Eerbetoon aan een operadiva zonder stem

Marguerite (Catherine Frot) pleegt een goedbedoelde aanslag op een aria van Mozart.

‘Arme Mozart’ schreven de kranten. En voor wie het even op YouTube wil checken: de zoektermen ‘Florence Jenkins massacres Mozart’ en ‘Murder on the high C’s’ brengen je direct waar je wezen moet. Namelijk bij zeldzame geluidsopnames van de Amerikaanse toondove erfgename die droomde dat ze een operaster was, door niemand in haar omgeving werd gecorrigeerd, een fenomeen werd en uiteindelijk Carnegie Hall uitverkocht. Haar leven inspireerde zoals dat wel vaker gaat in de filmwereld tegelijkertijd twee regisseurs. Marguerite van Xavier Gianolli, die het verhaal naar het Frankrijk van het Interbellum verplaatste, komt nu als eerste uit. In Londen legt Stephen Frears de hand aan zijn eigen versie, met Meryl Streep als de krijsende sopraan.

Gianolli’s film is hartverwarmend en raadselachtig tegelijkertijd. Actrice Catherine Frot heeft precies het goede gezicht om het mysterie van Florence Jenkins – in de filmversie heet ze Marguerite – op te projecteren. De zachte rondheid van haar gelaatstrekken doet denken aan die van een pierrot, de witte clown, of aan de sterren van de stille film. Je voelt dat ze helemaal geen stem nodig heeft om zich uit te drukken, wat al haar pogingen tot zingen extra tragisch maakt. En de melancholie in haar ogen zorgt ervoor dat je nooit helemaal zeker weet of zij wel of niet beseft dat haar omgeving weet dat het allemaal maar een groteske farce is.

Iedereen heeft zo zijn eigen belang om te zwijgen. Eerst uit beleefdheid. Dan omdat ze met haar geld de levens van velen in stand houdt, inclusief dat van haar overspelige echtgenoot, die er nota bene door zijn minnares op moet worden gewezen dat Marguerite misschien wel blijft zingen om door hem te worden opgemerkt. Anderen omdat er in de menselijke natuur een schijnbaar onbeheersbaar verlangen is naar freaks. De context van de jaren twintig kan niet verhullen dat het publiek dat zich aan Marguerites zangkunsten vergaapt niet zo veel verschilt van de miljoenen die inschakelen voor The Voice of andere televisietalentenjachten. Het verlangen naar subliem talent kan schijnbaar niet zonder de doodsdrift die op een valse noot uit is.

Gianolli komt er zelf ook niet helemaal uit. De film is erg lang en repetitief, de omhelzing van Marguerite door de avant-garde suggereert iets over anti-kunst, maar het is wel heel erg voor de goede verstaander of de diepduider.

De tarotkaarten leggende vrouw met de baard geeft uiteindelijk uitsluitsel: we kunnen het leven leven of het leven dromen. Marguerite is een weemoedige ode aan die droom. Maar de scherpe kantjes zijn eraf.