landen, maatschappijen, VN-koepelorganisatie ICAO – onderkende de gevaren van het conflict voor de burgerluchtvaart. „We heben er op geen enkel moment aan gedacht dat daar ook nog burgervliegtuigen overheen vlogen”, aldus het rapport. In algemene zin worden de risico’s van het vliegen boven conflictzones niet goed beoordeeld.

Internationale afspraken over luchtruimbeheer werken niet goed, constateert de raad. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een luchtruim ligt exclusief bij een soevereine staat. Een land in conflict zal echter nooit informatie verstrekken of het luchtruim sluiten. Daarom moeten luchtvaartmaatschappijen en andere partijen zelf het risico beoordelen.

Een helder rapport met stevige conclusies, vindt Arthur van den Hudding, vicepresident van de VNV (5.000 leden) en gezagvoerder op een Boeing 737. „Maar de aanbevelingen sluiten niet aan bij de conclusies. Die hadden scherper gemogen.” Volgens Van den Hudding legt de Onderzoeksraad te veel taken neer bij de luchtvaartmaatschappijen. „Ze moeten zelf inlichtingen verzamelen, en verantwoording afleggen over vliegroutes aan hun klanten. Dat wordt toch echt te gek, als wij overal spionnen moeten neerzetten.”

De VNV wil meer werk voor veiligheidsdiensten. „Er moet meer geld naar de AIVD. Informatie over burgerluchtvaart is nu bijvangst, het zou een hoofddoel moeten zijn.” Van den Hudding vermoedt dat de bij het onderzoek betrokken landen terugschrokken voor de kosten van een actievere rol.

Niemand voert regie

Wie is verantwoordelijk voor het verzamelen en delen van informatie, daar draait het om in de discussie over vliegen boven conflictgebieden. Al voor publicatie van het rapport werd duidelijk dat er in Nederland op dit gebied nog steeds onduidelijkheid is. Er is geen instantie die de regie voert.

De Onderzoeksraad doet een aantal aanbevelingen voor ICAO, de VN-organisatie voor burgerluchtvaart met landen als leden. Landen en maatschappijen moeten met scherpere regels worden gedwongen informatie te delen. De door ICAO in april geopende website werkt niet omdat landen hun vertrouwelijke informatie niet willen prijsgeven.

ICAO gaat de relevante aanbevelingen bestuderen en waar nodig uitvoeren, meldde de organisatie gisteravond in een reactie. Wellicht om Rusland, of zichzelf, gerust te stellen benadrukte de organisatie dat het onderzoek is bedoeld om de vliegveiligheid te bevorderen, niet om schuldigen aan te wijzen.